Ik heb dus een reset knop

3 jaar geleden Heb ik een blog geschreven over de voorbereidingen van een gastric sleeve, mijn voorbereidingen.
De bedoeling was dat ik een jaar lang regelmatig zou bloggen over dit proces na de operatie…. maar dat is niet gelukt.
De operatie wel, het afvallen ook, maar het schrijven niet. Het was een rollercoasterperiode boordevol emoties van blijdschap en verdriet, die ik toch lichtjes onderschat had.
De drang om het te doen lukken was zo tijdrovend en energieslopend dat ik het schrijven onbewust aan de kant heb geschoven.

Nochtans was ik begonnen aan een vervolg, en het was al een lang stuk. Maar toen ik na maanden opnieuw wou schrijven, merkte ik dat alles wat ik geschreven had verdwenen was op mijn computer. Eigen schuld- ik had beter moeten opslaan.
Maar het gaf me ook niet meer de moed om opnieuw te beginnen, waardoor er dus nog altijd geen vervolg is geschreven op het vorige.
En ik ga dat ook niet meer doen, het spijt me.
Ik vind de energie niet meer, en ik ben al veel kwijt in mijn herinneringen om alles opnieuw in detail neer te typen.
Maar ik ga wel proberen jullie in een notendop op de hoogte te brengen.


Drie jaar in een notendop

De operatie was dus geslaagd, ik herstelde goed.
Het voordeel van die coronagolf was dat ik in alle rust kon herstellen.
Het enige waar ik last van had, was een allergie op de pleisters- Amai die hebben gejeukt!

Het eerste dat ik mocht eten was een beetje bouillon en een tasje thee. Vijf hapjes en ik had genoeg, maar ik was oh zo blij dat ik eindelijk iets mocht eten.
Thuis kreeg ik opnieuw bouillon, gemaakt door mijn mama (liefde van de mama gaat door de minimaag) en yoghurt of pudding.
De eerste twee weken moest ik het doen met vloeibaar voedsel, daarna mocht ik rustig beginnen met een cracker, gewone soep en puree.
Ik weet nog dat ik dolblij was om weer vast voedsel te mogen eten.
Raar genoeg mocht ik fruit en groenten pas na ongeveer drie weken opnieuw eten.

Toen ik weer zo goed als alles mocht eten, begon ook het afvallen. (Daarvoor moest mijn lichaam nog wennen, en viel er op de weegschaal nog niet veel te zien.)
Na vier weken mocht ik op controle bij de chirurg, en ik kreeg de goedkeuring om rustig te sporten.

Vlak na de operatie moest ik van de chirurg op dag twee al uit bed om wat te bewegen — wat ik ook deed, tot tevredenheid van de verpleegster.
Toen ik thuis was, ging ik elke dag met Bert wandelen. De eerste keren gewoon in onze straat, maar daarna werd het blokje steeds wat langer.
Na vier weken was ik klaar om te sporten.
Op naar de fitness: rustig beginnen, niet heffen (dat mocht nog niet), enkel wat cardio.
Mijn energieniveau viel goed mee, al moest ik het toch rustig aan doen na het sporten.
Een fietstocht was nog wat te hoog gegrepen, maar dat kwam later wel.

Ondertussen ging ik weer werken — blij weerzien met de collega’s (nieuw tenue, want de kilo’s gingen er goed af) en de kindjes.
In maart begon het fietsseizoen weer met de club, maar daar kon ik nog niet bij volgen.
De eerste ritten deed ik met een elektrische fiets, maar dat is een ander verhaal.

Daarna ging het razendsnel.
Het sporten ging beter, al was het een uitdaging om genoeg energie te krijgen met het weinige dat ik at.
Ik kreeg complimenten over mijn uiterlijk, voelde me goed, en had echt mijn resetknop gevonden.

Dumpings

In het begin had ik veel schrik om een dumping te krijgen. Dat kan gebeuren als iemand met een gastric bypass of sleeve iets eet dat de maag niet goed kan verteren.
In de meeste gevallen is de enige oplossing dan het toilet — langs boven of langs onder.
Met een sleeve zijn dumpings niet zo snel, maar “vastlopers” wel: eten dat blijft steken door te snel of te hevig te eten.
Daarom is het heel belangrijk om goed te kauwen en rustig te eten — iets wat ik echt heb moeten leren in het begin.
Dumpings heb ik niet vaak gehad, alleen af en toe een gevoel van “flauw” zijn, een soort suikerval of benauwd gevoel.
Dat gebeurt meestal als ik iets eet dat te zwaar op de maag ligt, zoals een taart met veel pudding of roomijs.

