Prins carnaval is verliefd (deel 3)

Charlie schrijft een briefje met de namen Joyte, Femke en Marie als finalisten op en geeft het door aan de juryleden. De juryleden lezen één voor één het briefje en steken hun duim op naar Charlie. De hofnar komt het briefje halen en gaat dan terug naar het podium.
‘ Dames en heren, mag ik uw aandacht. De juryleden hebben van alle kandidaten 3 finalistes gekozen. Voor alle duidelijkheid waren alle kandidaten goed, en was dit een zware beslissing.’ zegt de hofnar.
Echt niet. denkt Charlie.
‘ De 1ste finalist is,…. Joyte!’ er komt een applaus vanuit het publiek en Joyte komt huppelend op het podium.
‘ De 2de finalist is….. Femke!’ opnieuw is er applaus, vooral van de balletvereniging achter in de zaal, En Femke komt op het podium met een grote glimlach en een spagaat.
‘ Ja, nou, hopelijk doet het geen pijn?’ vraagt de hofnar aan Femke die gracieus weer opstaat.
‘ En de laatste finalist is…. Marie!’ Voor Marie wordt nog het luidst geapplaudisseerd. Marie komt stilletjes het podium op met een gezicht alsof ze overtuigd is dat ze dit allemaal maar droomt.
‘ De finalisten mogen dadelijk hun voorbereiden op het volgende. Ze mogen straks na de korte onderbreking om beurten het podium op in volle prinses carnaval kledij, en ze krijgen dan een vraag waar ze een antwoord op moeten geven. Wie het meest prinses carnaval waardig is zal de wedstrijd winnen. ‘ Zegt de hofnar.
Opnieuw applaudisseert het publiek, om daarna naar de toog te gaan om wat te drinken of een snack te bestellen. Bij de toiletten is nu ook aanschuiven.
Charlie gaat achter het podium naar de kandidaten om hun te bedanken voor hun deelname, om dan daarna naar de finalisten te gaan om hun te feliciteren.
‘ Goed gedaan dames. Ik heb genoten van jullie voorstelling.’ zegt Charlie.
‘oh, haha, dank u,’ zegt Femke. ‘Ja ik doe al ballet van kindsbeen. Ik had kunnen optreden tussen de groten zegt mijn moeder altijd.’ zegt ze opdringerig. Dan duwt Joyte Femke opzij om haar beurt van de aandacht op te eisen.
Ik heb altijd goocheltrucs gedaan. Eerst samen met mijn vader, en daarna zelf, want ik was al snel beter dan mijn vader.’ stoeft Joyte.’
Marie houdt zich op de achtergrond. Charlie kijkt in haar ogen wanneer Marie opkijkt. Hij hoort nog vaag het gestoef van de 2 andere dames, want Charlie is betovert door Marie haar prachtige blauwe ogen. Waarom is hem dat nooit niet eerder opgevallen? Marie lacht verlegen.
‘Je hebt prachtig gezongen, proficiat.’ zegt Charlie.
‘ Dank u sire.’ zegt Marie.
Femke lacht om de opmerking van Marie. ‘ Sire?’ Charlie is geen echte prins. Haha hoe belachelijk!’
Marie bloost, mompelt ‘sorry’ en loopt weg naar de kleedkamers.
Charlie draait zich om naar femke en is boos.
‘ Iedereen die deze carnaval groep kent, weet dat u de prins carnaval met respect moet behandelen zoals een echte prins.
Ik ben verkozen door mijn volk, en ik ben met veel eer hun prins het hele jaar. Dus mijn volk spreekt mij aan als Sire of uwe hoogheid, wanneer ik dit kostuum draag. Als u graag prinses carnaval wilt worden is dat iets dat u had moeten weten. Dit is niet zo een goede indruk dat u maakt juffrouw.’ Zegt Charlie op een hele strenge toon. dat zal ze leren denkt hij.
Charlie gaat Marie achterna, maar ze loopt naar de kleedkamers en doet de deur toe. Charlie twijfelt eventjes, maar klopt dan toch 3 keer zachtjes op de deur.
‘Marie, trek je het niet aan. Je hebt een goede indruk achtergelaten bij het publiek….en mezelf. wees jezelf, en wees vooral eerlijk, dat is het belangrijkste. Alles komt goed Marie, doe je best. Oh ja, en stel in jezelf voor dat de zaal helemaal leeg is. Kijk desnoods maar naar 1 punt of voorwerp, zoals een tegel op de vloer in het midden van de zaal.’
Marie heeft elk woord gehoord dat Charlie gezegd heeft Ze zucht eens heel diep terwijl ze met de rug tegen de deur leunt. Wat is ze toch verliefd op deze man, al jaren. Eindelijk ziet hij haar staan, al moet ze haar daarvoor open stellen.


Charlie laat Marie achter en gaat snel wat drinken halen, om dan terug op zijn stoel aan de jury tafel te zitten. De Hofnar komt naar Charlie toe wanneer hij net van zijn cola zero drinkt op zijn plaats aan de tafel.
‘Wat denkt u Sire? Is er al een kandidaat dat u als prinses ziet?’
‘ Ja’ zegt Charlie. ‘ Ik vond Marie wel mooi zingen, maar ze is verschrikkelijk verlegen. Ik ben benieuwd hoe ze dadelijk zal presteren.’
‘Joyte zou ook een goede kandidaat zijn. ‘ stelt de hofnar voor.
‘ja, je hebt gelijk,’ de twijfel schiet door de gedachten van Charlie.
‘ Begin maar met de finale, het publiek zit grotendeels al terug op hun plaats.’ Zegt Charlie

