Ik heb dus een reset knop

3 jaar geleden Heb ik een blog geschreven over de voorbereidingen van een gastric sleeve, mijn voorbereidingen.
De bedoeling was dat ik een jaar lang regelmatig zou bloggen over dit proces na de operatie…. maar dat is niet gelukt.
De operatie wel, het afvallen ook, maar het schrijven niet. Het was een rollercoasterperiode boordevol emoties van blijdschap en verdriet, die ik toch lichtjes onderschat had.
De drang om het te doen lukken was zo tijdrovend en energieslopend dat ik het schrijven onbewust aan de kant heb geschoven.

Nochtans was ik begonnen aan een vervolg, en het was al een lang stuk. Maar toen ik na maanden opnieuw wou schrijven, merkte ik dat alles wat ik geschreven had verdwenen was op mijn computer. Eigen schuld- ik had beter moeten opslaan.
Maar het gaf me ook niet meer de moed om opnieuw te beginnen, waardoor er dus nog altijd geen vervolg is geschreven op het vorige.
En ik ga dat ook niet meer doen, het spijt me.
Ik vind de energie niet meer, en ik ben al veel kwijt in mijn herinneringen om alles opnieuw in detail neer te typen.
Maar ik ga wel proberen jullie in een notendop op de hoogte te brengen.


Drie jaar in een notendop

De operatie was dus geslaagd, ik herstelde goed.
Het voordeel van die coronagolf was dat ik in alle rust kon herstellen.
Het enige waar ik last van had, was een allergie op de pleisters- Amai die hebben gejeukt!

Het eerste dat ik mocht eten was een beetje bouillon en een tasje thee. Vijf hapjes en ik had genoeg, maar ik was oh zo blij dat ik eindelijk iets mocht eten.
Thuis kreeg ik opnieuw bouillon, gemaakt door mijn mama (liefde van de mama gaat door de minimaag) en yoghurt of pudding.
De eerste twee weken moest ik het doen met vloeibaar voedsel, daarna mocht ik rustig beginnen met een cracker, gewone soep en puree.
Ik weet nog dat ik dolblij was om weer vast voedsel te mogen eten.
Raar genoeg mocht ik fruit en groenten pas na ongeveer drie weken opnieuw eten.

Toen ik weer zo goed als alles mocht eten, begon ook het afvallen. (Daarvoor moest mijn lichaam nog wennen, en viel er op de weegschaal nog niet veel te zien.)
Na vier weken mocht ik op controle bij de chirurg, en ik kreeg de goedkeuring om rustig te sporten.

Vlak na de operatie moest ik van de chirurg op dag twee al uit bed om wat te bewegen — wat ik ook deed, tot tevredenheid van de verpleegster.
Toen ik thuis was, ging ik elke dag met Bert wandelen. De eerste keren gewoon in onze straat, maar daarna werd het blokje steeds wat langer.
Na vier weken was ik klaar om te sporten.
Op naar de fitness: rustig beginnen, niet heffen (dat mocht nog niet), enkel wat cardio.
Mijn energieniveau viel goed mee, al moest ik het toch rustig aan doen na het sporten.
Een fietstocht was nog wat te hoog gegrepen, maar dat kwam later wel.

Ondertussen ging ik weer werken — blij weerzien met de collega’s (nieuw tenue, want de kilo’s gingen er goed af) en de kindjes.
In maart begon het fietsseizoen weer met de club, maar daar kon ik nog niet bij volgen.
De eerste ritten deed ik met een elektrische fiets, maar dat is een ander verhaal.

Daarna ging het razendsnel.
Het sporten ging beter, al was het een uitdaging om genoeg energie te krijgen met het weinige dat ik at.
Ik kreeg complimenten over mijn uiterlijk, voelde me goed, en had echt mijn resetknop gevonden.