Mentaal

Mentaal was het, zoals ik al eerder schreef, een rollercoaster.
Begrijp me niet verkeerd — ik was heel blij met mijn nieuwe kans en ik wou die met twee handen grijpen.
Het traject verliep perfect; zowel de diëtiste als de chirurg waren enthousiast over mijn aanpak.
Maar er waren ook goedbedoelde mensen die, bedoeld of onbedoeld, het mij mentaal moeilijk maakten.

Ik kreeg vaak de opmerking:

“Wat zie je er goed uit!… niet dat je er daarvoor niet goed uitzag, hè — begrijp me niet verkeerd.”

Ongemakkelijke momentjes, want ze beseffen dat de woorden verkeerd geformuleerd zijn.
Ik gebruik dan humor, zeg iets als “ik heb mezelf wat gekrompen” of “dit is een betere versie van mezelf.”
Toch krijg ik onbewust het gevoel dat ik vroeger lelijk was.
Dik zijn is in sommige mensen hun ogen blijkbaar lelijk. Al ligt dat gevoel deels aan mezelf.

Ik had lang moeite om te eten in het bijzijn van anderen, omdat ik vaak de opmerking kreeg:

“Zo weinig? Kan je nog altijd niet meer eten?”

Nee, dat is niet de bedoeling — ik wil niet bijkomen.
Of:

“Pak nog maar een stukje.”
“Nee dank je, ik heb genoeg.”
“Maar allez, een klein stukje dan.”
“Nee merci.”

Met dan een klein beledigd gezicht, waardoor ik me ongelooflijk schuldig voelde.
Maar als de maag vol is, is ze vol. En als ik dan verder eet, zet de maag uit — en is alles voor niets geweest.

Ook de goedbedoelde raad:

“Zie dat je nu niet weer bijkomt, hè, want ik ken er ene — amai, die was het dubbele terug bij!”

Alsof ik dat zelf niet wil vermijden.

Een nieuwe collega had eens getrakteerd op het werk, op een calorierijke puddingtaart.
Ik had dat niet voorzien en net thuis gegeten voor ik vertrok. We moesten allemaal een stukje eten.
Ik wou weigeren, maar ze nam het persoonlijk, dus nam ik beleefd een klein stukje.
Na een paar happen had ik spijt: misselijk, duizelig, zweetaanvallen — en toch proberen verder te werken.
De collega nam het me nog kwalijk dat ik de helft van dat stukje niet opat.
Ze wist van mijn operatie, maar begreep duidelijk niet wat dat allemaal inhoudt.

Datzelfde jaar merkte ik dat ik vergat te eten, of niet meer durfde eten in het openbaar.
Mentaal kon ik niet meer herstellen, en donkere gedachten namen de bovenhand.
Ik wist dat ik hulp moest zoeken en gas moest terugnemen — al was dat heel moeilijk toe te geven.

Verdict: burn-out.

Voor alle duidelijkheid: de operatie en het afvallen waren niet de oorzaak van mijn burn-out, maar wel een onderdeel ervan.
Een burn-out is het gevolg van veel factoren — te veel ineens. En dat “te veel ineens” was genoeg om mijn lichaam en geest te doen blokkeren.
Het heeft lang geduurd eer ik er weer bovenop was. Eerlijk gezegd denk ik niet dat ik er helemaal van af ben, of ooit zal zijn.

Maar ik had hulp gezocht en gevonden.
Ik leerde mezelf opnieuw resetten (alweer), ik leerde weer praten met de mensen die me lief zijn, en ik werd weer sterker.
Gaandeweg kon ik het werk opnieuw hervatten. De collega waar ik over schreef was vertrokken, en met het nieuwe team zat het goed.


-35 kilo later

Ik heb me dus meerdere keren helemaal gereset.
Ik heb vrede met mijn uiterlijk én mijn innerlijk.
Ik maak elke dag bewuste keuzes over voeding — met af en toe een zondig momentje, en dat is oké.
Het sporten gaat goed: lange afstanden op de weg, gravel en mountainbike.
Wekelijks probeer ik te fitnessen (al lukt dat niet altijd).
De diëtiste volgt me nog steeds op, wat goed is, zodat ik op het juiste pad blijf.