De hofnar neemt terug zijn plaats op het podium met de micro, en vraagt aan het publiek om terug op hun plaatsten te gaan zitten, of te hangen aan de toog.
‘Welkom dames en heren, voor onze 2de deel van de show. De kandidates gaan dadelijk één voor één op het podium in prinses carnaval kledij. Graag wil ik een applaus voor: Joyte!’
Joyte krijgt een mooi applaus van het publiek wanneer ze vol trots op het podium stapt, heel voorzichtig met haar hoofd in de lucht, zwaaiend naar het publiek. Ze heeft een rode jurk aan met grote pof mouwen zoals een echte sprookjes prinses, en ze heeft haar haar mooi opgestoken.
‘Femke!’ Ook Femke krijgt een warm applaus. ze gaat veel zelf zekerder op het podium alsof het niet de eerste keer is dat ze een groot gala kleed aan heeft gehad. Femke haar carnaval kledij is blauw, ook met gepofte mouwen aan de schouders, en wit afgewerkt. Het lijkt precies of Femke ook een lange cape aan heeft, en het wit is nep bont.
‘En tenslotte: Marie!’ Marie is iets voorzichtiger als ze het podium op gaat. Ze heeft een zwart gala kleed aan, met witte gepofte schouders. van de schouders, tot de hals is afgewerkt met sjablonen van witten bloemen, zoals de edelweiss. Ook Marie draagt een korte cape met hoge kraag, vanonder wit, en de bovenkant zwart.
Wanneer Marie haar kleed een beetje omhoog doet om niet te struikelen ziet Charlie dat ze sneakers aan heeft, en geen pumps zoals de 2 andere dames.
‘ Het mooie kledij dat de dames dragen, dames en heren, zijn geleend door onze lokale carnaval winkel van de gebroeders Winters. Graag een warm applaus hiervoor.’ Zegt de hofnar
‘ Enkel de dame dat wint mag het mooie prinsessen klederdracht houden voor een jaar.’
‘ Graag zou ik nu onze prins Hendrik op het podium roepen die een vraag zal stellen aan de 3 kandidates. Degene die het beste antwoord kan geven zal de winnares zijn.’
Onder luid applaus gaat Charlie van zijn stoel en loopt het podium op met een envelop in zijn handen. Charlie heeft dagen moeten denken welke vraag hij zou stellen, en heeft zelfs geen raad gevraagd aan de anderen.’
Hij neemt een briefje uit zijn zak en steekt het recht voor zich uit. Hij ademt goed in en uit, want de zenuwen gieren door het lijf.
‘ Hier komt de vraag: Wat betekent carnaval voor u? ‘ Zegt prins Hendrik
‘ En Joyte mag beginnen’ Joyte, krijgt een applaus.
Joyte stapt naar voor, ze denkt eventjes na, en neemt dan de microfoon van de hofnar om te antwoorden.
‘ carnaval is de stoet, dat lijkt op een grote podium. Ik zie vooral veel jongleerders rondom mij… ik bedoel ons.’ corrigeert ze snel. ‘
‘ Ik zou confetti en snoep naar de mensen gooien, en natuurlijk ook pamfletten voor mijn volgende show.’ zegt Joyte met een brede glimlach.
Charlie kijkt snel naar de jury, en ziet bij iedereen dat ze haar naam doorstrepen op hun blad. Charlie is er helemaal mee eens.
‘ Ok, dankjewel Joyte. Femke mag antwoorden.’ zegt Charlie Ook femke krijgt een applaus.
Femke stapt naar voor en neemt de microfoon.
‘ Carnaval zijn de Bals. Fijn feesten, en dansen op de dansvloer met mijn mooie outfit. ja, dat is carnaval.’ zegt Femke zelfzeker.’
Ook op dit antwoord is de jury niet mee akkoord, en Charlie al zeker niet.
‘ Dankjewel, u mag terug op uw plaats staan.’ zegt Charlie.
‘ Marie mag naar voor komen. ‘ Als laatste krijgt Marie ook een applaus.
Marie stapt naar voor met haar gezicht naar beneden. Ze neemt de microfoon en ze neemt nog eens een diepe zucht. Charlie heeft er geen goed gevoel bij.
Maar dan heft Marie haar hoofd omhoog en kijkt ze zelfzeker naar het publiek, met een glimlach.
‘ Carnaval zijn de mensen ‘ zegt Marie. Al de leden van de carnaval groep die een heel jaar door werken aan hun wagen en de kostuums. die hun carnaval vertegenwoordigen op alle bals, en tijdens de stoeten. Die er zijn voor elkaar, en steunen door dik en dun. Die hun prins eren, met alle tradities, en gewoon vrienden zijn.’
Dan kijkt Marie naar Charlie, in zijn ogen. ‘Carnaval is er zijn voor elkaar’ zegt ze als afsluiter, maar vooral tegen Charlie.
‘Dank u Marie’ zegt Charlie met een glimlach en een knipoog.
Femke wordt beloond met een daverend applaus.
Charlie kijkt naar de jury die allemaal instemmend knikken.
De hofnar neemt opnieuw de microfoon, en het woord.
‘Sire, nu is het aan u om uw prinses te kiezen. Wie van deze 3 dames wordt de nieuwe prinses carnaval?’
Charlie is heel zeker van zijn antwoord, maar beslist toch om te doen alsof de beslissing moeilijk was.
‘ Beste kandidates, jullie waren heel sterk van antwoord maar ook zeer uiteenlopend. Er kan namelijk maar één winnares zijn, en ik moet toegeven dat deze keuze moeilijk is. (absoluut niet) Toch wil ik hier mijn hart volgen,
en dat is…..
‘ MARIE!’ Er volgt een daverend applaus van iedereen in de zaal. Marie is enorm opgelucht en blij, Femke en Joyte klappen beleefd maar hebben allebei een heel zuur gezicht dat ze niet kunnen verbergen.
De hofnar komt met een kroon om op Marie haar hoofd te zetten en krijgt een scepter met het wapenschild van de carnaval groep in haar hand.
Dan neemt de hofnar de microfoon.
‘ Dames en heren, mag ik nog een daverend applaus voor onze prins en prinses van de orde van de Zotte Ridders Van De Bakker Prins Hendrik de 4de en prinses Marie de 1ste! ‘
Tijdens het applaus neemt Charlie marie haar hand en stappen ze samen naar voor op het podium. Minutenlang wordt er geapplaudisseerd, maar op de achtergrond is wat tumult.
de 2 andere dames hebben geprobeerd om stiekem van het podium af te gaan, maar Femke die op nogal hoge pumps rondliep ging na joyte de trap af, en struikelde door op haar gala kleed te trappen, en viel voorover de trap af, en nam Joyte mee bij haar val.
Charlie en Marie gaan ook na het applaus het podium af. De hofnar nodigt als laatste nog iedereen uit voor hun carnavalbal volgende maand, en wenst dan iedereen nog een fijne avond.
‘ Wat is er gebeurd? ‘ vraagt Charlie aan een van de ridders die de dames probeert te kalmeren.
Ridder Maarten legt het tafereel uit, die heel veel moeite doet om zijn lach in te houden.
‘ Kijk nu! zegt Femke ‘ Een scheur in mijn kleed! Al maar goed dat dat niet van mij is.’
‘ Ik vrees toch dat u de herstellingen gaat moeten vergoeden, bij de gebroeders Winters. U mocht deze outfit alleen maar lenen. Een van de gebroeders komt net aangelopen.
‘ Regel dat maar met deze man.’ En Femke stormt boos naar meneer winters.
‘ Alles in orde Joyte? vraagt Charlie.
‘ Enkel een blauw oog. Ik ben blij dat ik niet gewonnen heb. Carnaval is toch niks voor mij. ‘ zegt ze, en ook zij loopt weg met een zak ijs op haar oog.

