Het jaar 2022 is bijna voorbij en 2023 staat al klaar.
tijd dus om te proosten!
– Op de nieuwe voornemens dat met vol enthousiasme samen met het nieuwe jaar kan beginnen,
maar na een maand al opnieuw in de kast kan gestopt worden om dan opnieuw te
proberen in het volgend nieuwe jaar.
– Op het nieuw fitness abonnement die samen met de nieuwe sportoutfit ook in de
kast vliegt.
– Op de bucketlist die je absoluut dit jaar eens wilt afwerken, maar altijd opnieuw strand op nr 2 van de lijst en jezelf belooft om volgend jaar dan maar de Mont Ventoux op te rijden.
– Op het vegan levensstijl, om dan nadat je het sportoutfit en het abonnement in de kast gegooid hebt naar de McDonalds te rijden voor een lekkere vettige Big Mac.
– Op het nieuw lief, die een maand later je dumpt en kiest voor je fitness coach toen ze elkaar leerden kennen die ene keer dat ze mee ging naar de fitness.
– Op een goede gezondheid en de volgende ochtend al beginnen met een paracetamol voor de ongelooflijke kater door al dat proosten.
Maar:
Ik proost vooral op het samenzijn met familie en vrienden, ook al zijn we niet altijd fysiek bij elkaar, vanbinnen proosten we samen.
Heel gelukkig nieuwjaar allemaal, op naar 2023!

Letter – Soep
Milan is aan het spelen met de bal. Spelen is leuk.
Grote broer Jack speelt niet met de bal, maar zit op het gras met een boek. Jack vindt lezen leuk.
‘Waarom vindt je lezen zo leuk?’ Vraagt Milan een beetje boos want Jack wilt niet meespelen.
‘Omdat lezen gewoon leuk is’ zegt Jack starend naar zijn boek.
Milan laat zijn bal vallen en rolt de struiken in, maar Milan heeft geen oog meer voor zijn bal. Hij gaat kijken waarom Jack lezen zo leuk vindt.
Jack zit met zijn rug tegen een boom en zijn boek rustend op zijn benen.
Als Milan in het boek kijkt van Jack ziet hij alleen rare tekentjes waar hij niks van snapt. Er zijn zelfs geen prentjes in het boek. Als Milan gaat slapen leest zijn mama altijd een verhaaltje voor uit een boek met veel prentjes. En onder de prentjes staan dan ook zo van die rare tekentjes
Mama kan die tekentjes lezen, maar Milan kan dat niet. Jack is ouder dan Milan en hij kan ook die tekentjes lezen. Volgens mama zijn dat letters. En als Milan naar de grote school gaat dan moet hij ook leren lezen. Pfff, lezen lijkt zo saai.
Maar Jack Vindt lezen leuk. Hij vindt het fijn om allerlei avonturen te lezen. Soms leest hij een verhaal over ridders en prinsessen, soms een verhaal over een gekker professor.
Alle boeken vindt Jack ongelooflijk spannend.
‘Jack kom nu mee spelen’ zegt Milan.
‘mmmmm’ Antwoord Jack. Hij luistert niet echt.
‘Jack!! Alstubliiiiiieeeeeeeeeeft, komaan toe speel meeeeeeee Jack’
Maar Jack luistert nog altijd niet. Zijn boek is veel interessanter.Â
Boos neemt Milan een tak dat op de grond ligt en gooit naar Jack zijn boek.
De tak raakt de boek en weerkaatst dan rakelings langs Jack zijn wang.
‘Milan!’ Roept Jack geschrokken.
‘Doe toch niet zo kinderachtig! Ik speel niet mee en ik wil graag mijn boek uitlezen, het is nu zo spannend.’ Zegt Jack wanneer hij recht krabbelt uit het gras.
Hij neemt zijn boek die hij had laten vallen op en loopt dan naar binnen, naar zijn kamer.
Nu is Milan helemaal alleen, en dat vindt hij ook niet leuk.
Dan gaat hij maar kijken wat zijn mama binnen aan het doen is.
Mama is aan het koken. Het ruikt heerlijk in de keuken.
‘wat ben je aan het maken mama?’ vraagt Milan.
‘Lettersoep’ zegt mama.
weeral letters! Milan wordt terug boos. ‘Overal zijn letters, en ik kan dat NIET lezen, dat is super moeilijk!’ Milan stampt op de grond van frustratie, hij is heel boos.
mama schrikt een beetje van haar zoon zijn reactie.
Ze gaat naar Milan toe en geeft een dikke knuffel om hem te troosten.
Ze laat Milan aan tafel zitten en geeft een kom heerlijke warme lettersoep.Â
Mama heeft een lepel vast en gaat naast Milan zitten.
‘Kijk’ zegt mama.
ze roert met de lepel in de soep, en wanneer mama roert komt er een letter naar het midden van de kom.
‘Dat is de letter M’
‘ Dat is de M van Milan en de M van….’
‘Mama’ vult Milan aan.
‘goed zo’ zegt mama en ze geeft Milan een kusje op zijn wang.
Opnieuw roert mama in de soep en komt er een ander letter tevoorschijn in het midden van de kom.
‘Dat is de J van Jack’ zegt mama.
‘of de J van jachthond ’ zegt Jack die plots achter Milan en mama staat.
‘Sorry Milan, ik had eventjes met je moeten meespelen.’
‘Sorry Jack’ zegt Milan. ‘Ik had niet boos mogen worden.’
‘Roer jij nu eens met de lepel Milan, wie weet welke letter er nu boven gaat komen.’ Zegt mama.
Dat doet Milan. Hij roert in de soep en al snel komt er opnieuw een letter tevoorschijn.
‘De A van….’
‘AAP!’ zegt Milan.
Milan doet gek en loopt rond als een aap.
Mama geeft ondertussen Jack ook een kom heerlijke lettersoep en samen zoeken ze letters van dieren zoals de O van Olifant, de B van Beer, de K van krokodil, enz.….
Wanneer het tijd is voor te gaan slapen, gaat mama nog gezellig naast Milan op bed zitten om een verhaaltje voor te lezen.
Milan kijkt mee in het Grote Boek van de Fantasie en deze keer ziet hij geen rare tekens, maar Letters.
Hij herkent de M.
‘Mama, daar staat Milan’
‘nee’ lacht mama
‘Dat is de M van Maan’ Er staan nog letters naast de M en dat spelt MAAN.
er is zelfs een mooie tekening van een grote maan in het boek.
Plots worden de ogen van Milan zwaar en ziet hij veel letters in zijn hoofd.
Ze dansen allemaal in zijn dromen en Milan danst vrolijk met de letters mee in zijn dromen.
EINDE

Hilde 2.0
september 2021
Ik zit in mijn auto op de parking van het ziekenhuis. Dadelijk heb ik een afspraak bij een zekere Tineke Silkens, de obesitas coördinator. Dit is het begin, het begin van hopelijk een permanente verandering.
Ik ben best wel zenuwachtig, schrik om afgewezen te worden. Wat als ik toch niet in aanmerking kom? wat als ik niet het juiste bmi heb voor een terugbetaling? Nochtans heb ik al opzoekwerk gedaan en ben ik ten rade geweest bij mijn diëtiste. Mijn diëtiste zei tegen me: een nee heb je en een ja kan je krijgen. Dus met het gedachte dat ik niks te verliezen heb stap ik uit mijn auto en wandel ik naar de ingang van het SFZ
een uurtje later loop ik terug buiten en dringt alles tot me door. Ik heb tranen in mijn ogen, en ik wil het uitschreeuwen. Zo opgelucht en blij ben ik, ik kom in aanmerking voor een gastric sleeve. Mijn BMI is juist 35 en samen met de medicatie dat ik moet innemen voor hoge bloeddruk heb ik recht op een terugbetaling. Het gesprek liep vlot, de coördinator was heel vriendelijk en begripvol. Terug in de auto overloop ik de papieren met de reeks afspraken van pre-onderzoeken dat al vastgelegd zijn. De laatste is pas bij de chirurg die ook het laatste woord zal hebben. Jammer genoeg is die afspraak pas eind november. Het lijkt allemaal nog zo lang, een eeuwigheid wanneer mijn nieuw leven kan beginnen, als het mag beginnen.
Paar weken later
De eerste onderzoeken zijn al snel, en ook daar heb ik telkens opnieuw groen licht waardoor mijn zelfvertrouwen elke keer opnieuw een boost krijgt. Nu moet ik alleen nog een maand wachten tot ik een maagonderzoek moet ondergaan, en dan weer een paar weken wachten op mijn afspraak bij Dr Deferm de Chirurge. Zij heeft het laatste woord.