En schrijven — dat is lang niet gegaan.
Ondertussen heb ik voor de opvang al een paar zintuiglijke verhalen geschreven, waar ik later ook over wil vertellen.
Ik wil de draad opnieuw oppikken met deze website, en ik hoop hierbij een goede start te maken.

Het verhaal van mijn gastric sleeve wil ik bij deze afsluiten.
Dankjewel om de tijd te nemen om mijn verhaal te lezen.

Einde

Mountainbiken met een maatje meer

april 2021

Ik ben weeral stil gevallen, ja ik weet het, weeral. Ik heb nood aan sporten, maar tegelijk geniet ik van de rust.
Ik ben lang moe geweest van de bronchitis, en ik heb tijd genomen om te herstellen, maar Bert, mijn diëtiste, en mijn weegschaal zeggen me dat het alweer hoog tijd is om de draad weer op te pakken.

Op een avond zaten we samen in de zetel met onze allerhande schermen voor onze neus tv te kijken. Geen idee wat er toen op dat moment op was.
‘ Hier, is dit niet iets voor je? ‘ Zegt Bert met zijn smartphone in zijn hand.
Hij laat mij een artikel op Facebook zien van supernova “Mom to mountainbike”. Een mountainbike cursus voor vrouwen die nog geen ervaring hebben in het ploeteren op de zandpaden.
‘ Dat is toch niks voor mij. ‘ Is mijn eerste gedachte.
‘ En waarom niet? ‘ Zegt Bert verontwaardigd.
‘ Je kunt meer dan dat je denkt, en misschien kunnen ze je veel meer aanleren dan dat ik dat kan. Kijk eens goed naar dat artikel, staat er geen website op? ‘
Iets in me zegt dat ik maar beter eens luister, dus ik kijk naar het artikel, ik bezoek de Facebookpagina van supernova waar heel veel filmpjes op staan van een vorige mom to mountainbike kamp dat er best heel gezellig uit ziet, met doenbare paadjes en afdalingen. De vrouwen zien er vooral heel ontspannen uit. Iets wat ik niet zo goed kan als ik mountainbike, ik zit op mijn fiets alsof ik altijd moet klaar staan voor een valpartij, extreem opgespannen met als gedacht dat mijn lichaam als airbags moeten dienen. Ik ben er in ieder geval wel struis genoeg voor, maar vallen is ook voor mij even pijnlijk.
Na een paar dagen twijfelen, en in een impulsief moment beslis ik om me in te schrijven voor de volgende cursus dat al binnen een paar weken gaat beginnen.


Een paar weken later ben ik me aan het klaarmaken voor de eerste cursus. Zenuwachtig zoek ik naar mijn favoriete bidon, maar vul niet met water. Ik zoek mijn fietskledij samen, en ik verander 2 keer van gedachten. Eerst heb ik kleren vast dat te warm is, dan kleren dat ietsje te fris is voor nu. Uiteindelijk beslis ik dan maar om in laagjes gekleed te gaan. Mijn wielerkleren zitten ietsje strakker als een maand geleden, nog maar een harde realiteit dat ik weeral wat ben bijgekomen.
Nu nog mijn helm zoeken, mijn winter mountainbike schoenen aan doen om dan te bedenken dat het niet regent, de zon schijnt en het is niet helemaal zo koud als de voorbije dagen. (het is 1 mei vandaag)
Snel nog wisselen van fiets schoenen, en nog mijn bidon vullen met water, want dat was ik vergeten.
Bert stelt voor om me naar het mijnstadion in Beringen te brengen, daar waar er afgesproken is en ik ben hem heel dankbaar.
We zijn met een handvol vrouwen op de afspraak, we krijgen les van Erik en mentale ondersteuning van initiatiefneemster Ilse. Les is eigenlijk veel gezegd. Hij neemt ons mee de bossen van Beringen in om dan technische stukken uit te kiezen dat wat moeilijk is voor ons, en die moeten we dan proberen te doen en te verbeteren op zijn advies. Erik is een fantastische rustige man, die zijn kalmte heel goed kan bewaren wat echt wel nodig is met al die kwebbelende dames. Op één lesdag heb ik meer technische stukken gedaan dan dat ik ooit heb durven denken.
Het was aangenaam, en ontspannend. Op 1 dag tijd waren we al een hechte groep die vooral heel veel lol willen maken op de fiets en natuurlijk de eerste volgen, dalen en zien dat we niet vallen.
Terug thuis was ik doodop, maar enorm ontspannen. Voor de eerste keer fietsen zonder Bert is ook wel aangenaam. De stress onderweg was er niet. Bert is veel beter en technischer als ik, en als we samen mountainbiken hou ik hem heel fel op, of ik jaag me op dat hij weeral passages kiest dat in mijn ogen niet doenbaar is.
Gelukkig dankzij deze cursus merk ik dat ik na een paar weken al redelijk wat vorderingen maak en de schrik is er weer bij mij zo goed als weg. Ik geniet weer van het mountainbiken, en ik ben weer aan het sporten. Bert blij, diëtiste blij, maar niet veel verschil met de weegschaal.