De volgende dag is alles terug normaal, met toch een paar veranderingen. Marie werkt nog steeds in de bakkerij van Charlie, maar deze keer praat ze. Ze is veel vrolijker, minder verlegen en ze hebben samen iets gemeen, namelijk de carnaval. Charlie en Marie kunnen uren praten met elkaar. Soms zelfs tot ver na het sluitingsuur. Charlie kookt dan voor haar en dan blijft ze eten. Op een gezellige avond zoals deze heeft Charlie, Marie voor de eerste keer een kus gegeven, en wat gaf dat vlinders in de buik. Vanaf dan zijn Charlie en Marie een koppel, bestemd om samen te zijn. Marie is voor Charlie echt het ontbrekend puzzelstukje in zijn leven. Ze geeft hem rust en geborgenheid. Charlie geeft dan weer meer durf aan Marie. Als Charlie in de buurt is, durft Marie veel meer, en is ze minder bang. Ook de hofnar is blij met deze veranderingen. Charlie is veel aangenamer, en heeft minder driftbuien. Nu is de groep compleet en helemaal klaar voor een nieuw carnaval seizoen.

EINDE













Prins carnaval is verliefd (deel 2)

Een paar weken later gaat de talentenshow in het gemeentehuis door. Er zijn veel kandidaten komen opdagen, allemaal met de bedoeling om prinses carnaval te worden. Charlie kijkt naar de dames die zich achter het podium aan het klaarmaken zijn. Een paar zijn hun stem aan het opwarmen, eentje is ook haar viool aan het stemmen. Sommige dames zijn aan het stretchen om waarschijnlijk straks te dansen. Nog een andere dame is haar goocheldoos aan het nakijken, en helemaal in het uiterste hoekje zit nog een dame, helemaal alleen in stilte. Charlie wilde net dichterbij komen om te zien of hij de dame herkent, maar iemand tikt net op zijn schouders om zijn aandacht te eisen.
Als Charlie zich omdraait ziet hij dat het zijn hofnar is.
‘ Wat moet je?’ zegt prins Hendrik en beetje grof want hij voelt zich verstoort.
‘ Vergeef me dat ik u kom storen Sire, maar we gaan aan de show beginnen en u moet aan de jurytafel gaan zitten.’
‘ Oh, ja…inderdaad het is al tijd’ zegt de prins, en hij gaat naar het kamertje naast de zaal waar zijn koninklijk carnaval kledij klaar ligt. Wanneer Charlie zijn pak aan doet hoort hij in de verte de mensen in de zaal toestromen.
Eventjes later komt de hofnar binnen om te kijken of de prins klaar is, zodat ze met de talentenshow kunnen beginnen.
De prins geeft een duim omhoog als teken, en ze gaan samen de deur uit. De prins wacht nog eventjes achter het podium tot de hofnar op het podium staat om te dienen als gastheer. Een perfecte job voor de man denkt Charlie.
De hofnar krijgt een applaus van de toeschouwers, en dan valt er een stilte.
‘ Dames en Heren, hartelijk welkom in het gemeentehuis. Vanavond zal prins Hendrik de 4de van al onze kandidates een geschikte prinses carnaval kiezen. Eerst moeten de dames zich bewijzen in de talentenshow. De dames mogen een voor een op het podium komen, en ze krijgen 2 minuten de tijd om hun talenten te laten zien voor de prins en onze Jury.’ zegt de hofnar, en wijst naar de jurytafel.
‘Maar eerst vraag ik een warm applaus voor PRINS HENDRIK DE 4DE, PRINS VAN DE ORDE VAN DE ZOTTE RIDDERS VAN DE BAKKER!’
De prins komt op het podium en zwaait naar het publiek met op de achtergrond het lijflied van de carnaval groep gezongen door de leden van de Orde.

” Van s’morgens vruug tot s’avonds loat,
stoan de bakkers steeds paroat.
bruuden worden gebakken int midden van de naacht
zuu vers van den oven op tafel, of wat had je gedaacht
Mor up carnaval bakken we gein bruud, we drinken een pint
en zingen ons lied, pas mor up da ge nie verschiet
want up carnaval, is pret van al
ALAAF ALAAF ALAAF! “

Wanneer het lijflied stopt gaat de prins in het midden van de jurytafel zitten onder luid applaus van het publiek en de andere juryleden. De show kan eindelijk beginnen.