Dumpings

In het begin had ik veel schrik om een dumping te krijgen. Dat kan gebeuren als iemand met een gastric bypass of sleeve iets eet dat de maag niet goed kan verteren.
In de meeste gevallen is de enige oplossing dan het toilet — langs boven of langs onder.
Met een sleeve zijn dumpings niet zo snel, maar “vastlopers” wel: eten dat blijft steken door te snel of te hevig te eten.
Daarom is het heel belangrijk om goed te kauwen en rustig te eten — iets wat ik echt heb moeten leren in het begin.
Dumpings heb ik niet vaak gehad, alleen af en toe een gevoel van “flauw” zijn, een soort suikerval of benauwd gevoel.
Dat gebeurt meestal als ik iets eet dat te zwaar op de maag ligt, zoals een taart met veel pudding of roomijs.

Mentaal

Mentaal was het, zoals ik al eerder schreef, een rollercoaster.
Begrijp me niet verkeerd — ik was heel blij met mijn nieuwe kans en ik wou die met twee handen grijpen.
Het traject verliep perfect; zowel de diëtiste als de chirurg waren enthousiast over mijn aanpak.
Maar er waren ook goedbedoelde mensen die, bedoeld of onbedoeld, het mij mentaal moeilijk maakten.

Ik kreeg vaak de opmerking:

“Wat zie je er goed uit!… niet dat je er daarvoor niet goed uitzag, hè — begrijp me niet verkeerd.”

Ongemakkelijke momentjes, want ze beseffen dat de woorden verkeerd geformuleerd zijn.
Ik gebruik dan humor, zeg iets als “ik heb mezelf wat gekrompen” of “dit is een betere versie van mezelf.”
Toch krijg ik onbewust het gevoel dat ik vroeger lelijk was.
Dik zijn is in sommige mensen hun ogen blijkbaar lelijk. Al ligt dat gevoel deels aan mezelf.

Ik had lang moeite om te eten in het bijzijn van anderen, omdat ik vaak de opmerking kreeg:

“Zo weinig? Kan je nog altijd niet meer eten?”

Nee, dat is niet de bedoeling — ik wil niet bijkomen.
Of:

“Pak nog maar een stukje.”
“Nee dank je, ik heb genoeg.”
“Maar allez, een klein stukje dan.”
“Nee merci.”

Met dan een klein beledigd gezicht, waardoor ik me ongelooflijk schuldig voelde.
Maar als de maag vol is, is ze vol. En als ik dan verder eet, zet de maag uit — en is alles voor niets geweest.

Ook de goedbedoelde raad:

“Zie dat je nu niet weer bijkomt, hè, want ik ken er ene — amai, die was het dubbele terug bij!”

Alsof ik dat zelf niet wil vermijden.

Een nieuwe collega had eens getrakteerd op het werk, op een calorierijke puddingtaart.
Ik had dat niet voorzien en net thuis gegeten voor ik vertrok. We moesten allemaal een stukje eten.
Ik wou weigeren, maar ze nam het persoonlijk, dus nam ik beleefd een klein stukje.
Na een paar happen had ik spijt: misselijk, duizelig, zweetaanvallen — en toch proberen verder te werken.
De collega nam het me nog kwalijk dat ik de helft van dat stukje niet opat.
Ze wist van mijn operatie, maar begreep duidelijk niet wat dat allemaal inhoudt.

Datzelfde jaar merkte ik dat ik vergat te eten, of niet meer durfde eten in het openbaar.
Mentaal kon ik niet meer herstellen, en donkere gedachten namen de bovenhand.
Ik wist dat ik hulp moest zoeken en gas moest terugnemen — al was dat heel moeilijk toe te geven.

Verdict: burn-out.

Voor alle duidelijkheid: de operatie en het afvallen waren niet de oorzaak van mijn burn-out, maar wel een onderdeel ervan.
Een burn-out is het gevolg van veel factoren — te veel ineens. En dat “te veel ineens” was genoeg om mijn lichaam en geest te doen blokkeren.
Het heeft lang geduurd eer ik er weer bovenop was. Eerlijk gezegd denk ik niet dat ik er helemaal van af ben, of ooit zal zijn.

