Ik heb dus een reset knop

3 jaar geleden Heb ik een blog geschreven over de voorbereidingen van een gastric sleeve, mijn voorbereidingen.
De bedoeling was dat ik een jaar lang regelmatig zou bloggen over dit proces na de operatie…. maar dat is niet gelukt.
De operatie wel, het afvallen ook, maar het schrijven niet. Het was een rollercoasterperiode boordevol emoties van blijdschap en verdriet, die ik toch lichtjes onderschat had.
De drang om het te doen lukken was zo tijdrovend en energieslopend dat ik het schrijven onbewust aan de kant heb geschoven.

Nochtans was ik begonnen aan een vervolg, en het was al een lang stuk. Maar toen ik na maanden opnieuw wou schrijven, merkte ik dat alles wat ik geschreven had verdwenen was op mijn computer. Eigen schuld- ik had beter moeten opslaan.
Maar het gaf me ook niet meer de moed om opnieuw te beginnen, waardoor er dus nog altijd geen vervolg is geschreven op het vorige.
En ik ga dat ook niet meer doen, het spijt me.
Ik vind de energie niet meer, en ik ben al veel kwijt in mijn herinneringen om alles opnieuw in detail neer te typen.
Maar ik ga wel proberen jullie in een notendop op de hoogte te brengen.


Drie jaar in een notendop

De operatie was dus geslaagd, ik herstelde goed.
Het voordeel van die coronagolf was dat ik in alle rust kon herstellen.
Het enige waar ik last van had, was een allergie op de pleisters- Amai die hebben gejeukt!

Het eerste dat ik mocht eten was een beetje bouillon en een tasje thee. Vijf hapjes en ik had genoeg, maar ik was oh zo blij dat ik eindelijk iets mocht eten.
Thuis kreeg ik opnieuw bouillon, gemaakt door mijn mama (liefde van de mama gaat door de minimaag) en yoghurt of pudding.
De eerste twee weken moest ik het doen met vloeibaar voedsel, daarna mocht ik rustig beginnen met een cracker, gewone soep en puree.
Ik weet nog dat ik dolblij was om weer vast voedsel te mogen eten.
Raar genoeg mocht ik fruit en groenten pas na ongeveer drie weken opnieuw eten.

Toen ik weer zo goed als alles mocht eten, begon ook het afvallen. (Daarvoor moest mijn lichaam nog wennen, en viel er op de weegschaal nog niet veel te zien.)
Na vier weken mocht ik op controle bij de chirurg, en ik kreeg de goedkeuring om rustig te sporten.

Vlak na de operatie moest ik van de chirurg op dag twee al uit bed om wat te bewegen — wat ik ook deed, tot tevredenheid van de verpleegster.
Toen ik thuis was, ging ik elke dag met Bert wandelen. De eerste keren gewoon in onze straat, maar daarna werd het blokje steeds wat langer.
Na vier weken was ik klaar om te sporten.
Op naar de fitness: rustig beginnen, niet heffen (dat mocht nog niet), enkel wat cardio.
Mijn energieniveau viel goed mee, al moest ik het toch rustig aan doen na het sporten.
Een fietstocht was nog wat te hoog gegrepen, maar dat kwam later wel.

Ondertussen ging ik weer werken — blij weerzien met de collega’s (nieuw tenue, want de kilo’s gingen er goed af) en de kindjes.
In maart begon het fietsseizoen weer met de club, maar daar kon ik nog niet bij volgen.
De eerste ritten deed ik met een elektrische fiets, maar dat is een ander verhaal.

Daarna ging het razendsnel.
Het sporten ging beter, al was het een uitdaging om genoeg energie te krijgen met het weinige dat ik at.
Ik kreeg complimenten over mijn uiterlijk, voelde me goed, en had echt mijn resetknop gevonden.

Dumpings

In het begin had ik veel schrik om een dumping te krijgen. Dat kan gebeuren als iemand met een gastric bypass of sleeve iets eet dat de maag niet goed kan verteren.
In de meeste gevallen is de enige oplossing dan het toilet — langs boven of langs onder.
Met een sleeve zijn dumpings niet zo snel, maar “vastlopers” wel: eten dat blijft steken door te snel of te hevig te eten.
Daarom is het heel belangrijk om goed te kauwen en rustig te eten — iets wat ik echt heb moeten leren in het begin.
Dumpings heb ik niet vaak gehad, alleen af en toe een gevoel van “flauw” zijn, een soort suikerval of benauwd gevoel.
Dat gebeurt meestal als ik iets eet dat te zwaar op de maag ligt, zoals een taart met veel pudding of roomijs.