De eerste kandidate is de dochter van de slager, Ellen. Ze komt zelfzeker met grote passen en neus in de lucht op het podium. Ze is mooi opgemaakt en heeft een paars kleedje aan. Best wel een goed begin denkt Charlie, tot Ellen begint te dansen.
Ze zwaait vol overtuiging met haar benen en armen, niet echt in de maat van de muziek. tussendoor probeert ze zelfs een pirouette, maar loopt mis. Ellen beland met haar benen verkeerd op het podium en moet al hinkend en vloekend haar dans staken.
Charlie zet een kruisje naast haar naam op zijn notities.
De volgende die mag proberen is Inge, zij is de dochter van de schooldirecteur. Inge heeft een net mantelpakje aan, een brilletje op haar neus en haar haar is in een hoog dotje op haar hoofd. Eigenlijk heeft ze iets weg van een strenge juf. Inge komt een gedicht voordragen. Maar het gedicht is lang, en saai en heel eentonig. Al snel is de helft van de zaal niet meer aan het luisteren en klinkt er geroezemoes in het publiek. Na 2 minuten komt de hofnar tussenbeide, want Inge haar gedicht is nog lang niet uit, maar de zaal is helemaal niet meer aan het luisteren. Opnieuw zet Charlie een kruis achter haar naam.
Zo gaat het nog een tijdje door met allemaal kandidates die maar matig optreden of waar het niet lukt zoals het zou moeten. Na een tijdje is er dan toch eindelijk een kandidate die in Charlies ogen in de finale zou passen. Joyte deed een mooi goochel truck met een konijn en een hoed, dat duidelijk in de smaak viel bij het publiek. Ze ziet er vrolijk en sympathiek uit, en ze mag ook wel gezien worden. Dus voor het eerst deze avond kan Charlie een vinkje achter een naam zetten.
Na een reeks kandidaten zijn er niet veel overgebleven. Na Joyte heeft Femke nog een mooie ballet voorstelling gegeven dat op veel applaus kon rekenen van het publiek, en na haar moet de laatste kandidate nog optreden. Heel eventjes ziet het ernaar uit dat er maar 2 finalistes zouden zijn, tot de laatste kandidate heel rustig en verlegen naar het podium komt gestrompeld.
Het is een mooie slanke dame, met een mooi groene jurk en haar haar netjes los tot over haar schouders. De dame heeft een brilletje aan, dat Charlie herkent. Het is hetzelfde brilletje als die van Marie. Wacht eens… Dat is Marie! Charlie gaat rechtop zitten, en kijkt goed naar Marie, maar zegt geen woord. Hij wilt haar niet afschrikken. Wauw wat is ze mooi, denkt Charlie.
Op de achtergrond begint muziek te spelen vanuit de boxen en Marie neemt de microfoon in haar handen. Ze is enorm zenuwachtig denkt Charlie want ze bibbert met haar hele lichaam.
Maar dan begint Marie te zingen met haar ogen toe. Een nummer van Adele, Make you feel my love. Ze zingt prachtig, rustgevend met een fantastische zachte stem. De hele zaal luistert met één adem naar het gezang van Marie, ook Charlie is helemaal betovert. Waarom heeft hij haar nooit horen zingen? Ze zingt zo prachtig. Ridder Maarten geeft een zachte por naar Charlie. Wanneer Charlie naar hem kijkt, geeft hij een duim omhoog en ziet hij dat ook de andere juryleden het geweldig vinden.
Als Marie stopt met zingen wordt ze beloont met een daverend applaus van iedereen.
Marie die al die tijd met haar ogen toe heeft gezongen, geeft nederig een buiging en wuift naar het publiek om dan zo snel mogelijk van het podium af te gaan.

Wordt vervolgd!






Prins carnaval is verliefd (deel 1)

In een klein huisje woont een prins.  Een mooie jonge prins die alleen maar prins mag zijn tijdens carnaval.
Zijn naam is prins Hendrik de 4de, maar iedereen noemt hem Charlie.  Als Charlie geen prins is, dan is hij bakker.  Elke dag bakt hij brood voor de klanten, hij werkt heel hard.  En op zondag sluit hij de winkel een beetje vroeger om dan op tijd naar de carnaval te gaan.
Wat doet Charlie dat toch graag, en wat is hij graag gezien bij zijn klanten en op carnaval.  Maar toch is Charlie een beetje eenzaam.  Er is namelijk geen prinses.  Charlie is al jaren aan het zoeken naar de juiste kandidaat, maar tot nu toe is nog niemand geschikt in deze job. 
De Ridders van de prins hebben gezien dat Charlie een beetje eenzaam is, en ze hebben een voorstel.
‘Wat als we een oproep doen om een geschikte kandidaat te zoeken?’ stelt ridder Maarten voor.
‘ Hoe bedoel je?’ vraagt de prins geïnteresseerd.
‘ Gewoon, we roepen de onderdanen tot hier, en we kondigen aan dat u een prinses zoekt.’
‘ we kunnen ook een boodschap achterlaten aan het stadhuis.’ Stelt de hofnar voorzichtig voor.
 ‘ Dat is wel vernederend! Dan denken mijn onderdanen dat ik geen prinses kan vinden.’ Zegt de prins een beetje boos met zijn armen gekruist.
‘ Nee, uwe hoogheid! Zo bedoel ik dat niet.  Het is alleen een hulpmiddel om de juiste kandidaat te vinden’ zegt de hofnar kruiperig.
‘Ja…ja, goed dan moet dat maar.’ Zegt de prins, en hij vertrekt met grote stappen naar de deur om zijn bakkerij terug open te doen.
In de bakkerij is Marie al achter de toog haar schort aan het aandoen om de klanten te bedienen.  Marie is een gewoon meisje uit het dorp die Charlie helpt in de bakkerij.  Ze draagt een brilletje, heeft graag gewoon een broek en simpele blouse aan met sneakers aan haar voeten en haar haar in een paardenstaart.  Marie is vriendelijk tegen de klanten en tegen Charlie, maar ook wel een beetje verlegen.
‘goeie morgen Marie’ zegt Charlie tegen haar.
Marie kijkt Charlie niet aan, maar naar de grond en zegt heel stilletjes goeie morgen terug zonder fel haar mond open te doen.
‘ Mooi weer vandaag’ zegt Charlie in een poging een gesprekje aan gang te krijgen.
‘Ja’ zegt Marie
En het gesprek stopt weer.
Gelukkig komt de eerste klant in de winkel, en Charlie gaat naar de bakkerij om bestellingen af te werken.  Marie blijft alleen in de winkel om de klant te helpen.