juni 2021

Aan alle mooie liedjes komt wel een einde. De laatste mountainbike dag met de dames is afgelopen, met een zalige afsluiter waar cava en hapjes bij moesten zijn.
De volgende dag is het Vaderdag, en we gaan met ons 3 naar het Sven Nys cyclingcenter in Baal om te mountainbiken op de cyclocross parcours. Dit is altijd open voor publiek, en heeft een zalig terras boven op de berg. Darya is ondertussen ook al bezig met mountainbiken, op haar eigen tempo en ze doet het graag. Eerst gaan we met haar het kinderparcours op, en wanneer ze er genoeg van heeft gaan Bert en ik het grote parcours proberen. Het is eigenlijk best wel technisch, maar ik merk dat ik dit wel aan kan. Tenminste tot ik de houten brug over moet fietsen. Ik raak er vlot op, en met grote euforie daal ik maar ik zit niet ideaal op de fiets, en ik neem de verkeerde kant van de brug. Rechts onderaan is er een redelijke opening tussen de brug en de grond. Ik land er met mijn wiel in, en ik val voorover met mijn hoofd op de grond. De smak is groot, en ik blijf zitten. Mijn nek en mijn hoofd doen pijn, maar op dat moment doet mijn been nog het meeste pijn. Bert die langs de andere kant al aan het terug komen is in mijn richting, ziet me zitten en fietst naar me toe. Ik heb een grote schaafwonde op mijn been, maar voor de rest is er nog niks aan de hand. Samen fietsen we verder, maar ik merk al fietsend dat er iets niet klopt. Ineens kan ik niet meer fietsen. De schrik is weer terug, ik heb moeite met zowat alle passages en mijn hoofd doet heel veel pijn. Ik maak mijn ronde af, en ik ga Darya zoeken die aan het spelen is in het speeltuintje naast het parcours. Samen gaan we eentje drinken en Bert gaat nog een ronde in zijn eentje doen. Een half uur later komt hij ook op het terras zitten. Ik heb mijn donkere zonnebril nog aan, en zeg tegen hem: ‘ik denk dat ik een hersenschudding heb.’

De volgende morgen weet ik het zeker, ik heb een hersenschudding. Ik ben nog vertrokken om te gaan werken, want ik moest de opvang open doen. Ik heb open gedaan, de eerste kindjes ontvangen maar de computer waar we de kinderen inschrijven was een hel. Zelfs met mijn zonnebril die ik meegenomen heb, helpt het niet tegen de hoofdpijn. Onder lichte dwang van de collega’s dan toch maar naar Dimitri de coördinator gebeld. ‘Ga je naar de dokter?’ vraagt hij.
‘ja’
‘ok, laat iets weten, en verzorg je’ krijg ik te horen. Daar gaan we weer denk ik.
Zoals ik dacht, heb ik een hersenschudding. een week in het donker liggen en rusten. Een week later moet ik terug gaan, want het is niet beter. Blijkbaar heb ik ook een kleine fractuur in de nek, en de hoofdpijn en misselijkheid is nog niet weg.