Maar ik had hulp gezocht en gevonden.
Ik leerde mezelf opnieuw resetten (alweer), ik leerde weer praten met de mensen die me lief zijn, en ik werd weer sterker.
Gaandeweg kon ik het werk opnieuw hervatten. De collega waar ik over schreef was vertrokken, en met het nieuwe team zat het goed.


-35 kilo later

Ik heb me dus meerdere keren helemaal gereset.
Ik heb vrede met mijn uiterlijk én mijn innerlijk.
Ik maak elke dag bewuste keuzes over voeding — met af en toe een zondig momentje, en dat is oké.
Het sporten gaat goed: lange afstanden op de weg, gravel en mountainbike.
Wekelijks probeer ik te fitnessen (al lukt dat niet altijd).
De diëtiste volgt me nog steeds op, wat goed is, zodat ik op het juiste pad blijf.

En schrijven — dat is lang niet gegaan.
Ondertussen heb ik voor de opvang al een paar zintuiglijke verhalen geschreven, waar ik later ook over wil vertellen.
Ik wil de draad opnieuw oppikken met deze website, en ik hoop hierbij een goede start te maken.

Het verhaal van mijn gastric sleeve wil ik bij deze afsluiten.
Dankjewel om de tijd te nemen om mijn verhaal te lezen.

Einde

Verzorg je… deel 2

Hartelijk bedankt voor de massale positieve reacties op mijn vorige blog ‘Verzorg je.’ Het geeft me energie om verder te doen met dit project. In mijn vorige blog heb ik vertelt over mijn fysieke en mentale achteruitgang dankzij een bepaald virus. Vandaag vertel ik verder, want zoals jullie ondertussen wel weten schrijf ik graag met een open einde. En ik maak mijn verhalen niet graag lang, omdat ik weet dat korte verhalen voor velen aangenamer lezen is. Veel plezier met Verzorg je deel 2, ik hoor graag naar jullie reacties. Kleine tip, lees eerst de vorige blog voor je aan deze begint.

Eind maart 2021

Hier lig ik dan, in het midden van een corona crisis, doodop en ziek. Bert is juist thuis, ik heb hem van zijn werk moeten bellen omdat ik verdachte symptomen heb, en Darya is ook van school gehaald om dezelfde reden.
Ik geraak niet uit mijn zetel, en ik moet wachten op mijn covid resultaat, maar Darya is natuurlijk redelijk energiek en Bert nog veel meer.
Hij beslist dan ook om de gang die we aan het verbouwen waren (een meerjarenplan, misschien mijn schuld, want ik verf niet graag) verder af te werken. Het enige dat nog moet gebeuren zijn plinten zetten.
‘Oh ja, doe dat maar’ zeg ik, waar ik een kwartier later al spijt van kreeg.
het materiaal halen van zijn werk kot achter het huis naar de gang is nogal lawaaierig. De plinten moeten op maat gezaagd worden, dat doet hij ook achter het huis, met de deur open. Hij komt binnen met de plinten door de woonkamer, om dan zo naar de gang te gaan, ook deur open. Ik bibber al van koorts, de trek van buiten kan ik missen als kiespijn. Opdracht voor Darya, de deur achter papa zijn achterwerk dicht doen. de eerste keren doet ze dat zonder morren, maar na de 3de keer is er al een zucht bij, en na de 10de keer wordt de zucht alsmaar luider, maar toch doet ze de deur telkens voor mij weer dicht.
Vanaf het moment dat ik in slaap begin te vallen is er natuurlijk nog geklop van de hamer bij, letterlijk.
Tegen de late namiddag is hij eindelijk klaar, en ons mama is terug van de winkel met een winkelvoorraad voor de hele week. Een kleine voorzorg als we in quarantaine moeten. Ze legt alles netjes aan de voordeur, en wanneer ze terug naar de auto stapt, zwaai ik aan het raam om te bedanken. Het maakt niet uit hoe oud je bent, maar vroeg of laat is er altijd wel een momentje dat je je mama nog eens nodig hebt. Ik ben enorm dankbaar dat ik die momenten nog kan koesteren.
Als Bert terug in de living is en de boodschappen uitpakt stel ik voor om morgen een rustiger bezigheid te zoeken. Zo een dag als vandaag kan ik maar één keer aan. Hij stelt voor om het huis eens te poetsen, en ik ga onmiddellijk akkoord.