Een paar dagen later swipete Charlie door facebook en ziet hij een advertentie dat geplaatst is door de hofnar.

AANDACHT, AANDACHT
PRINS HENDRIK DE 4DE, PRINS VAN DE ORDE VAN DE ZOTTE RIDDERS VAN DE BAKKER
IS OP ZOEK NAAR EEN VROUW DAT ZIJN LEVENSGEZELLIN WILT ZIJN.
DE DAME IN KWESTIE MOET GEINTERESSEERD ZIJN IN CARNAVAL EN HEEFT DE TAAK OM ALTIJD PARAAT TE STAAN OM ALS PRINSES NAAST DE PRINS AANWEZIG TE ZIJN OP DE CARNAVAL PARADE
BIJ INTERESSE, GELIEVE TE REAGEREN OP ONDERSTAANDE LINK EN DAN HOORT U VAN ONS ALS U IN AANMERKING KOMT VOOR DE SELECTIE.

Charlie moet het artikel een paar keer opnieuw lezen. Hij wordt telkens weer opnieuw roder van schaamte.  Hoe durft die hofnar wel niet! Charlie neemt zijn telefoon om zijn hofnar te bellen, maar de man is niet te bereiken.  Wacht maar deze avond denkt Charlie, hier zal hij niet goed van zijn.
Nog dezelfde avond Roept de prins zijn ridders en hofnar samen.  De prins is furieus, hij is nog nooit zo hard beledigd geweest in zijn ogen.
‘Ja maar, uwe hoogheid…’ hakkelt de hofnar
‘ Niks maar! U haalt die artikel onmiddellijk weg, want dat feestje gaat niet door!’ roept de prins.
‘ Dat gaat niet uwe hoogheid,’ zegt een van de ridders. 
‘ Er zijn al heel wat kandidaten die zich hebben ingeschreven.  We kunnen niet meer terug.’
‘Er is ALTIJD een weg terug!’ Charlie ijsbeert door de ruimte. Soms horen de ridders woorden uit zijn mond komen zoals: ‘beschamend, ik doe het niet…’
De prins haalt een paar keer diep adem om te kalmeren.
‘ Telt mijn mening hier nog!?’
‘ Natuurlijk uwe hoogheid.’ Zegt de hofnar. Ik dacht alleen dat u nog een duwtje in de rug kon gebruiken.’
‘ U hebt het laatste woord sire. Als u hier niet mee wil doorgaan, blazen we alles af. Maar weet dat onze sponsors voor de vereniging graag een prinses naast uw zijde willen. Dat is betere publiciteit.’ Zegt ridder Maarten.
Charlie moet toegeven dat zijn ridder gelijk heeft. Hij stopt met ijsberen en denkt een paar minuten na, terwijl iedereen angstig zit af te wachten.
‘goed dan.’ zegt de prins plots. ‘ Laat alles dan maar door gaan.’
‘ En hoe moet het nu verder?’
‘ De kandidaten komen morgen naar de zaal van het gemeentehuis, en dan moeten ze door de selectie geraken.’ Zegt de Hofnar.
‘ Welke selectie?  Vraagt de prins
‘ Een talentenshow.  Ze moeten laten zien dat ze prinses waardig zijn.’  Er zijn tickets verkocht in het dorp, iedereen die een ticketje gekocht hebben mogen naar de show komen kijken, en dat is dan ook goed voor onze schatkist.’
De prins moet toegeven dat dit een heel goed idee is van de hofnar.
‘ Ok, maar ik heb het laatste woord.  Ik beslis wie deze show wint en dus ook mijn prinses mag zijn.


Wordt vervolgd



Fien De Haan

In een grote kippenhok achter een oud huis is een oude haan aan het marcheren tussen de kippen.  De haan wordt onder de kippen “De Kolonel” genoemd.  Als een echte kolonel zorgt hij voor het hele domein.  Hij waakt over de kippen, let erop dat de kippen hun eieren op tijd leggen en het allerbelangrijkste, hij maakt de oude man in het huis en de kippen op tijd wakker.
Maar de Kolonel wordt oud.  Zijn stem wordt schor en op het kippenhok springen wordt allemaal wat moeilijker.  Nog niet zo lang geleden ging de Kolonel de kippen en de oude man wakker maken met zijn gekraai.  Hij maakte zich klaar om op het kippenhok te springen, maar de oude poten van de Kolonel waren te stijf om goed door te buigen en de rechtervleugel was te zwak om een stukje omhoog te vliegen.  De kolonel geraakte niet hoger dan de grootste sprietjes van het gras en hij viel met zijn snuit op de grond.  Gelukkig was het nog vroeg en heeft niemand dat gezien.  De Kolonel heeft dan maar van op de grond iedereen wakker gekraaid.

Dus de Kolonel heeft dan maar besloten om op pensioen te gaan.  Tijd om de jeugd de kans te geven.  Alleen is er een probleem.  Er is niet veel jeugd waar de Kolonel op kan rekenen.
In het hele hok zitten allemaal kippen, en nog 1 jonge haan.  Jupke is heel anders dan de Kolonel.  Hij slaapt heel graag uit, hij is lui en hij pikt liever de lekkerste stukjes etensresten dat de oude man in het kippenhok gooit, dan dat hij de kippen eerst laat eten.
Nee Jupke is geen goede opvolger, maar de Kolonel heeft geen keus.  Een kip is nu eenmaal geen haan en kan niet kraaien.

Fien is met de andere kippen op het gras aan het rondscharrelen.  Eigenlijk valt Fien niet op tussen alle andere kippen.  De meeste kippen zijn grote kwebbelende bruine dames en Fien is een mager klein wit kippetje.  Ze babbelt niet zo veel als de andere kippen en ze heeft nog nooit een ei gelegd, wat de andere kippen heel raar vinden.
Fien vindt dat nu eenmaal niet leuk.  Bijna de hele dag op een nest zitten en wachten tot er een ei komt.  En voor de rest van de dag mag Fien alleen maar rondscharrelen en eten, hoe stom is dat.  Nee Fien is er van overtuigd dat ze wel iets anders kan doen hier in het kippenhok.  Maar daardoor spreken de kippen niet met haar.  Ze vinden dat een kip dient om eieren te leggen en niks anders.