Na de laatste valpartij, heb ik genoeg van mountainbiken. Ik raak opnieuw niet echt meer op de fiets, wat weer niet goed is voor de weegschaal.

zomer 2021

Af en toe ga ik met Bert deze zomer op de weg fietsen. Maar ik voel me er niet goed bij. Mijn fietskleren zitten redelijk strak op mijn lijf. Wielertoeristen zijn best wel ijdele mensen. Nog niet zo erg als voetballers met de Gucci tassen en moord en brand schreeuwen als ze een schop tegen de schenen krijgen, maar toch.
Een wielertoerist zit slank op de fiets. Elke kilo extra is te veel. Dus ofwel heb je een zeer licht persoon met patatten van kuiten op een Ridley koersfiets, ofwel heb je een zwaarder persoon met bierbuik, een peperdure koersfiets met ingebouwde motor. Dat laatste is wel zeldzaam.
Ik heb geen bierbuik, want ik drink geen bier. Maar ik heb billen en zwembanden, ik kan het al geen love handles meer noemen. Als vrouw voel ik me heel hard bekeken, wat zo ook al is, want de wielersport is nog steeds een mannensport. Maar een vrouw dat wat zwaarder is en fietst, wordt nog meer bekeken. En ja, ik stoor mij daar aan.
Waar ligt het aan? Ik weet het niet.
Ik ga al 3 jaar naar een diëtiste, met wisselend succes. Ik val af, als ik geen koolhydraten eet, 6 dagen van de 7 sport, waarvan 3 dagen heel intens. Dat was in mijn ogen niet vol te houden, want dat is een routine dat alleen lukt als er kabouters in huis zijn die het huishouden doen en eten maken, en nog op mijn vingers tikken als ik al eens zondig.
5 jaar lang heb ik samen met Bert een autoregeling volgehouden. 1 auto voor ons samen. Op maandag, woensdag en vrijdag fietst Bert naar het werk en terug, goed voor 40 kilometer per dag. Ik fiets op dinsdag en donderdag naar het werk, ook voor 40 kilometer per dag omdat ik met gebroken uren werk. Toen ging ik ook nog fitnessen (bij de fitties!) op dinsdag. Maar daar was ineens corona, dus de fitness ging niet meer. Fietsen was moeilijker na 5 jaar, vooral omdat ik niet de middelen heb om me op te frissen op het werk, en Bert en ik hadden het plezier niet meer, dus hebben we dan maar beslist om een 2de auto aan te schaffen.

Hallo kilo’s!

2 auto’s is toch wel op veel opzichten veel gemakkelijker, maar niet goed voor mijn gewicht. Ik heb het gevoel dat ik de strijd aan het verliezen ben, en sinds een aantal maanden zit ik met een drastische oplossing in mijn hoofd.
Wanneer ik in september opnieuw begon aan een mountainbike cursus van mom to mountainbike maar voor gevorderden, werd dat gevoel voor ‘die’ oplossing sterker.
Het was fijn met de dames, maar het verschil bij mij tussen de beginnelingen en gevorderden was wel heel groot. Het tempo was veel sneller, en ik bots deze keer opnieuw op de nadelen van mijn gewicht. Hoe hard ik ook mijn best deed, kon ik maar niet de heuvels op, omdat ik simpelweg te zwaar ben. Halverwege de cursus was ik al helemaal op, omdat ik weeral te zwaar ben. De avonturenberg in Beringen is een marteling, omdat ik simpelweg te zwaar ben.
Tijdens de cursus is er veel gefilmd en gefotografeerd wat heel leuk is, maar ook enorm confronterend voor mij. Dan pas zie ik hoe ik er uit zie op de fiets, en dat vind ik verschrikkelijk.
En nog erger, kinderen zijn heel grof ook voor volwassenen. Meermaals krijg ik de opmerking: ‘juf wat heb je een dikke poep’ of ‘ juf, ik vind je veel te dik. ‘ En humor is de beste remedie om het probleem weg te lachen, maar soms is het gewoon genoeg.
En wanneer ik nog eens voor een derde keer naar de huisarts moet met veel te hoge bloeddruk en medicatie aanpassing trek ik definitief aan de alarmbel en neem ik voor de eerste keer een beslissing dat alleen voor mezelf is. Ik heb een afspraak gemaakt bij dienst obesitaskliniek in het ziekenhuis, met goedkeuring en ondersteuning van Bert en mijn diëtiste.
Ik wil van die kilo’s voor eens en voor altijd af raken, en als dat niet meer lukt op de ‘normale’ manier, zal het chirurgisch moeten.

Ergens heb ik het gevoel dat ik gefaald heb. Maar ik denk dat ik beter nu ingrijp dan dat ik wacht en mezelf helemaal laat gaan. Dat het fietsen nu niet meer aangenaam is voor mij, dat is de druppel en ik kijk uit naar een nieuwe start. De eerste stap is in ieder geval al gezet.

Wordt vervolgd






Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