Bezig blijven
Ondertussen zijn er al een paar mensen op de hoogte van mijn beslissing, en kan ik erover babbelen bij een paar mensen die ook een gastric bypass hebben ondergaan. Ik hou me ook niet stil, ik mountainbike nog steeds met Bert enkele toertochten in de buurt dat door mogen gaan dankzij dat bekende beestje dat ons al een paar jaar teistert en ik ga regelmatig naar de diëtiste omdat ik ook niet massaal wil bijkomen voor de operatie. Maar hoe hard ik ook probeer, de kilootjes komen toch beetje bij beetje bij.
De mountainbike cursus is ondertussen achter de rug en ik ben Erik en Ilse heel dankbaar dat ik zoveel bijgeleerd heb, maar ook een beetje blij dat het gedaan is. Ik heb nood om gewoon te genieten van de mtb toertochten op mijn tempo, hoofd leeg maken en maar 1 keer een technisch stukje doen in plaats van 5,6 keer opnieuw en opnieuw. Soms heb ik gewoon geen nood aan veel gezelschap rondom mij en vind ik het fijn om te sporten in mijn eentje om dan daarna bij te babbelen met Bert, want hij rijdt tijdens de tochten nooit met mij samen.
November 2021
Daar is ineens November, en het onderzoek waar ik het meeste bang voor ben komt dichterbij, het maagonderzoek. Als crohn patiënt moet ik om de 2 jaar een endoscopie ondergaan. Ik ben dat zo gewoon dat ik dit onderzoek met “gemak” onderga, maar een buis via mijn mond naar de maag vind ik een heel eng gedachte, en het schrikt me af. Dr Daels heeft me wel al tips gegeven, ik moet een roesje vragen, alleen al zodat ik kalmer ben tijdens het onderzoek. Zo gezegd, zo gedaan, het enige probleem dat ik heb is dat ik verschrikkelijke aders heb en voor dat roesje moeten ze een ader vinden. Wanneer ik eindelijk het spuitje krijg is de dokter al daar en beginnen ze met het onderzoek. Het ‘roesje’wil nog niet werken, ik begin te kokhalzen en ik raak in paniek. Ik ga het niet onder stoelen of banken steken, een maagonderzoek is hels voor mij, maar gelukkig duurt het niet lang en mag ik na 10 minuten eventjes bekomen in een ruimte apart voor ik naar huis mag.
D Day
Eind november zit ik weer met enorme zenuwen in de auto op de parking. Ondertussen heb ik Dimitri al op de hoogte gebracht van de operatie, hij is een tijd uit geweest na een lelijke val met de mountainbike vandaar dat hij zo goed als de laatste was dat ik op de hoogte moest brengen. Ondertussen hebben wij onder de collega’s nog afwezigen en ik beloof hem dat ik de operatie pas in januari door laat gaan in de hoop dat de afwezigen weer terug aan het werk zijn.
Ik raap alle moed terug bijeen om kennis te maken met de chirurg, en hopelijk ziet ze het zitten om mijn leven te veranderen.
Een uur later kom ik terug buiten met rode ogen en een zakdoek in de hand. Eindelijk ben ik emotioneel gekraakt. Ik heb de goedkeuring gekregen voor een gastric sleeve van iedereen van het obesitas team en dus ook van de chirurg. Ze vroeg me of mijn echtgenoot achter de operatie staat, het moment dat mijn hart brak en de tranen vloeiden. Ik kreeg bijna geen woord meer gezegd, al wat ik deed was knikken, mijn blik zei genoeg hoop ik. En of dat Bert er achter staat. Vanaf dag 1 dat ik voor mezelf de beslissing heb genomen heeft hij mij gesteund, moed gesproken en geholpen met het vertellen tegen mijn familie. Hij is mijn alles, in goede en kwade dagen en dat is deze periode nog maar eens duidelijk geweest.
Dus vanaf nu heb ik een datum: 11 januari 2022 word mijn nieuwe ik dag.
wanneer ik dit schrijf is 11 januari al een tijdje gepasseerd, en ik kijk er naar uit om in mijn volgende blog hier alles over te vertellen. Maar ik vond dat ik eerst fatsoenlijk moest genezen zijn en mij goed voelen in mijn vel vooraleer ik opnieuw kon schrijven, vandaar dat ik een beetje ‘achter’ loop. Nu heb ik het gevoel dat ik dit proces, de pre-periode helemaal kan afsluiten en achter mij laten, dus:
wordt vervolgd



Mountainbiken met een maatje meer
april 2021
Ik ben weeral stil gevallen, ja ik weet het, weeral. Ik heb nood aan sporten, maar tegelijk geniet ik van de rust.
Ik ben lang moe geweest van de bronchitis, en ik heb tijd genomen om te herstellen, maar Bert, mijn diëtiste, en mijn weegschaal zeggen me dat het alweer hoog tijd is om de draad weer op te pakken.
Op een avond zaten we samen in de zetel met onze allerhande schermen voor onze neus tv te kijken. Geen idee wat er toen op dat moment op was.
‘ Hier, is dit niet iets voor je? ‘ Zegt Bert met zijn smartphone in zijn hand.
Hij laat mij een artikel op Facebook zien van supernova “Mom to mountainbike”. Een mountainbike cursus voor vrouwen die nog geen ervaring hebben in het ploeteren op de zandpaden.
‘ Dat is toch niks voor mij. ‘ Is mijn eerste gedachte.
‘ En waarom niet? ‘ Zegt Bert verontwaardigd.
‘ Je kunt meer dan dat je denkt, en misschien kunnen ze je veel meer aanleren dan dat ik dat kan. Kijk eens goed naar dat artikel, staat er geen website op? ‘
Iets in me zegt dat ik maar beter eens luister, dus ik kijk naar het artikel, ik bezoek de Facebookpagina van supernova waar heel veel filmpjes op staan van een vorige mom to mountainbike kamp dat er best heel gezellig uit ziet, met doenbare paadjes en afdalingen. De vrouwen zien er vooral heel ontspannen uit. Iets wat ik niet zo goed kan als ik mountainbike, ik zit op mijn fiets alsof ik altijd moet klaar staan voor een valpartij, extreem opgespannen met als gedacht dat mijn lichaam als airbags moeten dienen. Ik ben er in ieder geval wel struis genoeg voor, maar vallen is ook voor mij even pijnlijk.
Na een paar dagen twijfelen, en in een impulsief moment beslis ik om me in te schrijven voor de volgende cursus dat al binnen een paar weken gaat beginnen.
Een paar weken later ben ik me aan het klaarmaken voor de eerste cursus. Zenuwachtig zoek ik naar mijn favoriete bidon, maar vul niet met water. Ik zoek mijn fietskledij samen, en ik verander 2 keer van gedachten. Eerst heb ik kleren vast dat te warm is, dan kleren dat ietsje te fris is voor nu. Uiteindelijk beslis ik dan maar om in laagjes gekleed te gaan. Mijn wielerkleren zitten ietsje strakker als een maand geleden, nog maar een harde realiteit dat ik weeral wat ben bijgekomen.
Nu nog mijn helm zoeken, mijn winter mountainbike schoenen aan doen om dan te bedenken dat het niet regent, de zon schijnt en het is niet helemaal zo koud als de voorbije dagen. (het is 1 mei vandaag)
Snel nog wisselen van fiets schoenen, en nog mijn bidon vullen met water, want dat was ik vergeten.
Bert stelt voor om me naar het mijnstadion in Beringen te brengen, daar waar er afgesproken is en ik ben hem heel dankbaar.
We zijn met een handvol vrouwen op de afspraak, we krijgen les van Erik en mentale ondersteuning van initiatiefneemster Ilse. Les is eigenlijk veel gezegd. Hij neemt ons mee de bossen van Beringen in om dan technische stukken uit te kiezen dat wat moeilijk is voor ons, en die moeten we dan proberen te doen en te verbeteren op zijn advies. Erik is een fantastische rustige man, die zijn kalmte heel goed kan bewaren wat echt wel nodig is met al die kwebbelende dames. Op één lesdag heb ik meer technische stukken gedaan dan dat ik ooit heb durven denken.
Het was aangenaam, en ontspannend. Op 1 dag tijd waren we al een hechte groep die vooral heel veel lol willen maken op de fiets en natuurlijk de eerste volgen, dalen en zien dat we niet vallen.
Terug thuis was ik doodop, maar enorm ontspannen. Voor de eerste keer fietsen zonder Bert is ook wel aangenaam. De stress onderweg was er niet. Bert is veel beter en technischer als ik, en als we samen mountainbiken hou ik hem heel fel op, of ik jaag me op dat hij weeral passages kiest dat in mijn ogen niet doenbaar is.
Gelukkig dankzij deze cursus merk ik dat ik na een paar weken al redelijk wat vorderingen maak en de schrik is er weer bij mij zo goed als weg. Ik geniet weer van het mountainbiken, en ik ben weer aan het sporten. Bert blij, diëtiste blij, maar niet veel verschil met de weegschaal.
juni 2021
Aan alle mooie liedjes komt wel een einde. De laatste mountainbike dag met de dames is afgelopen, met een zalige afsluiter waar cava en hapjes bij moesten zijn.
