Fien De Haan

In een grote kippenhok achter een oud huis is een oude haan aan het marcheren tussen de kippen.  De haan wordt onder de kippen “De Kolonel” genoemd.  Als een echte kolonel zorgt hij voor het hele domein.  Hij waakt over de kippen, let erop dat de kippen hun eieren op tijd leggen en het allerbelangrijkste, hij maakt de oude man in het huis en de kippen op tijd wakker.
Maar de Kolonel wordt oud.  Zijn stem wordt schor en op het kippenhok springen wordt allemaal wat moeilijker.  Nog niet zo lang geleden ging de Kolonel de kippen en de oude man wakker maken met zijn gekraai.  Hij maakte zich klaar om op het kippenhok te springen, maar de oude poten van de Kolonel waren te stijf om goed door te buigen en de rechtervleugel was te zwak om een stukje omhoog te vliegen.  De kolonel geraakte niet hoger dan de grootste sprietjes van het gras en hij viel met zijn snuit op de grond.  Gelukkig was het nog vroeg en heeft niemand dat gezien.  De Kolonel heeft dan maar van op de grond iedereen wakker gekraaid.

Dus de Kolonel heeft dan maar besloten om op pensioen te gaan.  Tijd om de jeugd de kans te geven.  Alleen is er een probleem.  Er is niet veel jeugd waar de Kolonel op kan rekenen.
In het hele hok zitten allemaal kippen, en nog 1 jonge haan.  Jupke is heel anders dan de Kolonel.  Hij slaapt heel graag uit, hij is lui en hij pikt liever de lekkerste stukjes etensresten dat de oude man in het kippenhok gooit, dan dat hij de kippen eerst laat eten.
Nee Jupke is geen goede opvolger, maar de Kolonel heeft geen keus.  Een kip is nu eenmaal geen haan en kan niet kraaien.

Fien is met de andere kippen op het gras aan het rondscharrelen.  Eigenlijk valt Fien niet op tussen alle andere kippen.  De meeste kippen zijn grote kwebbelende bruine dames en Fien is een mager klein wit kippetje.  Ze babbelt niet zo veel als de andere kippen en ze heeft nog nooit een ei gelegd, wat de andere kippen heel raar vinden.
Fien vindt dat nu eenmaal niet leuk.  Bijna de hele dag op een nest zitten en wachten tot er een ei komt.  En voor de rest van de dag mag Fien alleen maar rondscharrelen en eten, hoe stom is dat.  Nee Fien is er van overtuigd dat ze wel iets anders kan doen hier in het kippenhok.  Maar daardoor spreken de kippen niet met haar.  Ze vinden dat een kip dient om eieren te leggen en niks anders.