Een hoestsiroopje

De volgende dag lig ik opnieuw in de zetel met Spike aan mijn voeten nog doodop van een hele nacht hoesten. Koorts is gelukkig weer gezakt, maar ik voel me nog zo slap als een vod, en mijn longen doen precies pijn.
Bert zijn activiteiten zijn inderdaad wat stiller, Darya heeft de spotify ontdekt en is naar boven in haar kamer aan het zingen en dansen op haar muziek. Ik geniet van de rust en slaap in stukjes, of als ik wakker ben kijk in naar de corona alert app waar ik normaal mijn test resultaten op krijg. Ondertussen krijg ik berichten van de leerkrachten van de wijkschool en van mijn collega’s van de opvang. De ondersteunende berichtjes doen me enorm deugd. Het is al bijna middag wanneer ik voor de zevende keer nog eens kijk en zie dat de resultaten binnen zijn. Tot mijn grote opluchting is het toch geen corona. Bert en Darya natuurlijk ook blij, en Bert beslist om dan maar de fiets te nemen met Darya en een bezoekje te brengen aan oma in Koersel. Voor mij allemaal goed, huis en rust terug voor mij. Ik bel ook naar mijn huisarts om te vragen wat ik het best kan doen dan om van die hoest af te geraken, en wat ik dan zou hebben.
‘ Een ander virus eh’ zegt hij.
‘ Er zijn nog altijd nog andere virussen in de lucht, maar dat vergeten we de laatste tijd precies. uitzieken voor de rest van de week, en neem maar een hoestsiroopje voor de hoest.’
mja, ok dan. Uitzieken dus, en veel rusten. Iets wat ik al de hele tijd al gedaan heb.
Naar Bert gebeld, en opdracht gegeven om bij de apotheek een goeie hoestsiroop te gaan halen, en ondertussen slaap ik weer in stukken en brokken, met Spike aan mijn voeten. Iedereen terug gebeld of berichtjes gestuurd met het goede nieuws, mijn moeder is dezelfde dag nog op bezoek gekomen, van Dimitri kreeg ik een antwoord op mijn bericht, “ok, verzorg je nog” zijn standaard zin dat ik de komende dagen nog veel krijg.

De volgende dag voelde ik me helemaal niet beter. Ik heb opnieuw een rusteloze nacht gehad met heel veel gehoest, mijn longen doen er pijn van, mijn ademhaling is kort. De hoestsiroop dat ik moest nemen van mijn huisarts is al redelijk goed gebruikt, maar ik voel geen verschil. Tegen de avond ben ik helemaal een wrak, ik besluit een warm bad te nemen, ik heb de indruk dat de warme dampen me goed doen, en ik val daarna in de zetel terug in slaap.
Jammer genoeg is het van korte duur. De hoestbuien zijn veel feller, alles doet pijn, vooral mijn longen, ik begin te piepen als ik adem. Ik kan niet meer liggen, want dan moet ik hoesten, dus ik probeer te slapen rechtop zittend. De hoestsiroop heb ik zelfs al bijna half leeg, en helpt helemaal niet. Ik maak opnieuw een afspraak bij mijn huisarts de volgende ochtend.
Darya gaat met een klein hartje naar school, ze heeft denk ik nog nooit meegemaakt dat haar mama zo ziek is. Ze mag me geen knuffel geven of een kus van mij, want ik ben niet echt gerust. Ik wil haar niet besmetten.