De volgende dag is het Vaderdag, en we gaan met ons 3 naar het Sven Nys cyclingcenter in Baal om te mountainbiken op de cyclocross parcours. Dit is altijd open voor publiek, en heeft een zalig terras boven op de berg. Darya is ondertussen ook al bezig met mountainbiken, op haar eigen tempo en ze doet het graag. Eerst gaan we met haar het kinderparcours op, en wanneer ze er genoeg van heeft gaan Bert en ik het grote parcours proberen. Het is eigenlijk best wel technisch, maar ik merk dat ik dit wel aan kan. Tenminste tot ik de houten brug over moet fietsen. Ik raak er vlot op, en met grote euforie daal ik maar ik zit niet ideaal op de fiets, en ik neem de verkeerde kant van de brug. Rechts onderaan is er een redelijke opening tussen de brug en de grond. Ik land er met mijn wiel in, en ik val voorover met mijn hoofd op de grond. De smak is groot, en ik blijf zitten. Mijn nek en mijn hoofd doen pijn, maar op dat moment doet mijn been nog het meeste pijn. Bert die langs de andere kant al aan het terug komen is in mijn richting, ziet me zitten en fietst naar me toe. Ik heb een grote schaafwonde op mijn been, maar voor de rest is er nog niks aan de hand. Samen fietsen we verder, maar ik merk al fietsend dat er iets niet klopt. Ineens kan ik niet meer fietsen. De schrik is weer terug, ik heb moeite met zowat alle passages en mijn hoofd doet heel veel pijn. Ik maak mijn ronde af, en ik ga Darya zoeken die aan het spelen is in het speeltuintje naast het parcours. Samen gaan we eentje drinken en Bert gaat nog een ronde in zijn eentje doen. Een half uur later komt hij ook op het terras zitten. Ik heb mijn donkere zonnebril nog aan, en zeg tegen hem: ‘ik denk dat ik een hersenschudding heb.’
De volgende morgen weet ik het zeker, ik heb een hersenschudding. Ik ben nog vertrokken om te gaan werken, want ik moest de opvang open doen. Ik heb open gedaan, de eerste kindjes ontvangen maar de computer waar we de kinderen inschrijven was een hel. Zelfs met mijn zonnebril die ik meegenomen heb, helpt het niet tegen de hoofdpijn. Onder lichte dwang van de collega’s dan toch maar naar Dimitri de coördinator gebeld. ‘Ga je naar de dokter?’ vraagt hij.
‘ja’
‘ok, laat iets weten, en verzorg je’ krijg ik te horen. Daar gaan we weer denk ik.
Zoals ik dacht, heb ik een hersenschudding. een week in het donker liggen en rusten. Een week later moet ik terug gaan, want het is niet beter. Blijkbaar heb ik ook een kleine fractuur in de nek, en de hoofdpijn en misselijkheid is nog niet weg.
Na de laatste valpartij, heb ik genoeg van mountainbiken. Ik raak opnieuw niet echt meer op de fiets, wat weer niet goed is voor de weegschaal.
zomer 2021
Af en toe ga ik met Bert deze zomer op de weg fietsen. Maar ik voel me er niet goed bij. Mijn fietskleren zitten redelijk strak op mijn lijf. Wielertoeristen zijn best wel ijdele mensen. Nog niet zo erg als voetballers met de Gucci tassen en moord en brand schreeuwen als ze een schop tegen de schenen krijgen, maar toch.
Een wielertoerist zit slank op de fiets. Elke kilo extra is te veel. Dus ofwel heb je een zeer licht persoon met patatten van kuiten op een Ridley koersfiets, ofwel heb je een zwaarder persoon met bierbuik, een peperdure koersfiets met ingebouwde motor. Dat laatste is wel zeldzaam.
Ik heb geen bierbuik, want ik drink geen bier. Maar ik heb billen en zwembanden, ik kan het al geen love handles meer noemen. Als vrouw voel ik me heel hard bekeken, wat zo ook al is, want de wielersport is nog steeds een mannensport. Maar een vrouw dat wat zwaarder is en fietst, wordt nog meer bekeken. En ja, ik stoor mij daar aan.
Waar ligt het aan? Ik weet het niet.
Ik ga al 3 jaar naar een diëtiste, met wisselend succes. Ik val af, als ik geen koolhydraten eet, 6 dagen van de 7 sport, waarvan 3 dagen heel intens. Dat was in mijn ogen niet vol te houden, want dat is een routine dat alleen lukt als er kabouters in huis zijn die het huishouden doen en eten maken, en nog op mijn vingers tikken als ik al eens zondig.
5 jaar lang heb ik samen met Bert een autoregeling volgehouden. 1 auto voor ons samen. Op maandag, woensdag en vrijdag fietst Bert naar het werk en terug, goed voor 40 kilometer per dag. Ik fiets op dinsdag en donderdag naar het werk, ook voor 40 kilometer per dag omdat ik met gebroken uren werk. Toen ging ik ook nog fitnessen (bij de fitties!) op dinsdag. Maar daar was ineens corona, dus de fitness ging niet meer. Fietsen was moeilijker na 5 jaar, vooral omdat ik niet de middelen heb om me op te frissen op het werk, en Bert en ik hadden het plezier niet meer, dus hebben we dan maar beslist om een 2de auto aan te schaffen.
Hallo kilo’s!
2 auto’s is toch wel op veel opzichten veel gemakkelijker, maar niet goed voor mijn gewicht. Ik heb het gevoel dat ik de strijd aan het verliezen ben, en sinds een aantal maanden zit ik met een drastische oplossing in mijn hoofd.
Wanneer ik in september opnieuw begon aan een mountainbike cursus van mom to mountainbike maar voor gevorderden, werd dat gevoel voor ‘die’ oplossing sterker.
Het was fijn met de dames, maar het verschil bij mij tussen de beginnelingen en gevorderden was wel heel groot. Het tempo was veel sneller, en ik bots deze keer opnieuw op de nadelen van mijn gewicht. Hoe hard ik ook mijn best deed, kon ik maar niet de heuvels op, omdat ik simpelweg te zwaar ben. Halverwege de cursus was ik al helemaal op, omdat ik weeral te zwaar ben. De avonturenberg in Beringen is een marteling, omdat ik simpelweg te zwaar ben.
Tijdens de cursus is er veel gefilmd en gefotografeerd wat heel leuk is, maar ook enorm confronterend voor mij. Dan pas zie ik hoe ik er uit zie op de fiets, en dat vind ik verschrikkelijk.
En nog erger, kinderen zijn heel grof ook voor volwassenen. Meermaals krijg ik de opmerking: ‘juf wat heb je een dikke poep’ of ‘ juf, ik vind je veel te dik. ‘ En humor is de beste remedie om het probleem weg te lachen, maar soms is het gewoon genoeg.
En wanneer ik nog eens voor een derde keer naar de huisarts moet met veel te hoge bloeddruk en medicatie aanpassing trek ik definitief aan de alarmbel en neem ik voor de eerste keer een beslissing dat alleen voor mezelf is. Ik heb een afspraak gemaakt bij dienst obesitaskliniek in het ziekenhuis, met goedkeuring en ondersteuning van Bert en mijn diëtiste.
Ik wil van die kilo’s voor eens en voor altijd af raken, en als dat niet meer lukt op de ‘normale’ manier, zal het chirurgisch moeten.
Ergens heb ik het gevoel dat ik gefaald heb. Maar ik denk dat ik beter nu ingrijp dan dat ik wacht en mezelf helemaal laat gaan. Dat het fietsen nu niet meer aangenaam is voor mij, dat is de druppel en ik kijk uit naar een nieuwe start. De eerste stap is in ieder geval al gezet.
Wordt vervolgd



Verzorg je deel 3
Met Verzorg je deel 2 vertel ik hoe ik een week lang worstel met mezelf en een virus. Hieronder lees je het vervolg.
Stoor ik?
Terug thuis heb ik opnieuw nood aan een warm bad. Ik ga rechtstreeks naar de badkamer en vul het bad met warm water. Het doet me deugd, maar ik ril enorm van de koorts. Na een tijdje kom ik er uit, en ik doe een joggingbroek en trui aan. Ik blijf maar rillen, dus meet ik mijn koorts. Deze keer heb ik 38.8 graden koorts, wat bij mij best hoog is.
Ik neem een dafalgan, en ik kruip terug uitgeput in de zetel. Tv kijken doe ik niet, ik probeer te slapen, maar mijn longen en borstkas doen zoveel pijn dat slapen helemaal niet in zit. Ik kan niet meer en ik begin weer te huilen.
Op dat moment krijg ik telefoon van Dimitri.
Mijn ‘hallo’ klinkt heel zwak.
‘ Stoor ik? ‘ vraag hij.