Dus wanneer Fien weeral aan het rondscharrelen is met de andere kippen hoort ze de kolonel kraaien naast het kippenhok.
‘kukelekuuuu!’
Nieuwsgierig gaat Fien met de andere kippen kijken wat er aan de hand is.
‘Kukelekuuuu!’ Kraait de kolonel nog eens.
‘ Waarom kraai je nu in het midden van de dag? Ben je nu helemaal gek geworden?’ zegt Marie boos.  Marie is de grootste, en dus ook de bazin van de kippen.
‘ Ik heb iets te zeggen, hoe moet ik anders jullie bijeen roepen?! ‘ Zegt de kolonel geërgerd.
‘ Hum , Hum!’ Schraapt de Kolonel zijn keel.  Hij gaat mooi rechtop staan met zijn nek hoog in de lucht.
‘ Ik heb een kleine mededeling voor jullie, mijn beste kippen. ‘
‘ Na lang nadenken, en de voordelen met de nadelen te vergelijken heb ik besloten dat ik het roer ga omgooien. Ik ga…’
‘Wil je nu eindelijk eens zeggen wat je wil zeggen?  Ik heb hier geen tijd voor.’ Zegt Marie met haar vleugels in haar zij.’
‘ Ik ga met pensioen.  Ik stop ermee met kraaien ’s morgens, iemand anders mag dat gaan doen.’
Alle kippen kwebbelen door elkaar.  De Kolonel met pensioen?  Dat meen je niet!
‘ En wie gaat uw taak dan overnemen? ‘ Vraagt Fien
‘Jupke, hij is namelijk de enige haan nog over hier in het hok. ‘
Opnieuw beginnen alle kippen door elkaar de kwebbelen.
‘  Is Jupke wel de juiste keuze? Het is nu middag, en die jonge haan ligt nog altijd te slapen.’ Zegt Marie.
Alle kippen kijken naar de enige boom in het hok.  Daaronder ligt Jupke zalig te knorren in de schaduw.
Marie neemt een eikel en gooit hard naar Jupke zijn hoofd.
‘ Aauw! Waarom doe je dat nu?! Roept Jupke met zijn vleugel op zijn hoofd.
‘ De kolonel heeft het over u, luiaard!’
‘ Waarom? Wat heb ik misdaan? ‘
De kolonel richt zich tot bij Jupke.
‘ Je wordt mijn opvolger jongeman.  Ik ga met pensioen.’
‘ Wilt dat zeggen dat ik elke ochtend dan vroeg moet opstaan?
‘ Ja, elke ochtend met fierheid. Dat is de taak van de Haan.’ Zegt de Kolonel trots.
‘ Nee dank je, hier pas ik voor. Zoek maar iemand anders.’
‘ Dat gaat niet! Je bent de enige haan hier! Je MOET mijn opvolger zijn. ‘ Roept de Kolonel.
Fien stapt stilletjes naar voor en tikt met haar vleugel op de Kolonel zijn schouder.
‘Ik wil die taak graag doen.  De Kolonel opvolgen, Haan zijn.’
‘Jij?? Fien, je bent een Kip. Je moet eieren leggen en scharrelen, meer niet. Je kunt niet eens kraaien.’ Zegt de Kolonel en lacht Fien uit.
Alle kippen lachen met Fien.
‘ Waarom niet?’ zegt Fien.  Ik ben elke ochtend als eerste wakker van de kippen.  Ik heb zelfs gezien dat u niet meer op het kippenhok kan.  Ik wil geen eieren leggen, ik vind dat vies.  En kraaien zal ik wel leren. ‘ Zegt Fien koppig met haar vleugels gekruist.
‘Kraai dan.’ Zegt de Kolonel. ‘Laat me dan maar horen of je kan kraaien als een echte haan.’
Fien schraapt haar keel, gaat staan als een echte haan…
‘toktokTOOOKtoktok!‘
Alle kippen lachen om Fien haar poging, behalve de Kolonel.
‘Je bent een kip, en Jupke is een haan.  En daarmee basta.’ Zegt de Kolonel en hij keert Fien de rug toe.
‘ Fien, aanvaard dat nu eens dat je een kip bent.  Het wordt tijd dat je een ei legt, anders zou je nog in de kookpot kunnen vliegen.’ Zegt Marie en ook zij draait zich om.
Dat zullen we nog wel eens zien denkt Fien en met grote passen verlaat ze de groep.
Aan de rand van het kippenhok is Fien aan het ijsberen.  Ze moet zichzelf leren hoe ze moet kraaien.  Stilletjes probeert Fien nog eens om te kraaien.  Ze gaat mooi rechtop staan, gestrekte nek, snavel omhoog, diep in ademen…
‘ ToktokTOOOKtoktok  toktokTOOOKtoktok nog dieper ademen: ‘ TOKTOKTOOOOKTOKTOK!’
Fien blijft maar proberen, maar er komt geen gekraai uit haar snavel.  De hele dag probeert Fien opnieuw en opnieuw.  Het is al laat in de avond wanneer Fien het eindelijk opgeeft. 
De Kolonel heeft gelijk, ze zal nooit geen haan kunnen zijn.  Wat wordt Fien daar droevig van.  Dit is nu het enige wat ze wilt worden, een haan en geen eieren leggende kip.
Stilletjes zit Fien ineengedoken in een hoekje te huilen.
Maar plots hoort Fien iemand haar richting stappen.  Heel stilletjes, bijna al sluipend.
Wanneer Fien opkijkt en tuurt door het duister ziet ze wie het is.
Het is Jupke!
‘ Wat kom je doen? Moet je niet al slapen?  Morgen is je grote dag, jouw eerste dag als haan.’
‘ Nee, ik wil dat niet.  Ik wil niet vroeg opstaan en elke ochtend door weer en wind buiten de hele buurt wakker kraaien.  Ik wil de wereld zien en niet werken. ‘ Zegt Jupke muisstil, want hij wilt niet gehoord worden.
‘ Maar wat ga je dan doen?  Ga je weg? ‘
‘ Ja, ik ga weg.  Ik heb gezien dat de oude man vergeten is het poortje te sluiten, dus ik kan gemakkelijk vertrekken. ‘
‘ Ja maar dat gaat niet! Wie maakt dan de kippen en de oude man wakker morgenvroeg?’ Fien staat genageld aan de grond.
‘ Doe jij dat maar.  Jij wou deze job doen, ik niet. ‘
En daar gaat Jupke, stilletjes met zakdoek aan een stok gebonden vol graan.
Oh nee, en nu?  Hoe moet Fien iedereen morgenvroeg wakker maken?  Fien raakt in paniek en begint het hele kippenhok af te rennen.
Ze blijft maar rennen, niet weten waarom.  Ze rent naar de boom, dan naar de ingang van het hok, dan achter het hok, dan naar de drinkbak, dan naar het graan en tenslotte springt ze hoog op het kippenhok.
Daar blijft Fien zitten, op het kippenhok.  Alles is verloren denkt ze terneergeslagen.
Ondertussen is het al een klein beetje lichter aan het worden in de duisternis.  Fien blijft nog eventjes zitten, en kijkt rond in de tuin van de oude man.  Er ligt nog allerlei speelgoed op het gras.  De kleinkinderen zijn eerder op de dag nog hier geweest en ze hebben de hele namiddag nog buiten gespeeld.
Plots valt het oog op iets glimmend naast haar.
De rijzende zon weerkaatst op iets naast Fien.
Wat is dat?  Fien pakt het voorwerp voorzichtig op.
Het is een zilver fluitje.  Waarschijnlijk verloren geraakt door de spelende kleinkinderen.  Ze gooien nogal graag met hun spullen, de sloddervossen.
Maar wacht eens, Oh Fien heeft een idee!
Ze steekt het fluitje in haar mond, ademt weer diep in en blaast heel hard.
‘ FWiiiiiiiiiiiiiiiiiiiT FWiiiiiiiiiiiiiiT FWiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiT ‘ De kippen komen allemaal tegelijk uit het kippenhok gelopen zoekend naar dat vreemde geluid.  En in de verte ziet Fien dat de oude man zijn licht heeft aan gedaan in de slaapkamer.
Fien gaat van het kippenhok af, en gaat voor de Kolonel staan die er enorm verwaaid uit ziet alsof hij heel bruusk is wakker geworden.