Ben je zo ziek?

Wanneer ik bij mijn huisarts aankom, ben ik volledig buiten adem. ik strompel binnen in zijn praktijk, ik ben best emotioneel. Het wordt allemaal een beetje te veel.
‘zeg het eens’ zegt hij.
‘ Ik kan niet meer ‘ antwoord ik.
‘ Is het nog niet beter? ‘
‘ Nee, helemaal niet. Ik hoest dag en nacht, ik slaap niet, alleen rechtop zittend, ik voel me ziek. ‘
‘ Dan kan je beter naar spoed gaan.’ zegt hij, maar hij bedenkt zich.
‘ Die test was niet juist. Ik ga je toch nog eerst opnieuw testen.’
opnieuw een stok in mijn neus, kleenex voor de tranen. Hij luistert naar mijn longen, die klinken niet zuiver maar ook niet zo erg, koorts heb ik voor het moment weer niet. Ik begin te twijfelen aan mezelf, en voel me eventjes een flauwe trees.
Ik ga van de onderzoekstafel af en strompel naar de stoel voor zijn bureau. Hij kijkt me aan, ik zit daar lijkbleek, doodop, snakkend naar adem.
‘ Ik ga je naar het medisch centrum in Beringen sturen. Je gaat naar beeldvorming, en je laat foto’s maken van uw longen. ‘
Hij krabbelt de instructies op een papier voor daar af te geven.
‘Ga maar onmiddellijk door van hieruit, en bel deze avond naar mij voor de uitslag van de foto’s. Als het geen corona is, dan is het denk ik een longontsteking.’
Ik ga terug naar buiten en stap in de auto. Wat moet ik doen? naar het medisch centrum, ik heb het papier in mijn hand. Moet ik iemand verwittigen? Niemand is thuis. Bert is sinds gisteren terug aan het werk, mijn ouders zijn ook allebei aan het werken, en mijn briefje loopt tot eind van de week. Nee, wacht ik moet het werk wel verwittigen, dat ik misschien toch corona heb. Ik stuur snel een whatsapp naar de collega’s, en ik besluit nog eventjes te wachten om de dienst te verwittigen.
Ik start mijn auto en rijd naar het medisch centrum. Gelukkig is het niet ver, maar het autorijden is moeilijk. Ik ben heel slap, en ik word emotioneel. onderweg hoor ik mijn gsm plimpen, maar ik kijk niet. Ik heb mijn concentratie nodig.
Eens binnen in het centrum meldt ik me aan en ga ik naar medische beeldvorming. Ik heb mijn mondmasker niet meer uit gedaan vanaf het moment dat ik vertrokken ben thuis, dus ik ben helemaal buiten adem en ik bibber wanneer ik mijn briefje van de dokter aan de medische secretaresse heb gegeven.
Ze kijkt me aan en vraagt: ‘heeft u een afspraak?’
‘ Nee, mijn huisarts heeft me onmiddellijk door gestuurd’ zeg ik.
de secretaresse zucht.
‘ Met de huidige maatregelen moet u een afspraak maken. U mag niet meer zomaar naar hier komen, dat had uw huisarts moeten weten.’
Ik word rood achter mijn mondmasker.
‘ Dat wist ik niet, en ik denk ook niet dat mijn huisarts dat weet. Ik heb alleen gedaan wat hij me gezegd heeft.’
‘ Ja, dan weet u dat in de toekomst. Ga maar zitten mevrouw, mijn collega komt u zo dadelijk roepen, maar dat kan nog eventjes duren.’ klantvriendelijk is ver te zoeken.
Ik ga zitten op een stoel dat vrij is, met voldoende afstand van de andere mensen die er zitten.
Ik neem mijn gsm, en de collega’s hebben al gereageerd. In tijden van nood kan ik op hen rekenen, en ik ben hun daar enorm dankbaar voor. Ze troosten me, hebben medeleven, en ik begin natuurlijk te janken puur van wanhoop en emoties. Ik voel me weeral een flauwe trees. Daar zit ik dan in de wachtzaal op mijn tanden te bijten om mijn tranen te bedwingen, en vooral niet te hoesten.
Plots krijg ik het heel koud, ik voel me koortsig. Nu wanneer ik niet bij de dokter ben krijg ik weeral koorts. Ik denk dat mijn lichaam de koortsthermometer van mijn huisarts niet vertrouwt.
Gelukkig moet ik niet lang wachten in het centrum, ik ben na een kwartier al aan de beurt.
De verpleegster stuurt me naar een hokje, en ik moet mijn trui, T-shirt, en BH uit doen. Wanneer ik wacht op de verpleegster die me zegt hoe ik moet staan, sta ik te bibberen over heel mijn lijf. Ik moet met mijn armen omhoog tegen de koude plaat staan. Blijkbaar sta ik nog niet goed, de verpleegster zet me goed met mijn borstkas zo goed mogelijk tegen de plaat.
‘ amai u gloeit!’ zegt ze.
‘ gaat het mevrouw? bent u niet goed? ‘
‘nee’, zeg ik heel hard op mijn tanden bijtend.
‘ Dan gaan we snel doordoen, dan kan u uw kleren terug aandoen.’
Ik ga hier helemaal mee akkoord, want ik wil nu niks liever als in mijn bed kruipen.
Als de foto’s zijn genomen mag ik me terug omkleden. In de achtergrond hoor ik een paar verplegers binnenkomen met een paar bussen alcoholspray en spuiten ze het hele toestel waar ik net gestaan had nat met ontsmettingsmiddel.
De verpleegster die me net geholpen heeft komt naar me toe.
‘ Normaal zijn de foto’s al over een uur naar uw huisarts verstuurd, dan zal u de uitslag wel snel weten. Heeft u al een covid test gedaan?’ vraagt ze.
‘ Ja, al 2 keer ‘ zeg ik.
‘De eerste was negatief. Ik heb een half uur geleden een 2de test gedaan.’
‘ Het kan natuurlijk ook iets anders zijn, er zijn nog andere virussen in de lucht.’
Dat heb ik nog al gehoord, en ik draai met mijn ogen in mijn hoofd.
Hoe ik naar huis ben gereden weet ik niet zo goed meer. Mijn hoofd tolt, ik ben heel emotioneel, en ik laat de tranen de vrije loop.
Maar de rest van het verhaal vertel ik een volgende keer.