‘ Euhm… nee, ik kan toch niet slapen ‘
‘ Met de nieuwe corona maatregelen hebben we veel minder kinderen in de opvang. Alleen de kinderen van ouders die niet kunnen thuiswerken mogen gebruik maken van de opvang waardoor we dus niet met zoveel man tegelijk in de opvang aanwezig moeten zijn. Dus ik ben aan het kijken wie ik thuis kan laten, of minder uren kan laten werken, en ik wilde bij jou en bij de anderen eens horen wat jullie voorkeuren zijn. Uren maken, desnoods kindvrije uren, of overuren opgebruiken. Maar ik hoor net van Isabelle dat het niet goed met je gaat?’
‘Niet echt nee.’ zeg ik, en ik doe mijn verhaal, rustig met een zwakke stem en de nodige adempauzes.
‘Heb je dan symptomen?’ Ook hij denkt onmiddellijk aan corona.
‘Ja, hoesten, koorts, keelpijn, borstpijn.’
‘ Dan laat ik je volgende week gewoon thuis, als je beter bent heb je nog een week om te bekomen, en als je nog ziek bent hoef ik je niet te vervangen, en breng je gewoon een ziekenbriefje binnen. Laat je me iets weten als je uw resultaten van de foto’s en de test binnen hebt?’
Ik zeg dat het goed is, en hij eindigt het gesprek met, ‘verzorg je nog’
Ik besluit na dit enorm vermoeiend telefoongesprek om in mijn bed te kruipen, in de hoop dat ik daar wel kan slapen. Na een week kamperen in de zetel vind ik het fijn om in mijn bed te kunnen liggen, maar slapen kan ik niet echt, want ook hier hoest ik enorm veel.
Wanneer Bert en Darya terug thuis zijn van hun werk en school ben ik al terug verhuisd naar de zetel. Ik was niet gerust in mijn bed, want ik had schrik dat ik de controle arts niet zou horen aan de deur. Tot nog toe had ik nog geen controle gehad, dus ik was nog op mijn hoede.
Eten had ik niet gemaakt, heel abnormaal naar mijn doen. Bert heeft dan maar soep uit de diepvriezer gehaald en opgewarmd voor ons allemaal. Een boterham erbij, en we hadden gegeten.
Ondertussen is het bijna 18u, dus ik neem mijn telefoon en bel naar mijn huisarts.
Ik weet al dat mijn tweede test ook negatief is, dus ik hoop dat hij niet weer af komt met “een ander virusje” want dan sleur ik hem door de telefoon.
‘ Een momentje’ zegt hij.
Ik hoor hem tokkelen op zijn pc.
Na een paar geklik met de muis komt het verdikt.
‘Lichte fluimvorming in de linker long, en zware fluimen in de rechterlong. Het is een bronchitis.’
Kan je om 19u15 naar hier komen? dan schrijf ik je medicatie voor.
‘ja, tuurlijk.’ zeg ik.
‘tot straks dan.’
Eindelijk weet ik iets. Eindelijk krijg ik niet meer te horen, “een virusje”
Een uurtje later zit ik in zijn praktijk. Bert wacht buiten in de auto, en zoekt een dichtbij zijnde apotheker.
‘Ok; ja het is een goeie bronchitis’ zegt de dokter wanneer hij de foto’s nog eens bekijkt.
‘ Heb je nog van die tabletten voor de fluimen gemakkelijker op te hoesten in huis? ‘
‘ nee.’ antwoord ik kort.
‘ Nee?, ok dan schrijf ik dat voor. Antibiotica zal ik ook voorschrijven, je loopt er al veel te lang mee.’ pffff, neem ik niet graag in, maar wat moet moet.
‘ Heb je een puffer in huis? ‘
Ik kijk hem vragend aan, ‘euh, nee denk ik.’
Ik heb in het verleden nog al eens problemen gehad met mijn luchtwegen, een ambetant gevolg door een laag immuunsysteem dankzij medicatie voor crohn. Maar puffen heb ik al een aantal jaar niet meer moeten doen.
Hij kijkt nog eens op zijn pc, en gaat de lijst nog eens af.
‘ Ok, dat moet voldoende zijn. Hoe lang loopt uw ziekenbriefje nog? ‘
‘ Nog tot zondag. ‘ antwoord ik.
‘ Maar het zal dan toch wel beter zijn.’ kijk ik naar hem in de hoop dat hij ja zegt.
‘ Als het niet beter is, wil ik u maandag terug zien.’ zegt hij met grote ogen. ‘ Normaal moet je deze avond al wat verschil voelen, dus begin al maar direct met de medicatie in te nemen als je van de apotheker komt.
een kwartier later kom ik terug buiten van de dokter, met een hoop voorschriften in mijn handen.
Omdat ik te ziek ben om een apotheker binnen te wandelen, en helemaal uitgeput ben gaat Bert in mijn plaats binnen.
Heel veel pilletjes
Ondertussen kijk ik op mijn gsm en zie ik dat ik een berichtje heb van mijn bestie collega. Isabelle is een toppertje. Ze is onze ancien zoals we dat noemen, de collega die al het langst in dezelfde opvang werkt. Zij kent de werking door en door, waardoor dat we al wat sneller aan haar iets vragen hoe het weer in elkaar steekt, ze kent alle juffen van de school bij naam, en heeft met redelijk wat ouders goed contact. En dan zwijg ik nog over de kinderen. Isabelle wordt gewoon op handen gedragen door onze jeugd. Boekt is niks zonder Isabelle, maar ze is vooral ook soms mijn steun en toeverlaat, zeker als ik het moeilijk heb zoals de voorbije week. We hebben al veel ge WhatsApp’t de voorbije dagen.
‘ Heyla, heb je al meer nieuws? groetjes je bezorgde collega…’ schrijft ze.
‘ Ik heb een bronchitis. Bert is juist de apotheek binnen.’
‘ok, hopelijk nu snel beter. ik heb volgende week verlof gekregen, wel met een dubbel gevoel, maar het zal me toch wel deugd doen denk ik. ‘
‘ Gij verdient dat. ‘ schrijf ik terug wanneer Bert terug in de auto stapt.
Wanneer we eindelijk terug thuis zijn kruip ik terug in mijn zetel. Ik heb al gepuft in de auto, met de nodige uitleg van Bert.
Ik heb daarna nog een tijdje ge WhatsApp ’t met Isabelle, met een thee in mijn hand. Nu ben ik weer wat lockdown weetjes rijker. Ik ben behoorlijk van de ‘echte’ wereld weg geweest. Ik had al een paar dagen geen nieuws meer gehoord, maar na de telefoon van Dimitri deze namiddag heb ik toch maar eens het nieuws opgevraagd.
Volgende week gaat België dus terug in lockdown. De kinderen mogen niet naar school in de week voor de paasvakantie, en natuurlijk ook niet in de paasvakantie. Ze hebben 3 weken verlof. In de opvang wilt dat zeggen dat enkel de kinderen waarvan de beide ouders moeten werken en het kunnen bewijzen, naar de opvang mogen komen. Aangezien we veel kinderen van leerkrachten en winkelbedienden hebben, verwachten ze in onze opvang geen stormloop. Darya is ook thuis vanaf maandag, wat niet slecht is denk ik, want ik hoor haar ineens naast mij hoesten.
Mijn hoest is nog zwaar en regelmatig, maar ik heb de indruk dat ik terug wat adem krijg, zonder veel hoestbuien. Mijn antibiotica voor vandaag heb ik ook al ingenomen, de bruistabletten wacht ik tot morgen, anders hoest ik de hele nacht mijn fluimen op.
Al snel val ik in slaap, en tot mijn verbazing slaap ik eindelijk al liggend de hele nacht door.
De volgende ochtend voel ik me al wat opgewekter. Ik ben nog zwak, maar de nacht rust heeft wonderen gedaan. Ik had aan Dimitri beloofd dat ik iets liet weten als ik de uitslag van de dokter en de coronatest had, maar omdat het zo laat was gisteren heb ik dat niet meer gedaan.
Dus ik stuur vandaag een sms.
‘Mijn 2de coronatest is ook negatief, ik heb een zware bronchitis.’
Ping: ‘ok. Ik heb je volgende week voorlopig niet opgezet. verzorg je, gr Dimitri.’
Het hele weekend is het met mij beter. Ik ben nog snel moe, en kortademig maar de koorts blijft weg, en ik slaap veel beter. De fluimen komen ook eindelijk los, tot ergernis van Darya want ze vindt dat rochelen maar vies.
Zij hoest wel veel feller, en ik hoor haar zelfs ’s nachts hoesten.
Ik twijfel maandag dus geen seconde en maak opnieuw een afspraak bij de dokter, maar dan voor haar.
Wanneer we binnen komen wordt de dokter wit als hij mij ziet.
‘Nog altijd niet beter?!’ zegt hij licht paniekerig.
‘jawel! veel beter’ zeg ik als we binnen komen.
‘ Maar ik ben nog heel zwak en kortademig. Maar ons Darya is nu aan het hoesten.’