‘ Wat was dat? En waar is Jupke? ‘
‘Jupke is vertrokken, hij wilde de wereld zien.  Wat je hebt gehoord, was ik dat op een fluitje blies. ‘
‘ Maar waarom? Waarom doe je zoiets? ‘
‘ Om de oude man wakker te maken, en jullie.  Ik kan niet kraaien, maar ik kan wel op een fluitje blazen. ‘ Zegt Fien enorm euforisch.
‘ En kijk, het werk.  Daar is de oude man.
Inderdaad, daar is de man zoals elke ochtend met zijn pet op en een bakje vol graan.  En net als elke ochtend kapt hij het graan verspreid in het kippenhok.  Deze keer blijft hij wel eventjes staan en kijkt hij naar de kippen.  Hij krabt aan zijn oor, maar steekt dan zijn schouders op en gaat terug naar binnen.
‘ Zie je wel, ook ik kan de haan zijn. ‘ Zegt Fien met een hele brede glimlach.

En zo gaat het vandaag de dag nog altijd.  Fien is sinds die dag de haan en maakt elke ochtend iedereen wakker door simpel op een fluitje te blazen.  Ze waakt over de andere kippen, zij is de baas en de Kolonel geniet van zijn pensioen.
En de oude man?  Die is ondertussen al heel gewoon om gewekt te worden door een fluitje.

Einde


Foto door Engin Akyurt op Pexels.com





Het zielig boompje

Hier niet ver vandaan staat een prachtig boerderij met paarden, koeien, kippen, varkens, en heel veel land. De boer is heel fier op zijn land.  Alles is mooi groen dankzij de mooiste groenten dat groeit vanuit de grond, en het lekkerste fruit vanuit de struiken en bomen.


Boven op een heuvel staan de 2 prachtigste appelbomen.  Ze pronken met hun mooiste bladeren en ze dragen met trots de vele appels aan hun takken. Wandelaars komen hier graag. Ze plukken dan ook af en toe een appeltje voor onderweg.  De boer vindt dat niet erg, want hij is fier op zijn bomen.
Maar wat je niet ziet, is dat er tussen de bomen een beetje achteraan een klein triestig boompje staat.  Boompje is ook een appelboom, maar hij heeft nog geen appels, en geen bladeren aan de takken.  Boompje is ook maar klein, en eigenlijk een beetje zielig
De 2 grote bomen lachen boompje graag uit. Ze laten voor expres hun takken met bladeren voor boompje hangen zodat hij de zon nooit ziet, en dan schudden ze met hun takken zodat er appels op boompje vallen, en dat doet pijn.
De appels die dan voor boompje liggen hebben wormen, en die wormen kruipen op boompje, waardoor boompje veel jeuk krijgt. Boompje probeert dan te krabben met zijn takken, maar hij kan er niet aan, en dan maakt hij heel rare bewegingen waardoor de 2 grote bomen boompje uitlachen.
“ haha, je bent een boom, je kan niet krabben dus hou ermee op. Wat ben je toch zielig boompje” zeggen ze dan.
Boompje wordt daar heel droevig van wat de 2 bomen zeggen en doen. Hij laat zijn takjes hangen en blijft achter in de schaduw, zodat de wandelaars hem niet zien.