Mentaal

Mentaal was het, zoals ik al eerder schreef, een rollercoaster.
Begrijp me niet verkeerd — ik was heel blij met mijn nieuwe kans en ik wou die met twee handen grijpen.
Het traject verliep perfect; zowel de diëtiste als de chirurg waren enthousiast over mijn aanpak.
Maar er waren ook goedbedoelde mensen die, bedoeld of onbedoeld, het mij mentaal moeilijk maakten.

Ik kreeg vaak de opmerking:

“Wat zie je er goed uit!… niet dat je er daarvoor niet goed uitzag, hè — begrijp me niet verkeerd.”

Ongemakkelijke momentjes, want ze beseffen dat de woorden verkeerd geformuleerd zijn.
Ik gebruik dan humor, zeg iets als “ik heb mezelf wat gekrompen” of “dit is een betere versie van mezelf.”
Toch krijg ik onbewust het gevoel dat ik vroeger lelijk was.
Dik zijn is in sommige mensen hun ogen blijkbaar lelijk. Al ligt dat gevoel deels aan mezelf.

Ik had lang moeite om te eten in het bijzijn van anderen, omdat ik vaak de opmerking kreeg:

“Zo weinig? Kan je nog altijd niet meer eten?”

Nee, dat is niet de bedoeling — ik wil niet bijkomen.
Of:

“Pak nog maar een stukje.”
“Nee dank je, ik heb genoeg.”
“Maar allez, een klein stukje dan.”
“Nee merci.”

Met dan een klein beledigd gezicht, waardoor ik me ongelooflijk schuldig voelde.
Maar als de maag vol is, is ze vol. En als ik dan verder eet, zet de maag uit — en is alles voor niets geweest.

Ook de goedbedoelde raad:

“Zie dat je nu niet weer bijkomt, hè, want ik ken er ene — amai, die was het dubbele terug bij!”

Alsof ik dat zelf niet wil vermijden.

Een nieuwe collega had eens getrakteerd op het werk, op een calorierijke puddingtaart.
Ik had dat niet voorzien en net thuis gegeten voor ik vertrok. We moesten allemaal een stukje eten.
Ik wou weigeren, maar ze nam het persoonlijk, dus nam ik beleefd een klein stukje.
Na een paar happen had ik spijt: misselijk, duizelig, zweetaanvallen — en toch proberen verder te werken.
De collega nam het me nog kwalijk dat ik de helft van dat stukje niet opat.
Ze wist van mijn operatie, maar begreep duidelijk niet wat dat allemaal inhoudt.

Datzelfde jaar merkte ik dat ik vergat te eten, of niet meer durfde eten in het openbaar.
Mentaal kon ik niet meer herstellen, en donkere gedachten namen de bovenhand.
Ik wist dat ik hulp moest zoeken en gas moest terugnemen — al was dat heel moeilijk toe te geven.

Verdict: burn-out.

Voor alle duidelijkheid: de operatie en het afvallen waren niet de oorzaak van mijn burn-out, maar wel een onderdeel ervan.
Een burn-out is het gevolg van veel factoren — te veel ineens. En dat “te veel ineens” was genoeg om mijn lichaam en geest te doen blokkeren.
Het heeft lang geduurd eer ik er weer bovenop was. Eerlijk gezegd denk ik niet dat ik er helemaal van af ben, of ooit zal zijn.

Maar ik had hulp gezocht en gevonden.
Ik leerde mezelf opnieuw resetten (alweer), ik leerde weer praten met de mensen die me lief zijn, en ik werd weer sterker.
Gaandeweg kon ik het werk opnieuw hervatten. De collega waar ik over schreef was vertrokken, en met het nieuwe team zat het goed.


-35 kilo later

Ik heb me dus meerdere keren helemaal gereset.
Ik heb vrede met mijn uiterlijk én mijn innerlijk.
Ik maak elke dag bewuste keuzes over voeding — met af en toe een zondig momentje, en dat is oké.
Het sporten gaat goed: lange afstanden op de weg, gravel en mountainbike.
Wekelijks probeer ik te fitnessen (al lukt dat niet altijd).
De diëtiste volgt me nog steeds op, wat goed is, zodat ik op het juiste pad blijf.

En schrijven — dat is lang niet gegaan.
Ondertussen heb ik voor de opvang al een paar zintuiglijke verhalen geschreven, waar ik later ook over wil vertellen.
Ik wil de draad opnieuw oppikken met deze website, en ik hoop hierbij een goede start te maken.

Het verhaal van mijn gastric sleeve wil ik bij deze afsluiten.
Dankjewel om de tijd te nemen om mijn verhaal te lezen.