‘ Dan zullen we eens luisteren’ zegt hij.
Onze huisarts is fantastisch met kinderen. Hij gebruikt graag humor zodat de onderzoeken voor hun niet zo erg is.
‘Klim er maar op.’ zegt hij.
Darya is motorisch niet vlot, en op een onderzoekstafel klimmen is voor haar nadenken hoe ze dat moet doen, en dan maar proberen. De dokter heeft de tafel ook niet naar beneden gedaan, dus is de opdracht moeilijk uit te voeren. Als snel hangt ze met 1 been erop, maar de rest wilt niet.
‘allez, ik zal eens een zetje geven, en hij trekt aan haar broek omhoog waardoor ze er bijna op getild wordt. nu ligt ze er met haar buik op de tafel.
‘ Ja, maar ik moet naar uw longen luisteren eh, dat gaat zo niet.’ zegt hij.
Darya moet er dan altijd mee lachen, en ze draait zich om.
Na goed luisteren naar de longen, met wedstrijdje om het hardst inademen mag ze terug van tafel.
‘ Ja, het was te denken. Ook wat geruis op de longen, ik ga geen risico nemen.’
Hij schrijft voor ons Darya ook antibiotica voor, en een verlenging van mijn ziekenbriefje.
Ziekenbriefje voor school moet niet, want Darya zit toch 3 weken in lockdown.
2 zieken in huis, en Bert werken. We genieten samen van de rust, en we kijken veel tv. Het doet ons wel heel veel deugd, en de antibiotica doet goed zijn werk.
een paar dagen later krijg ik een controle arts voor mijn deur. Ik doe het verhaal, nog steeds kortademig en een hese stem dat ik over gehouden heb van dat veel hoesten. De man is snel terug op de baan.
1 virus heeft mij enorm klein gekregen. Ik was een tijdje geleden zo euforisch omdat het sporten weer beter ging, nu kan ik weer helemaal opnieuw beginnen.
Ik mag blij zijn dat het maar een bronchitis was, ik mag er niet aan denken hoe ik er aan toe zou zijn moest het corona geweest zijn. Voor mij was dit een wake up call om extra voorzichtig te zijn. Mijn mondmasker hou ik toch nog op tot ik gevaccineerd ben.
Een paar weken later ben ik goed genezen, en al terug aan het werk. Het mooi zonnig weer wanneer ik ziek was, is weer omgeslagen naar winterprikken, en daarna naar regen. De lockdown heeft min of meer geholpen, de coronacijfers beginnen weer te zakken, en vooral de gevaccineerden stijgen pijlsnel.
Ik geraak niet meer aan sporten, en zit in een dipje, tot Bert een artikel op facebook vindt.
Maar dat is een ander verhaal.
Einde

Verzorg je… deel 2
Hartelijk bedankt voor de massale positieve reacties op mijn vorige blog ‘Verzorg je.’ Het geeft me energie om verder te doen met dit project. In mijn vorige blog heb ik vertelt over mijn fysieke en mentale achteruitgang dankzij een bepaald virus. Vandaag vertel ik verder, want zoals jullie ondertussen wel weten schrijf ik graag met een open einde. En ik maak mijn verhalen niet graag lang, omdat ik weet dat korte verhalen voor velen aangenamer lezen is. Veel plezier met Verzorg je deel 2, ik hoor graag naar jullie reacties. Kleine tip, lees eerst de vorige blog voor je aan deze begint.
Eind maart 2021
Hier lig ik dan, in het midden van een corona crisis, doodop en ziek. Bert is juist thuis, ik heb hem van zijn werk moeten bellen omdat ik verdachte symptomen heb, en Darya is ook van school gehaald om dezelfde reden.
Ik geraak niet uit mijn zetel, en ik moet wachten op mijn covid resultaat, maar Darya is natuurlijk redelijk energiek en Bert nog veel meer.
Hij beslist dan ook om de gang die we aan het verbouwen waren (een meerjarenplan, misschien mijn schuld, want ik verf niet graag) verder af te werken. Het enige dat nog moet gebeuren zijn plinten zetten.
‘Oh ja, doe dat maar’ zeg ik, waar ik een kwartier later al spijt van kreeg.
het materiaal halen van zijn werk kot achter het huis naar de gang is nogal lawaaierig. De plinten moeten op maat gezaagd worden, dat doet hij ook achter het huis, met de deur open. Hij komt binnen met de plinten door de woonkamer, om dan zo naar de gang te gaan, ook deur open. Ik bibber al van koorts, de trek van buiten kan ik missen als kiespijn. Opdracht voor Darya, de deur achter papa zijn achterwerk dicht doen. de eerste keren doet ze dat zonder morren, maar na de 3de keer is er al een zucht bij, en na de 10de keer wordt de zucht alsmaar luider, maar toch doet ze de deur telkens voor mij weer dicht.
Vanaf het moment dat ik in slaap begin te vallen is er natuurlijk nog geklop van de hamer bij, letterlijk.
Tegen de late namiddag is hij eindelijk klaar, en ons mama is terug van de winkel met een winkelvoorraad voor de hele week. Een kleine voorzorg als we in quarantaine moeten. Ze legt alles netjes aan de voordeur, en wanneer ze terug naar de auto stapt, zwaai ik aan het raam om te bedanken. Het maakt niet uit hoe oud je bent, maar vroeg of laat is er altijd wel een momentje dat je je mama nog eens nodig hebt. Ik ben enorm dankbaar dat ik die momenten nog kan koesteren.
Als Bert terug in de living is en de boodschappen uitpakt stel ik voor om morgen een rustiger bezigheid te zoeken. Zo een dag als vandaag kan ik maar één keer aan. Hij stelt voor om het huis eens te poetsen, en ik ga onmiddellijk akkoord.
Een hoestsiroopje
De volgende dag lig ik opnieuw in de zetel met Spike aan mijn voeten nog doodop van een hele nacht hoesten. Koorts is gelukkig weer gezakt, maar ik voel me nog zo slap als een vod, en mijn longen doen precies pijn.
Bert zijn activiteiten zijn inderdaad wat stiller, Darya heeft de spotify ontdekt en is naar boven in haar kamer aan het zingen en dansen op haar muziek. Ik geniet van de rust en slaap in stukjes, of als ik wakker ben kijk in naar de corona alert app waar ik normaal mijn test resultaten op krijg. Ondertussen krijg ik berichten van de leerkrachten van de wijkschool en van mijn collega’s van de opvang. De ondersteunende berichtjes doen me enorm deugd. Het is al bijna middag wanneer ik voor de zevende keer nog eens kijk en zie dat de resultaten binnen zijn. Tot mijn grote opluchting is het toch geen corona. Bert en Darya natuurlijk ook blij, en Bert beslist om dan maar de fiets te nemen met Darya en een bezoekje te brengen aan oma in Koersel. Voor mij allemaal goed, huis en rust terug voor mij. Ik bel ook naar mijn huisarts om te vragen wat ik het best kan doen dan om van die hoest af te geraken, en wat ik dan zou hebben.
‘ Een ander virus eh’ zegt hij.
‘ Er zijn nog altijd nog andere virussen in de lucht, maar dat vergeten we de laatste tijd precies. uitzieken voor de rest van de week, en neem maar een hoestsiroopje voor de hoest.’
mja, ok dan. Uitzieken dus, en veel rusten. Iets wat ik al de hele tijd al gedaan heb.
Naar Bert gebeld, en opdracht gegeven om bij de apotheek een goeie hoestsiroop te gaan halen, en ondertussen slaap ik weer in stukken en brokken, met Spike aan mijn voeten. Iedereen terug gebeld of berichtjes gestuurd met het goede nieuws, mijn moeder is dezelfde dag nog op bezoek gekomen, van Dimitri kreeg ik een antwoord op mijn bericht, “ok, verzorg je nog” zijn standaard zin dat ik de komende dagen nog veel krijg.
De volgende dag voelde ik me helemaal niet beter. Ik heb opnieuw een rusteloze nacht gehad met heel veel gehoest, mijn longen doen er pijn van, mijn ademhaling is kort. De hoestsiroop dat ik moest nemen van mijn huisarts is al redelijk goed gebruikt, maar ik voel geen verschil. Tegen de avond ben ik helemaal een wrak, ik besluit een warm bad te nemen, ik heb de indruk dat de warme dampen me goed doen, en ik val daarna in de zetel terug in slaap.
Jammer genoeg is het van korte duur. De hoestbuien zijn veel feller, alles doet pijn, vooral mijn longen, ik begin te piepen als ik adem. Ik kan niet meer liggen, want dan moet ik hoesten, dus ik probeer te slapen rechtop zittend. De hoestsiroop heb ik zelfs al bijna half leeg, en helpt helemaal niet. Ik maak opnieuw een afspraak bij mijn huisarts de volgende ochtend.