Op een dag komt er een ekster voorbij gevlogen en land vlak voor het boompje. Hij ziet het boompje droevig kijken.
“Hallo, wat een mooi weertje eh. Het is alleen wat warm vandaag. Vindt je het erg dat ik eventjes hier in de schaduw kom uitrusten?” zegt de ekster.
“Nee hoor. Zegt boompje.
“Ik wist niet dat het zo warm buiten is, ik zie de zon ook nooit.”
“Dat is jammer” zegt de ekster.
“Soms is het zo zalig in de zon, en dan zie je hoe mooi het hier is op het land. Wat een prachtig boerderij!”
boompje wordt nog droeviger. “ik zie de boerderij niet. Ik zie alleen de 2 grote bomen voor mij”
De ekster kijkt nu ook naar de bomen. Ze zijn echt heel groot.
“ Dan moet jij ook groeien.” Zegt de ekster “je moet groter worden dan die 2 bomen, dan zie je alles van de boerderij.”
“Hoe kan ik dan groeien? Zo snel gaat dat niet hoor.”
De ekster denkt diep na. En dan plots…” Ik weet het!”
“ Ik heb op de boerderij iets gezien dat je zal helpen groeien. Ik kom straks terug!” zegt de ekster, en hij vliegt weg.
De 2 bomen hebben alles gehoord, en ze lachen boompje weer uit
“haha gaat dat vogeltje jouw helpen? Ik ben benieuwd hoor! Dat wordt lachen hahaha.”
Het boompje is ook benieuwd. Wat gaat de ekster doen om hem te helpen?
 Het zal wel niet lukken denkt hij. Of misschien lukt het wel, en dan is het boompje de grootste boom van de heuvel. En dan moeten de 2 bomen wel naar boompje luisteren en stoppen met plagen.
Eventjes later zien de 2 bomen in de verte iets groot vliegen.
“wat is dat?” zegt een van de bomen.
“Ik weet het niet” zegt de andere. “Het lijkt wel een vliegende bol.”
In de verte vliegt de ekster heel moeizaam met wat lijkt een grote zak tussen zijn poten. Het is een heel grappig zicht. De zak is veel groter dan de ekster.
De ekster landt met de zak voor het boompje.
“voila! Dit zal wel helpen.” Zegt de ekster.
De 2 bomen beginnen weer te lachen
“wat zal wel helpen? Die zak?” zegt boompje verontwaardigd.
“ja, ik heb de boer de inhoud van deze zak al zien gebruiken voor de groenten in zijn tuin. En die groenten groeien dan heel snel uit de grond. Het is volgens mij heel speciale grond.” Zegt de ekster.
“ Ik heb de zak juist genomen van de boer. Het lag klaar om gebruikt te worden voor zijn tuin.
“Maar dat is stelen!” zegt het boompje. “dat mag niet, dan is de boer boos.”
“Ik wilde alleen maar helpen. Ik denk niet dat de boer dat erg vindt”
“en hoe kan je me helpen met die zak?” vraagt boompje.
“Ik doe de zak open, en ik strooi de inhoud voor uw stam. De rest gaat dan vanzelf.”
“Ok, doe dat dan maar.” Zegt boompje met een diepe zucht.
De ekster gebruikt zijn klauwen en zijn bek om de zak open te trekken.
wanneer de zak open is, riekt het boompje een verschrikkelijke stank, dat hij heel soms ook al eens riekt als de koeien dichtbij in de wei aan het grazen zijn.
De ekster neemt nu de zak met zijn klauwen en vliegt hoog boven het boompje, om dan de inhoud van de zak leeg te schudden pal voor de stam van het boompje.
De stank is niet te harden, het is verschrikkelijk!
Boompje probeert zijn neus dicht te knijpen, maar dat gaat natuurlijk niet.
de 2 bomen moeten nog harder lachen nu, want het boompje behaalt heel veel stoten uit om niet veel hinder te hebben van de stank.
“nu moet je wel groeien” zegt de ekster.
“ik kom later nog wel eens kijken, daag”
“ja daag,” zegt boompje. Blij wordt hij er toch niet echt van. Vooral omdat de 2 bomen zo hard moeten lachen nu.
plots komt er een windstoot op, en de wind begint te draaien. Boompje heeft geen last meer van de stank, want de wind waait nu naar de 2 bomen.
“bah! Dat is verschrikkelijk. Zeggen de 2 bomen.
“Nee, dit is niet leuk!”
De 2 bomen begaan nu stoten om minder last te krijgen van de stank. Maar ze zijn zo groot, en de geur hangt echt onder hun neus. De 2 bomen laten nu ook hun takken hangen, en de appels vallen allemaal massaal van de 2 bomen. Nu zien de 2 bomen er heel zielig bij.
Boompje moet er van lachen, want dat is toch wel een raar zicht nu.
Ondertussen is de boer naar de heuvel gewandeld, want hij heeft een ekster met een zak mest zien vliegen, en die zak is wel van hem. Die verdomde eksters toch, ze stelen toch wel alles wat ze vinden tegenwoordig.
Wanneer de boer bij de 2 bomen komt verschiet hij zich. Wat is hier gebeurt?
de 2 grote appelbomen zien er niet meer zo mooi en gezond uit. Ze zien er echt wel zielig uit.
En de bomen hebben geen appels meer.
De boer gaat terug naar de boerderij, om dan eventjes later terug te komen met een tractor en een schop. De boer graaft de 2 grote bomen 1 voor 1 uit om daarna met een grote ketting en de tractor de bomen uit de grond te trekken en weg te slepen richting de boerderij. Wanneer de boer naar de plaats gaat waar de 2 bomen stonden, ziet hij het klein boompje staan, tussen het omgewoelde grond en de mest die de boer kwijt was.
De boer kijkt het boompje aan.
“Wat ga jij later een mooie boom worden. Nu heb je meer ruimte om te groeien” zegt de boer.
“ik neem de 2 grote bomen mee, en ze mogen in de wei gaan staan, zo hebben de koeien terug wat schaduw.” Zegt de boer
De boer vertrekt met de tractor, en hij plant de 2 grote bomen in de wei.
Boompje voelt nu voor het eerst de zon, en hij vindt dat fantastisch.
Ondertussen is het boompje al een mooie boom geworden met lekkere appels. De ekster komt elke dag nog langs om eens te praten en af en toe eens een worm te pikken van de appels.


In de wei staan nu de 2 bomen. Ze vinden het niet leuk om daar te staan, want de koeien wrijven met hun poep al eens graag tegen hun schors.
Maar boompje is nu gelukkig daar boven op de heuvel, hij geniet nu elke dag van het prachtig zicht op de boerderij.

Einde


Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