Wordt vervolgd




Foto door Polina Tankilevitch op Pexels.com

Gezond willen zijn, betekent plannen

Als er 1 onderwerp is wat mijn diëtiste me altijd aan doet herinneren is dat gezond eten en sporten alleen maar samen gaat als je alles goed plant.
Dus vorige week heb ik alles tot in de puntjes mooi geplant. Een hele zondag bezig geweest met het zoeken van aantrekkelijke recepten, een boodschappenlijstje gemaakt om maandag naar het front te kunnen gaan, en zelfs de momenten geplant om te sporten.
Wat top van mij, dikke pluim verdiend.
De realiteit is altijd wel net ietsje anders. In het front waren niet alle artikelen dat ik moest hebben aanwezig. Dus dat begon al goed, en nee ik ga niet graag winkelen, al denkt Bert van wel, dus ik heb zeker een hekel om dan nog naar een andere winkel te gaan. Op maandag is dat trouwens moeilijk, want ik ga naar de winkel op maandag voormiddag, en dan is alleen de Aldi of de Lidl hier in de buurt open. De andere supermarkten openen pas op maandag namiddag, maar dan heb ik geen tijd want dan moet ik naar mijn werkfront.
Dan maar alleen de artikelen halen dat ik in deze winkel vind, met het gedacht woensdag dan nog maar eens naar de winkel te gaan.
Dit was trouwens mijn weekmenu:

maandag: Spinaziepuree met blinde vink
dinsdag: chili con carne met rijst
woensdag: ossentong in Madeirasaus
donderdag: wortel-witte kool salade met kip
vrijdag: kebap
zaterdag: spaghetti bolognaise
zondag: keuze Darya