Darya gaat met een klein hartje naar school, ze heeft denk ik nog nooit meegemaakt dat haar mama zo ziek is. Ze mag me geen knuffel geven of een kus van mij, want ik ben niet echt gerust. Ik wil haar niet besmetten.
Ben je zo ziek?
Wanneer ik bij mijn huisarts aankom, ben ik volledig buiten adem. ik strompel binnen in zijn praktijk, ik ben best emotioneel. Het wordt allemaal een beetje te veel.
‘zeg het eens’ zegt hij.
‘ Ik kan niet meer ‘ antwoord ik.
‘ Is het nog niet beter? ‘
‘ Nee, helemaal niet. Ik hoest dag en nacht, ik slaap niet, alleen rechtop zittend, ik voel me ziek. ‘
‘ Dan kan je beter naar spoed gaan.’ zegt hij, maar hij bedenkt zich.
‘ Die test was niet juist. Ik ga je toch nog eerst opnieuw testen.’
opnieuw een stok in mijn neus, kleenex voor de tranen. Hij luistert naar mijn longen, die klinken niet zuiver maar ook niet zo erg, koorts heb ik voor het moment weer niet. Ik begin te twijfelen aan mezelf, en voel me eventjes een flauwe trees.
Ik ga van de onderzoekstafel af en strompel naar de stoel voor zijn bureau. Hij kijkt me aan, ik zit daar lijkbleek, doodop, snakkend naar adem.
‘ Ik ga je naar het medisch centrum in Beringen sturen. Je gaat naar beeldvorming, en je laat foto’s maken van uw longen. ‘
Hij krabbelt de instructies op een papier voor daar af te geven.
‘Ga maar onmiddellijk door van hieruit, en bel deze avond naar mij voor de uitslag van de foto’s. Als het geen corona is, dan is het denk ik een longontsteking.’
Ik ga terug naar buiten en stap in de auto. Wat moet ik doen? naar het medisch centrum, ik heb het papier in mijn hand. Moet ik iemand verwittigen? Niemand is thuis. Bert is sinds gisteren terug aan het werk, mijn ouders zijn ook allebei aan het werken, en mijn briefje loopt tot eind van de week. Nee, wacht ik moet het werk wel verwittigen, dat ik misschien toch corona heb. Ik stuur snel een whatsapp naar de collega’s, en ik besluit nog eventjes te wachten om de dienst te verwittigen.
Ik start mijn auto en rijd naar het medisch centrum. Gelukkig is het niet ver, maar het autorijden is moeilijk. Ik ben heel slap, en ik word emotioneel. onderweg hoor ik mijn gsm plimpen, maar ik kijk niet. Ik heb mijn concentratie nodig.
Eens binnen in het centrum meldt ik me aan en ga ik naar medische beeldvorming. Ik heb mijn mondmasker niet meer uit gedaan vanaf het moment dat ik vertrokken ben thuis, dus ik ben helemaal buiten adem en ik bibber wanneer ik mijn briefje van de dokter aan de medische secretaresse heb gegeven.
Ze kijkt me aan en vraagt: ‘heeft u een afspraak?’
‘ Nee, mijn huisarts heeft me onmiddellijk door gestuurd’ zeg ik.
de secretaresse zucht.
‘ Met de huidige maatregelen moet u een afspraak maken. U mag niet meer zomaar naar hier komen, dat had uw huisarts moeten weten.’
Ik word rood achter mijn mondmasker.
‘ Dat wist ik niet, en ik denk ook niet dat mijn huisarts dat weet. Ik heb alleen gedaan wat hij me gezegd heeft.’
‘ Ja, dan weet u dat in de toekomst. Ga maar zitten mevrouw, mijn collega komt u zo dadelijk roepen, maar dat kan nog eventjes duren.’ klantvriendelijk is ver te zoeken.
Ik ga zitten op een stoel dat vrij is, met voldoende afstand van de andere mensen die er zitten.
Ik neem mijn gsm, en de collega’s hebben al gereageerd. In tijden van nood kan ik op hen rekenen, en ik ben hun daar enorm dankbaar voor. Ze troosten me, hebben medeleven, en ik begin natuurlijk te janken puur van wanhoop en emoties. Ik voel me weeral een flauwe trees. Daar zit ik dan in de wachtzaal op mijn tanden te bijten om mijn tranen te bedwingen, en vooral niet te hoesten.
Plots krijg ik het heel koud, ik voel me koortsig. Nu wanneer ik niet bij de dokter ben krijg ik weeral koorts. Ik denk dat mijn lichaam de koortsthermometer van mijn huisarts niet vertrouwt.
Gelukkig moet ik niet lang wachten in het centrum, ik ben na een kwartier al aan de beurt.
De verpleegster stuurt me naar een hokje, en ik moet mijn trui, T-shirt, en BH uit doen. Wanneer ik wacht op de verpleegster die me zegt hoe ik moet staan, sta ik te bibberen over heel mijn lijf. Ik moet met mijn armen omhoog tegen de koude plaat staan. Blijkbaar sta ik nog niet goed, de verpleegster zet me goed met mijn borstkas zo goed mogelijk tegen de plaat.
‘ amai u gloeit!’ zegt ze.
‘ gaat het mevrouw? bent u niet goed? ‘
‘nee’, zeg ik heel hard op mijn tanden bijtend.
‘ Dan gaan we snel doordoen, dan kan u uw kleren terug aandoen.’
Ik ga hier helemaal mee akkoord, want ik wil nu niks liever als in mijn bed kruipen.
Als de foto’s zijn genomen mag ik me terug omkleden. In de achtergrond hoor ik een paar verplegers binnenkomen met een paar bussen alcoholspray en spuiten ze het hele toestel waar ik net gestaan had nat met ontsmettingsmiddel.
De verpleegster die me net geholpen heeft komt naar me toe.
‘ Normaal zijn de foto’s al over een uur naar uw huisarts verstuurd, dan zal u de uitslag wel snel weten. Heeft u al een covid test gedaan?’ vraagt ze.
‘ Ja, al 2 keer ‘ zeg ik.
‘De eerste was negatief. Ik heb een half uur geleden een 2de test gedaan.’
‘ Het kan natuurlijk ook iets anders zijn, er zijn nog andere virussen in de lucht.’
Dat heb ik nog al gehoord, en ik draai met mijn ogen in mijn hoofd.
Hoe ik naar huis ben gereden weet ik niet zo goed meer. Mijn hoofd tolt, ik ben heel emotioneel, en ik laat de tranen de vrije loop.
Maar de rest van het verhaal vertel ik een volgende keer.
Wordt vervolgd

Prins carnaval is verliefd (deel 1)
In een klein huisje woont een prins. Een mooie jonge prins die alleen maar prins mag zijn tijdens carnaval.
Zijn naam is prins Hendrik de 4de, maar iedereen noemt hem Charlie. Als Charlie geen prins is, dan is hij bakker. Elke dag bakt hij brood voor de klanten, hij werkt heel hard. En op zondag sluit hij de winkel een beetje vroeger om dan op tijd naar de carnaval te gaan.
Wat doet Charlie dat toch graag, en wat is hij graag gezien bij zijn klanten en op carnaval. Maar toch is Charlie een beetje eenzaam. Er is namelijk geen prinses. Charlie is al jaren aan het zoeken naar de juiste kandidaat, maar tot nu toe is nog niemand geschikt in deze job.
De Ridders van de prins hebben gezien dat Charlie een beetje eenzaam is, en ze hebben een voorstel.
‘Wat als we een oproep doen om een geschikte kandidaat te zoeken?’ stelt ridder Maarten voor.
‘ Hoe bedoel je?’ vraagt de prins geïnteresseerd.
‘ Gewoon, we roepen de onderdanen tot hier, en we kondigen aan dat u een prinses zoekt.’
‘ we kunnen ook een boodschap achterlaten aan het stadhuis.’ Stelt de hofnar voorzichtig voor.
‘ Dat is wel vernederend! Dan denken mijn onderdanen dat ik geen prinses kan vinden.’ Zegt de prins een beetje boos met zijn armen gekruist.
‘ Nee, uwe hoogheid! Zo bedoel ik dat niet. Het is alleen een hulpmiddel om de juiste kandidaat te vinden’ zegt de hofnar kruiperig.
‘Ja…ja, goed dan moet dat maar.’ Zegt de prins, en hij vertrekt met grote stappen naar de deur om zijn bakkerij terug open te doen.
In de bakkerij is Marie al achter de toog haar schort aan het aandoen om de klanten te bedienen. Marie is een gewoon meisje uit het dorp die Charlie helpt in de bakkerij. Ze draagt een brilletje, heeft graag gewoon een broek en simpele blouse aan met sneakers aan haar voeten en haar haar in een paardenstaart. Marie is vriendelijk tegen de klanten en tegen Charlie, maar ook wel een beetje verlegen.
‘goeie morgen Marie’ zegt Charlie tegen haar.
Marie kijkt Charlie niet aan, maar naar de grond en zegt heel stilletjes goeie morgen terug zonder fel haar mond open te doen.