Einde

Mijn Reset knop

27 December 2021

We zitten aan tafel, mijn petekind Mats blijft logeren en ik heb lasagne gemaakt, mijn allerlaatste maal als mijn oude ik. Vanaf morgen begin ik aan mijn pre-dieet en dan is de dag van mijn operatie.
Ik heb genoten van elke hap dat ik in mijn mond heb gestoken en natuurlijk veel te veel gegeten. Het was heel lekker, maar ik voel me natuurlijk ook weer schuldig. Het was een gevoel alsof ik afscheid neem van alles wat ik lekker vind (wat ik nu zoveel maanden later een foute gedachte vind) Maar toen vond ik dat ik dit moest doen om een periode af te sluiten.
De volgende dag is de eerste dag van mijn dieet. Een streng dieet waar je enkel zakjes mag gebruiken van Ligna Pharma en groenten. Geen brood meer, of pasta, vlees, vis, of wat dan ook.
Het dieet is nodig om de lever te doen krimpen. Blijkbaar kan een lever enorm zwaar zijn bij mensen met overgewicht, en ze moeten die kunnen verplaatsen om goed aan de maag te kunnen. Persoonlijk denk ik ook dat het dieet nodig is om het koppeke voorbereid te krijgen voor na de operatie.
Ik bedoel daarmee dat ik vooral enorm veel last heb gehad van mood swings. Allez, Bert heeft veel last van mijn mood swings gehad.
Het eerste zakje dat ik gegeten heb was havermout. Ik lust graag havermout, en ik dacht dat deze havermout niet veel verschillend zou zijn als dat wat ik al ken. Ik moest de inhoud van het zakje, een soort poeder in een shaker doen en dan water erbij doen. Goed schudden en dan in een kommetje doen en opwarmen in de microgolfoven.
Vanaf de eerste hap moest ik al walgen. De smaak was verschrikkelijk slecht en ik mocht er geen suiker bij doen. Ik heb mezelf enorm moeten verplichten om nog wat happen te eten en Bert die moest lachen om de snuiten dat ik trok bij elke hap heeft me nog een paar happen door gesupporterd. Nu een tas koffie om alles door te spoelen…zonder melk (nog iets waar ik aan moet wennen)
Na mijn hum smakelijk humhum ontbijt ga ik mountainbiken met Mats mijn Petekind. Een belofte dat ik nog moest waarmaken. We hebben veel plezier samen onderweg, alleen wij tweetjes. Hij mag zijn kunstjes op de vossenberg hier in de buurt laten zien, ik kijk op afstand en supporter. Ik merk dat mijn energie al vrij leeg is en besef dat de komende 2 weken geen sport meer zal zijn. Mijn diëtiste had me er al voor gewaarschuwd. Terug thuis bak ik mezelf een omelet gemaakt van poeder en wat groenten en tot mijn opluchting is de omelet nog niet zo slecht. Alleen mag ik geen mayonaise of dressing bij de groenten en moet ik leren werken met wat olie en kruiden.
De komende dagen volg ik nauwkeurig mijn schema, maar ik merk vooral dat ik moet afkicken van al wat ik lekker vind. O wat mis ik al mijn oude eet gewoontes. Ik ben enorm chagrijnig en kribbig, betrap mezelf in de koekenschuif om dan boos te zijn en de schuif terug dicht te gooien. 2 dagen lang ben ik moe en duizelig en ambetant.
Daarna gaat het stilletjes aan beter en is het al 31 december.

Cheat dagje


Vandaag is het oudjaar, nu mag ik 2 dagen ‘smokkelen’ volgens de diëtiste. Niet alles opzij gooien en schranzen, maar een stukje vlees eten bij mijn poeder eten en echte soep eten in plaats van poedersoep.
Hoe zalig is dat kleine stukje vlees, het is gewoon zooo lekker. En zeggen dat ik in een vroegere leven nog vegetariër ben geweest. Zoetigheid mis ik niet meer en ik heb niet zo veel moeite om het stukje ijstaart onder mijn neus zien passeren. Ik geniet wel van mijn potje pudding dat ik mee heb van thuis, ja gemaakt van poeder.
De dag na nieuwjaar is het gedaan met het cheaten en volg ik mijn dieet weer nauwkeurig tot de laatste dag.