Ik had echt wel zin om eens nieuwe dingen te proberen. Ik heb nog nooit chili con carne gemaakt, en ik heb al zeker nog nooit ossentong in madeirasaus gemaakt. Dus recepten gezocht, gegoogled, en filmpjes gekeken.
Maar net als bij winkelen viel mijn planning met het koken ook wat in het honderd. Doordat ik niet alle ingrediënten gevonden had, heb ik wat moeten omgooien.
Wanneer ik maandag het gekochte beleg weg legde in de frigo, zag ik dat Bert de overschot van de spaghetti van de dag ervoor niet meegenomen had naar zijn werk. Het was eigenlijk nog veel, genoeg voor Darya en Bert. Dus besloot ik om het me gemakkelijk te maken. Ik had verse kervelsoep gemaakt, ik heb een portie opzij gezet en zij konden de spaghetti opeten na de soep, en ik zou eventueel een boterhammetje kunnen eten met de soep, maar dat heb ik uiteindelijk niet gedaan, want ik was nog niet ok met mijn darmen.
De blinde vink was dan voor dinsdag, maar mijn zin voor spinazie was er niet echt. Ik zag dat ik nog wortelen had in de frigo, en nog wat selder. Een stoofpotje van groenten met blinde vink is ook wel lekker, en was dus ook ons avondeten voor dinsdag. Maar vroeger was dinsdag ook mijn sportdag., het was geen ideaal weer om te fietsen, heel veel regen in de ochtend. Wanneer mijn eten klaar was om dan s’avonds op te warmen, heb ik de hond wakker gemaakt en hem van zijn kussen gesleurd om met mij mee te gaan wandelen.