‘ Mooi weer vandaag’ zegt Charlie in een poging een gesprekje aan gang te krijgen.
‘Ja’ zegt Marie
En het gesprek stopt weer.
Gelukkig komt de eerste klant in de winkel, en Charlie gaat naar de bakkerij om bestellingen af te werken. Marie blijft alleen in de winkel om de klant te helpen.
Een paar dagen later swipete Charlie door facebook en ziet hij een advertentie dat geplaatst is door de hofnar.
AANDACHT, AANDACHT
PRINS HENDRIK DE 4DE, PRINS VAN DE ORDE VAN DE ZOTTE RIDDERS VAN DE BAKKER
IS OP ZOEK NAAR EEN VROUW DAT ZIJN LEVENSGEZELLIN WILT ZIJN.
DE DAME IN KWESTIE MOET GEINTERESSEERD ZIJN IN CARNAVAL EN HEEFT DE TAAK OM ALTIJD PARAAT TE STAAN OM ALS PRINSES NAAST DE PRINS AANWEZIG TE ZIJN OP DE CARNAVAL PARADE
BIJ INTERESSE, GELIEVE TE REAGEREN OP ONDERSTAANDE LINK EN DAN HOORT U VAN ONS ALS U IN AANMERKING KOMT VOOR DE SELECTIE.
Charlie moet het artikel een paar keer opnieuw lezen. Hij wordt telkens weer opnieuw roder van schaamte. Hoe durft die hofnar wel niet! Charlie neemt zijn telefoon om zijn hofnar te bellen, maar de man is niet te bereiken. Wacht maar deze avond denkt Charlie, hier zal hij niet goed van zijn.
Nog dezelfde avond Roept de prins zijn ridders en hofnar samen. De prins is furieus, hij is nog nooit zo hard beledigd geweest in zijn ogen.
‘Ja maar, uwe hoogheid…’ hakkelt de hofnar
‘ Niks maar! U haalt die artikel onmiddellijk weg, want dat feestje gaat niet door!’ roept de prins.
‘ Dat gaat niet uwe hoogheid,’ zegt een van de ridders.Â
‘ Er zijn al heel wat kandidaten die zich hebben ingeschreven. We kunnen niet meer terug.’
‘Er is ALTIJD een weg terug!’ Charlie ijsbeert door de ruimte. Soms horen de ridders woorden uit zijn mond komen zoals: ‘beschamend, ik doe het niet…’
De prins haalt een paar keer diep adem om te kalmeren.
‘ Telt mijn mening hier nog!?’
‘ Natuurlijk uwe hoogheid.’ Zegt de hofnar. Ik dacht alleen dat u nog een duwtje in de rug kon gebruiken.’
‘ U hebt het laatste woord sire. Als u hier niet mee wil doorgaan, blazen we alles af. Maar weet dat onze sponsors voor de vereniging graag een prinses naast uw zijde willen. Dat is betere publiciteit.’ Zegt ridder Maarten.
Charlie moet toegeven dat zijn ridder gelijk heeft. Hij stopt met ijsberen en denkt een paar minuten na, terwijl iedereen angstig zit af te wachten.
‘goed dan.’ zegt de prins plots. ‘ Laat alles dan maar door gaan.’
‘ En hoe moet het nu verder?’
‘ De kandidaten komen morgen naar de zaal van het gemeentehuis, en dan moeten ze door de selectie geraken.’ Zegt de Hofnar.
‘ Welke selectie? Vraagt de prins
‘ Een talentenshow. Ze moeten laten zien dat ze prinses waardig zijn.’ Er zijn tickets verkocht in het dorp, iedereen die een ticketje gekocht hebben mogen naar de show komen kijken, en dat is dan ook goed voor onze schatkist.’
De prins moet toegeven dat dit een heel goed idee is van de hofnar.
‘ Ok, maar ik heb het laatste woord. Ik beslis wie deze show wint en dus ook mijn prinses mag zijn.
Wordt vervolgd
Van Feestdagen Rush Naar Winter Blues
Weken heb ik er naar uitgekeken. De feestdagen, de kerstvakantie, gewoon samen zijn met het gezin. De Feestdagen zijn toch wel de gezelligste dagen van het jaar, Niet?
Nee, dit jaar niet vind ik. De traditionele feestjes met de familie gingen niet door, alternatieven zijn er last minute nog in elkaar gestoken. Dat gaf wat stress, maar geen nood, want de feestdagen kwamen er aan en dat is toch altijd gezellig en vrolijk, zeggen ze. De kerstvakantie was voor mij een hele drukke bedoening. Er moesten natuurlijk nog cadeautjes gekocht worden, heel erg op het laatste moment, maar ik verwacht ook niet anders van mezelf. Maar dit jaar was dat niet aangenaam voor mij. Niet dat ik vond dat het druk was in de winkels, helemaal niet. Maar ik ben al 12 jaar “gezegend” met de ziekte van Crohn, een auto immuunziekte. Kort uitgelegd, mijn immuunsysteem valt mijn eigen lichaam aan, en in geval van Crohn wilt dat dus zeggen dat er ontstekingen in mijn darmen ontstaan. Dus zonder mijn medicatie en regelmatig onderhoudsbezoeken bij de gastro-enteroloog, was ik een wrak met enorm veel diarree en buikkrampen. Over het algemeen heb ik mijn gezondheid vrij goed onder controle, maar het geeft me wel redelijk wat geruststelling als ik weet dat ik hier en daar naar de wc kan wanneer ik op cadeautjes jacht moet gaan.
Dat maakte het nu allemaal wat lastiger dit jaar. Ik riskeer het niet om naar Hasselt te gaan, want de eet en drink zaken zijn niet open, dus ook geen toiletten. Ik ga dan hier in de omgeving Beringen winkelen, maar ik vind geen toilet mogelijkheden meer. Die zijn allemaal noodgedwongen gesloten voor publiek. De enige optie dat ik dan nog heb, is in noodgeval terug naar huis racen om naar het toilet te kunnen gaan. En als iets tussen mijn oren zit, gebeurt dat dan ook. Ik heb tijdens mijn bezoek in de Standaard heel snel de boeken moeten grijpen dat ik nodig had, mij stilletjes aan het opjagen aan de kassa, want dat ging niet snel genoeg, om dan pijlsnel naar de auto moeten snelwandelen, billen toegeknepen, om naar huis te rijden om dan nog op tijd op het toilet te geraken. Als ik dan iemand bekend tegen kom op straat, hierbij weet je dus dat ik niet asociaal ben en geen babbel wil slaan, maar dat ik gewoon niet kan stoppen, omdat ik mijn uiterste best aan het doen ben om mijn bil spieren te trainen.
Met de feestdagen wilt ook zeggen, lekker eten. Ik kook wel graag, en ik heb me nogal laten gaan op kerstavond. Hapjes, verse soep, pommes duchesse, spareribbetjes, en zelfgemaakte hamburgers. Als afsluiter, een heerlijke ijstaart van de lokale schapenboer. Het was lekker, maar best wel veel. We hebben er dan ook op kerstdag nog van kunnen eten, en zelfs op 2de kerstdag. Gelukkig, omdat ik zelf kook kon ik ingrediënten gebruiken waar ik met mijn darmen niet op reageer, met hier en daar toch wel een klein beetje zondigen. Op oudjaar ben ik voor ons chinees gaan halen. Zalig gemakkelijk, en geen uren achter het fornuis. Wij zijn eigenlijk best wel grote eters, en we vonden ook het moment om eens nieuwe dingen te proberen. Met als gevolg dat ik zot veel besteld had. Zo veel, dat we er op nieuwjaarsdag ook nog royaal van hebben kunnen eten.
Maar eenmaal de feestdagen gedaan waren, en alles op was, had ik een heel onaangenaam opgeblazen gevoel. De weegschaal haatte mij, (3 kilo erbij!) en mijn fiets heeft mij meer dan 2 weken niet meer gezien.
Ik heb me weer laten gaan, wat haat ik mezelf voor het moment. Ik moet terug aan mezelf werken. Opnieuw een afspraak bij de diëtiste, gelukkig geen uitbrander gekregen maar een nodige opkikker.
Mijn koerstenue terug aangedaan, zit natuurlijk terug vaster op mijn lichaam met wat vetrolletjes, en de mountainbike terug van stal gehaald. Wat kraakte en piepte dat ding van het stil staan. Opnieuw een ritje gaan rijden, wat was dat pijnlijk. Nu is het moment waar ik dan in de knoop met mezelf zit. Ik vind niet echt het sportieve ritme terug, en mijn lichaam is nog overvol van de feestdagen.