Dus wanneer Fien weeral aan het rondscharrelen is met de andere kippen hoort ze de kolonel kraaien naast het kippenhok.
‘kukelekuuuu!’
Nieuwsgierig gaat Fien met de andere kippen kijken wat er aan de hand is.
‘Kukelekuuuu!’ Kraait de kolonel nog eens.
‘ Waarom kraai je nu in het midden van de dag? Ben je nu helemaal gek geworden?’ zegt Marie boos.  Marie is de grootste, en dus ook de bazin van de kippen.
‘ Ik heb iets te zeggen, hoe moet ik anders jullie bijeen roepen?! ‘ Zegt de kolonel geërgerd.
‘ Hum , Hum!’ Schraapt de Kolonel zijn keel.  Hij gaat mooi rechtop staan met zijn nek hoog in de lucht.
‘ Ik heb een kleine mededeling voor jullie, mijn beste kippen. ‘
‘ Na lang nadenken, en de voordelen met de nadelen te vergelijken heb ik besloten dat ik het roer ga omgooien. Ik ga…’
‘Wil je nu eindelijk eens zeggen wat je wil zeggen?  Ik heb hier geen tijd voor.’ Zegt Marie met haar vleugels in haar zij.’
‘ Ik ga met pensioen.  Ik stop ermee met kraaien ’s morgens, iemand anders mag dat gaan doen.’
Alle kippen kwebbelen door elkaar.  De Kolonel met pensioen?  Dat meen je niet!
‘ En wie gaat uw taak dan overnemen? ‘ Vraagt Fien
‘Jupke, hij is namelijk de enige haan nog over hier in het hok. ‘
Opnieuw beginnen alle kippen door elkaar de kwebbelen.
‘  Is Jupke wel de juiste keuze? Het is nu middag, en die jonge haan ligt nog altijd te slapen.’ Zegt Marie.
Alle kippen kijken naar de enige boom in het hok.  Daaronder ligt Jupke zalig te knorren in de schaduw.
Marie neemt een eikel en gooit hard naar Jupke zijn hoofd.
‘ Aauw! Waarom doe je dat nu?! Roept Jupke met zijn vleugel op zijn hoofd.
‘ De kolonel heeft het over u, luiaard!’
‘ Waarom? Wat heb ik misdaan? ‘
De kolonel richt zich tot bij Jupke.
‘ Je wordt mijn opvolger jongeman.  Ik ga met pensioen.’
‘ Wilt dat zeggen dat ik elke ochtend dan vroeg moet opstaan?
‘ Ja, elke ochtend met fierheid. Dat is de taak van de Haan.’ Zegt de Kolonel trots.
‘ Nee dank je, hier pas ik voor. Zoek maar iemand anders.’
‘ Dat gaat niet! Je bent de enige haan hier! Je MOET mijn opvolger zijn. ‘ Roept de Kolonel.
Fien stapt stilletjes naar voor en tikt met haar vleugel op de Kolonel zijn schouder.
‘Ik wil die taak graag doen.  De Kolonel opvolgen, Haan zijn.’
‘Jij?? Fien, je bent een Kip. Je moet eieren leggen en scharrelen, meer niet. Je kunt niet eens kraaien.’ Zegt de Kolonel en lacht Fien uit.
Alle kippen lachen met Fien.
‘ Waarom niet?’ zegt Fien.  Ik ben elke ochtend als eerste wakker van de kippen.  Ik heb zelfs gezien dat u niet meer op het kippenhok kan.  Ik wil geen eieren leggen, ik vind dat vies.  En kraaien zal ik wel leren. ‘ Zegt Fien koppig met haar vleugels gekruist.
‘Kraai dan.’ Zegt de Kolonel. ‘Laat me dan maar horen of je kan kraaien als een echte haan.’
Fien schraapt haar keel, gaat staan als een echte haan…
‘toktokTOOOKtoktok!‘
Alle kippen lachen om Fien haar poging, behalve de Kolonel.
‘Je bent een kip, en Jupke is een haan.  En daarmee basta.’ Zegt de Kolonel en hij keert Fien de rug toe.
‘ Fien, aanvaard dat nu eens dat je een kip bent.  Het wordt tijd dat je een ei legt, anders zou je nog in de kookpot kunnen vliegen.’ Zegt Marie en ook zij draait zich om.
Dat zullen we nog wel eens zien denkt Fien en met grote passen verlaat ze de groep.
Aan de rand van het kippenhok is Fien aan het ijsberen.  Ze moet zichzelf leren hoe ze moet kraaien.  Stilletjes probeert Fien nog eens om te kraaien.  Ze gaat mooi rechtop staan, gestrekte nek, snavel omhoog, diep in ademen…
‘ ToktokTOOOKtoktok  toktokTOOOKtoktok nog dieper ademen: ‘ TOKTOKTOOOOKTOKTOK!’
Fien blijft maar proberen, maar er komt geen gekraai uit haar snavel.  De hele dag probeert Fien opnieuw en opnieuw.  Het is al laat in de avond wanneer Fien het eindelijk opgeeft. 
De Kolonel heeft gelijk, ze zal nooit geen haan kunnen zijn.  Wat wordt Fien daar droevig van.  Dit is nu het enige wat ze wilt worden, een haan en geen eieren leggende kip.
Stilletjes zit Fien ineengedoken in een hoekje te huilen.
Maar plots hoort Fien iemand haar richting stappen.  Heel stilletjes, bijna al sluipend.
Wanneer Fien opkijkt en tuurt door het duister ziet ze wie het is.
Het is Jupke!
‘ Wat kom je doen? Moet je niet al slapen?  Morgen is je grote dag, jouw eerste dag als haan.’
‘ Nee, ik wil dat niet.  Ik wil niet vroeg opstaan en elke ochtend door weer en wind buiten de hele buurt wakker kraaien.  Ik wil de wereld zien en niet werken. ‘ Zegt Jupke muisstil, want hij wilt niet gehoord worden.
‘ Maar wat ga je dan doen?  Ga je weg? ‘
‘ Ja, ik ga weg.  Ik heb gezien dat de oude man vergeten is het poortje te sluiten, dus ik kan gemakkelijk vertrekken. ‘
‘ Ja maar dat gaat niet! Wie maakt dan de kippen en de oude man wakker morgenvroeg?’ Fien staat genageld aan de grond.
‘ Doe jij dat maar.  Jij wou deze job doen, ik niet. ‘
En daar gaat Jupke, stilletjes met zakdoek aan een stok gebonden vol graan.
Oh nee, en nu?  Hoe moet Fien iedereen morgenvroeg wakker maken?  Fien raakt in paniek en begint het hele kippenhok af te rennen.
Ze blijft maar rennen, niet weten waarom.  Ze rent naar de boom, dan naar de ingang van het hok, dan achter het hok, dan naar de drinkbak, dan naar het graan en tenslotte springt ze hoog op het kippenhok.
Daar blijft Fien zitten, op het kippenhok.  Alles is verloren denkt ze terneergeslagen.
Ondertussen is het al een klein beetje lichter aan het worden in de duisternis.  Fien blijft nog eventjes zitten, en kijkt rond in de tuin van de oude man.  Er ligt nog allerlei speelgoed op het gras.  De kleinkinderen zijn eerder op de dag nog hier geweest en ze hebben de hele namiddag nog buiten gespeeld.
Plots valt het oog op iets glimmend naast haar.
De rijzende zon weerkaatst op iets naast Fien.
Wat is dat?  Fien pakt het voorwerp voorzichtig op.
Het is een zilver fluitje.  Waarschijnlijk verloren geraakt door de spelende kleinkinderen.  Ze gooien nogal graag met hun spullen, de sloddervossen.
Maar wacht eens, Oh Fien heeft een idee!
Ze steekt het fluitje in haar mond, ademt weer diep in en blaast heel hard.
‘ FWiiiiiiiiiiiiiiiiiiiT FWiiiiiiiiiiiiiiT FWiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiT ‘ De kippen komen allemaal tegelijk uit het kippenhok gelopen zoekend naar dat vreemde geluid.  En in de verte ziet Fien dat de oude man zijn licht heeft aan gedaan in de slaapkamer.
Fien gaat van het kippenhok af, en gaat voor de Kolonel staan die er enorm verwaaid uit ziet alsof hij heel bruusk is wakker geworden.