En onze spike wandelt wel graag, en is heel braaf onderweg zolang we geen wandelaars met honden tegen komen. Dan verandert mijn braaf bobke naar een hele boze wolf dat ik amper in bedwang kan houden. Deze keer ook weer, en dan was het nog een vrouw die haar hond niet aan de leiband had. Haar hond zal wel braaf zijn, en goed luisteren, maar de mijne verandert in een seconde van een lamme goedzak naar een zeer agressieve dalmaat dat klaar staat om aan te vallen. Ik doe mijn best om Spike bij mij te houden aan de leiband, hij heeft zelfs een muilkorf op moest hij toch uit mijn handen schieten, maar ik wordt zelf kwaad als ik zie dat de andere hond los loopt en de bazin amper moeite doet om haar hond bij haar te houden als ze ziet dat ik worstel met de mijne. Dus mijn wandeling was niet zo ontspannend, en eigenlijk niet zo mijn ding. Dan toch nog liever fietsen.
Woensdag was dan mijn 2de kans om alles te vinden aan het front. Het is me best wel gelukt deze keer, mijn darmen waren ook rustiger en dan ben ik toch naar een paar winkels kunnen gaan. Voor alle duidelijkheid, ik heb alles respect voor de winkelbediendes, het is niet gemakkelijk om in deze omstandigheden de rekken bij te vullen. Daarmee dat ik winkelen, soms naar het front noem. Het lijkt precies soms wel een beetje oorlog, met plunderingen en geen respect hebben voor het personeel die daar werken.
Het enige dat ik nog niet had, was de ossentong zelf. Dus omdat mijn menu toch in de knoop was, heb ik maar besloten om de ossentong zaterdag te maken, want er kruipt toch wel veel voorbereiding in.
Op woensdag stond dan Chili con carne op het menu. Bert heeft vanaf het moment dat ik het menu gemaakt had gegrommeld, want bonen is niet zijn ding. Als kind heeft hij zelfs al eens alle bonen uit de hof van zijn ouders geplukt omdat hij onkruid moest plukken. Hij heeft toen alles geplukt, ook de planten waar nog geen bonen aan hingen. Deze keer heb ik dan niet toegegeven, en heb ik toch chili gemaakt. Het enige dat ik er niet bij had gedaan was de echte chilipeper. Wij zijn niet zo voor pikant, en mijn darmen al helemaal niet, dus het recept een klein beetje aangepast, maar nu was het wel wat te flauw. nota tot mezelf, heel lekker, maar niet vergeten te kruiden. Tot mijn verbazing vond iedereen het lekker thuis, dus nog een gerechtje (Jeroen Meus style) om bij te houden.
Donderdag voor de eerste keer in heel lange tijd geprobeerd om terug witte kool te maken. Niet dat ik dat niet lust, maar mijn darmen gaan hier nooit niet mee akkoord als ik iets van kool eet. Ik had witte kool gecombineerd met geraspte wortel, en daar een yoghurtsausje bij gedaan. Een heel lekkere combinatie, en tot mijn grote vreugde, geen nachtelijke bezoekjes gehad op de pot.
Op vrijdag heeft Bert zijn zin gekregen, en kebap gegeten. Ik zelf heb me braaf aan soep gehouden en de overschot van Darya haar kebap.
Zaterdag stond de ossentong op het menu. Na een paar dagen te googlen hoe ik hier aan moet beginnen, en een dag eerder naar de slager te gaan, was het dan toch zo ver. Bij de slager had ik een grote tong gekocht, vers van de koe. Hier moet je echt wel niet vies van zijn, amai mijn maag heeft een paar keer omgedraaid als ik dat ding in papier verpakt zag liggen. Vroeger tijdens mijn stage in de grootkeuken van het rusthuis heb ik dikwijls ossentong moeten pellen waardoor ik lang geen tong meer wilde eten, maar nog meer vroeger was dat bij mijn grootouders traditie op kerstmis. Mijn grootmoeder maakte altijd dan heerlijke ossentong in madeirasaus voor de hele familie. Een lekkere rode saus met champignons uit blik, (iets wat mijn moeder nooit gebruikte, alleen verse champignons) met sneetjes ossentong. Zonder na te denken at ik dat vroeger heel graag. Na zoveel jaren later met veel kerstfeesten zonder ossentong en zonder mijn grootouders had ik zin om toch eens een meesterlijke klassieker te maken. Wat zou ik zo graag het recept van mijn grootmoeder willen evenaren, maar dat zal me nooit lukken. Dus met veel opzoekwerk, en raad van mijn eigen moeder zelf geprobeerd om de saus te maken.
Best wel goed gelukt vind ik, alleen toch nog altijd niet hetzelfde. Ik vrees dat de ossentong van mijn grootmoeder toch wel een beetje heilig in mijn ogen zal zijn.

Maar wat doe ik dan met nog zoveel bouillon? juist, soep maken! De soepketel gevuld met alle groenten dat ik nog had in de frigo, de bouillon erbij gedaan en een paar tomaten in blik erbij gekapt. Best wel een heel lekkere soep, en genoeg gemaakt voor porties te vullen om in de diepvries te steken. Maar na al dat koken is mijn keuken een ravage. Hoe ik ook mijn best doe om niet de hele keuken overhoop te halen, lukt het me niet om netjes te werken. Maar zoveel koken, en zoveel terug opruimen, dan heb ik geen tijd meer om te fietsen. Na die 1 dag wandelen heb ik niks meer van fietsen of wandelen gedaan. Dus misschien toch niet een ideale evenwichtige week gehad?
Volgende week, een nieuwe week met misschien een betere planning.

wordt vervolgd


Rommelige keuken voor en na




Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