Tot overmaat van ramp krijg ik dan nog een paar dagen later een buikgriep te pakken. 2 dagen ziek gekluisterd in de zetel, met waakhond aan mijn voeten. Ik kan nog niet naar de wc lopen zonder een bezorgde hondenkop aan de deur te zien. (wat hou ik toch van mijn spikkeltje). Dus nu zit ik hier, geef ik toe aan mijn lichaam en geef ik alles op? Laat ik de winter blues over mij komen? zeteltje in, boekje lezen, Netflixen, het klinkt heel aantrekkelijk, maar zo zal ik niet sportief klaar zijn als ik terug met de wielerclub zondags wil gaan fietsen, en zo geraak ik niet van mijn overtollige kilo’s af, en zo neemt ook stilletjes het crohn beestje in mijn lichaam weer alles over waardoor al mijn jarenlange vechten voor niks is geweest. Nee dat gaan we niet laten gebeuren. Dit mag ik ook niet laten gebeuren. Nu moet ik herstellen van mijn buikgriep en mezelf herpakken. Dus stilletjes terug in beweging komen, desnoods binnen op de rollen, en terug gezond eten, vooral darm vriendelijke producten. Ik ga deze winter de strijd tegenaan om geen winter blues te krijgen. Dat is dan ook mee mijn goede voornemens.
Mijn persoonlijke strijd zal ik dan ook delen met jullie, dus wordt vervolgd.



Fitnessen met de Fitties 4
Soms isoleer ik me graag af tijdens het sporten. Niet dat ik dan met niemand wil spreken, maar ik kies er dan voor om alleen te zijn met mezelf en mijn gedachten. Meestal heb ik daar nood aan als er te veel muizenissen in mijn hoofd zitten. Ook ik ben niet altijd vrolijk, ook ik heb dagen dat donkerder aanvoelen dan andere dagen.
Vandaag is zo een dag. Het opstaan was moeilijk, de fietsrit naar de opvang was moeilijk, en mijn ochtend shift was moeilijk. Pas op, ik doe mijn job doodgraag. En ik behandel al mijn opvangkindjes als kostbare diamantjes. Maar sommige diamanten zijn heel ruw en die moeten geslepen worden. En dan neem ik mijn werk al eens mee naar daar waar ik ben op het moment, en lijk ik heel afwezig.
Op die dagen heb ik graag muziek. Spotify met muziek van Queen is dan mijn beste vriend.
Wanneer ik voor de spiegel mijn buikspieroefeningen aan het doen ben klinkt ‘somebody to Love’ hard door mijn oortjes, en ik geniet ervan. Freddie was machtig goed in dit nummer. Hij haalde moeiteloos de hoge noten. Ikzelf kan niet zingen, maar soms betrap ik mezelf toch dat ik een noot probeer mee te zingen, zo vals als een kat. En natuurlijk ga ik nu enorm op tijdens dit nummer. Ik doe mijn sit-ups, wat ik niet graag doe. Maar met Freddie in mijn oren die juist de hele hoge noot zingt ‘somebodyyyyyyyyyyyyyy’ (maar dan hoger) besef ik niet wat ik doe. Mijn sit-ups doe ik ineens niet, ik lig met mijn rug op de mat en mijn armen onder mijn hoofd en ik zing mee de hoge noot ongelooflijk vals. Wanneer ik mijn ogen weer open doe, zie ik natuurlijk de Fitties die rondom mij ook aan het sporten waren naar mij kijken. Oh wat schaam ik me. Marcel die het dichtst naast me zat aan de rugspier oefeningen klapt in zijn handen met een brede glimlach en roept ‘bravo! Doe nog maar een nummer!’
‘nee, ik ben uitgezongen’ zeg ik met een heel rood hoofd. Ik sta op en ik beslis om maar naar de fietsen te gaan, aan de andere kant van de fitness.
Ik reageer me een beetje af op de fiets. De muizenissen zijn er nog altijd, en ik speel mijn ochtend opnieuw af in mijn hoofd. Ondertussen stamp ik hard op de pedalen en het zweet breekt me uit.Â
Ik ben zo druk bezig met de training dat ik nauwelijks  zie dat Marcel ook begonnen is met fietsen naast me.
Marcel is een grote man met de vriendelijkste glimlach dat je maar kan voorstellen. Hij kan me altijd onmiddellijk gerust stellen, zeker met zijn zachte stem.
Marcel en zijn vrouw Linda behoren ook bij de Fitties. Allebei redelijk sportieve mensen, en een heel fijn koppel samen.
‘Je gaat er nogal tegenaan’ Zegt marcel.
Maar ik heb mijn oortjes in, dus ik versta hem niet. Ik heb zelfs niet door dat Marcel tegen mij bezig is. Plots voel ik getik op mijn schouder.
Ik kijk naar links en Marcel doet teken. Ik doe mijn oortjes snel uit, ik hoor op de achtergrond Freddie uit mijn oortjes zingen.
‘uw handdoek is gevallen’ zegt Marcel
Ik kijk naar beneden, en ik zie mijn handdoek voor het zweet van mijn voorhoofd te vegen naast mijn fiets op een hoopje liggen.
‘och, verdekke dat heb ik niet gezien’ zeg ik.
‘ Dat heb ik gemerkt, je gaat er nogal tegenaan?’
‘ Ja ‘ zeg ik lichtjes buiten adem.
‘ Ik had het nogal nodig. Het is niet mijn dag vandaag.’ Ik minder mijn snelheid op de fiets, en ik begin wat uit te bollen.Â
‘ Ik vond al dat je zo afwezig bent vandaag. Tja dat kan wel eens voorvallen eh.Â
Maar waarom zet je die muziek zo hard op uw telefoon?’
‘ Om mijn gedachten te verzetten. Soms helpt dat wel eens, maar vandaag is het moeilijk.’
zeg ik in een sombere bui.
‘ Ik geloof nooit dat die luide muziek goed is voor het gehoor.’ Zegt Marcel bedenkelijk. Ondertussen fietst hij verder op een redelijk tempo.
‘ Trouwens, hier spelen ze ook muziek af door de boxen. geen hyper moderne muziek, wat jij misschien wel hoort in je oortjes. Maar ik vind dat best wel goede muziek. Soms zijn er nog fijne klassiekers tussen.Â
‘ Ik luister liever naar de klassiekers dan naar de moderne muziek ‘ zeg ik. Tenminste, dat hangt af van mijn mood.
In deze fitness hoor je inderdaad enkel gewone hedendaagse muziek, en geen zware Beat. Dat wordt speciaal gedaan voor de Fitties, wat ik heel sympathiek vind van de uitbater.
‘ Awel dan, wat is dan het probleem?’ Trouwens, al die mensen die zelf naar hun muziek aan het luisteren zijn hebben niks in de gaten van de omgeving. Laat staan met iemand praten.’ Zegt Marcel en hij geeft me een veelbetekenende knipoog.Â
Ik kijk eventjes rond in de ruimte. Het is inderdaad weer een gezellige boel. En aan de koffie blijkbaar ook al. Jos wuift naar me en roept van ver, maar nog juist hoorbaar:
‘Goed gezongen daarstraks!’
Fantastische Jos, hij laat me weer lachen.
‘ Ok, boodschap begrepen.’ Zeg ik met een glimlach. Ik sluit mijn spotify af en doe mijn telefoon aan de kant op de fiets.
We beginnen te babbelen over fietsen en de wielerclub waar ik bij ben, en Marcel vertelt over vroeger en de enorme evolutie van de fiets en ik luister heel geboeid naar zijn verhaal.
Eigenlijk ben ik nu rustiger als daarstraks met mijn muziek in de oren.
Linda is erbij komen staan, en er wordt gebabbeld over hun weekendje zee.Â
Je ziet de twinkeling in hun ogen wanneer ze vertellen, en ik hoop zo hard dat mijn man Bert en ik zoveel jaren later ook nog zo naar elkaar zullen kijken, tevreden over ons leven samen en hoopvol naar de toekomst.
Wordt vervolgd

Dag van de unieke kinderbegeleider
Elk kind is anders, dus elk kind is uniek. En ik heb de grote luxe dat ik mij mag mengen in dat unieke wereldje, namelijk de kinderwereld.
Dat unieke wereldje, dat voor elk kind anders is kan heel mooi zijn.
Elke dag staan mijn collega’s en ik met plezier klaar om elk uniek kindje te ontvangen, samen te spelen, te troosten en te helpen. En elke dag opnieuw.
We helpen de ouders om ook hun bij te staan bij moeilijke momenten in het levensloop van hun kind.
En we helpen de leerkrachten om de observatie van hun leerling voort te zetten, en de spreekbuis te zijn naar de ouders.
Ook elke kinderbegeleider is uniek, en alle kinderbegeleiders blinken uit in hun eigen talent. Knutselen, tekenen, voetballen, voorlezen, spelen, troosten, helpen met huiswerk, gek doen… niks is te veel.
Dus wat is het succes van een goede opvang? Unieke begeleiders, die alles geven om een fijne tijd te geven aan al die unieke kindjes.
Voor al mijn collega’s: fijne dag van de unieke kinderbegeleider
Hilde G