‘ Wat was dat? En waar is Jupke? ‘
‘Jupke is vertrokken, hij wilde de wereld zien.  Wat je hebt gehoord, was ik dat op een fluitje blies. ‘
‘ Maar waarom? Waarom doe je zoiets? ‘
‘ Om de oude man wakker te maken, en jullie.  Ik kan niet kraaien, maar ik kan wel op een fluitje blazen. ‘ Zegt Fien enorm euforisch.
‘ En kijk, het werk.  Daar is de oude man.
Inderdaad, daar is de man zoals elke ochtend met zijn pet op en een bakje vol graan.  En net als elke ochtend kapt hij het graan verspreid in het kippenhok.  Deze keer blijft hij wel eventjes staan en kijkt hij naar de kippen.  Hij krabt aan zijn oor, maar steekt dan zijn schouders op en gaat terug naar binnen.
‘ Zie je wel, ook ik kan de haan zijn. ‘ Zegt Fien met een hele brede glimlach.

En zo gaat het vandaag de dag nog altijd.  Fien is sinds die dag de haan en maakt elke ochtend iedereen wakker door simpel op een fluitje te blazen.  Ze waakt over de andere kippen, zij is de baas en de Kolonel geniet van zijn pensioen.
En de oude man?  Die is ondertussen al heel gewoon om gewekt te worden door een fluitje.

Einde


Foto door Engin Akyurt op Pexels.com





2 gedachten over “Fien De Haan

Voeg uw reactie toe

Geef een reactie op hildegrosemans Reactie annuleren

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