Low Battery

De feestdagen zijn achter de rug en mijn pre dieet is al halverwege. Mijn energie is heel snel uitgeput, maar de kilo’s gaan ook mooi naar beneden. Mijn verlof is spijtig genoeg ook om en ik moet met het weinige energie dat ik heb nog een paar dagen gaan werken. Mijn concentratie laat een beetje ten wensen over, ik heb nogal veel hoofdpijn (niet moeilijk, we werken nog met mondmasker) en ik begin last te krijgen van zenuwen. Ik probeer mijn hoofd er zo veel mogelijk bij te houden en mijn resterende energie nuttig te gebruiken bij de opvang kindjes. Alleen mijn eten dat ik bij heb vinden ze niet zo smakelijk uitzien, ik kan het ze niet kwalijk nemen en kijk een beetje jaloers naar hun boterhammetjes met choco en hun lekkere tas verse tomatensoep. De laatste dag is de moeilijkste en ik ben heel blij als ik met de auto terug naar huis kan rijden. De volgende keer dat ik terug kom zal ik een heel ander persoon zijn, een Hilde 2.0.


11 januari

Het is zo ver. Mijn koffer staat klaar, ik ben aangekleed en klaar om naar het ziekenhuis te gaan. Ik heb helemaal niet goed geslapen, maar ik zal dat waarschijnlijk vandaag wel meer dan voldoende inhalen. Gisteren heb ik gedacht om nog 1 keertje te zondigen, een laatste keer, maar ik heb er mooi aan weerstaan en me braafjes tot de laatste snik aan mijn dieet gehouden. Ik ben vooral blij dat ik die poedervoeding nooit meer moet eten, al weet ik niet wat ik moet doen met die overschotten.
Ik word heel vriendelijk onthaald in het ziekenhuis, maar ik moet wel alleen naar de afdeling heelkunde gaan. De coronabesmettingen zijn voor het moment enorm hoog en er zijn weer verstrengingen, dus dat wilt zeggen, geen bezoek buiten Bert en ik zal waarschijnlijk alleen mijn kamer zien de komende dagen.
Ik maak me klaar in mijn kamer voor de operatie, ik ben nog maar net klaar en ze komen me al halen.
Ik ben de eerste die geopereerd moet worden, maar dat brengt ook een beetje druk bij de verpleging. Ik moet een infuus krijgen, de verpleegster komt naast me zitten met een naald en begint ontspannen te zoeken naar een ader. Ik krijg het al benauwd want ik ken mijn aders. De verpleegster begint op mijn arm te kloppen, ik moet een vuist maken en pompen en er wordt nog geklopt.
‘Oei’ krijg ik al na een minuutje te horen. Een 2de verpleegster komt kijken: ‘vind je niks?’
‘Nee ik zie niks’ zegt de andere verpleegster. ‘Kijk jij eens?’
De andere verpleegster aan mijn linkerkant begint aan mijn andere arm dezelfde methodes te gebruiken als de verpleegster aan mijn rechterkant.
Al snel heeft 1 van de 2 verpleegsters de moed om te prikken, maar het wordt niks.
Dan komt er nog een prik aan de andere kant, maar ook daar is niks.
Het team van het operatiekwartier komt al eens kijken waar de patiënt blijft, de dokter komt aan mijn bed staan. Ondertussen heb ik nog een paar pogingen mogen voelen, en ze worden alsmaar pijnlijker, vooral als ze een ader zoeken met de naald.
Ik krijg nog een laatste keer de uitleg wat de bedoeling zal zijn met de operatie, hoe het verloopt en ze vraagt dan of ik nog vragen heb. (ondertussen nog een pijnlijke poging achter de rug van prikken)
Vragen heb ik niet, ik ben altijd van principe dat ik het zal ondergaan, ik wil alleen dat ze nu snel een ader vinden.
Na een wissel van verpleegster en nog maar eens een poging, stoppen ze met proberen.
‘De anesthesist zal eens met een echo kijken waar kan geprikt worden. Geen zorgen hoor, die kan dat veel beter.’ en de verpleegster rijd me naar het operatiekwartier.
In het operatiekwartier mag ik me op de tafel schuiven, en een heel team vol verplegend personeel en dokters maken me klaar voor de operatie. Ik heb nog altijd geen infuus wat nodig is om me in slaap te doen, dus de anesthesist komt naast me zitten met een echoapparaat om zo inwendig mijn aders te zien lopen.
Ik krijg ondertussen koud en ben al redelijk gestresseerd en zenuwachtig.
‘Heb ik wel aders?’ vraag ik aan de anesthesist om toch maar te doen alsof ik met de situatie kan lachen.
‘Ja hoor mevrouw’ lacht de anesthesist, maar ze zijn klein en ze zitten diep, dat heb ik nog niet veel gezien.’ zegt ze.
‘Ik zie een kleine ader hier, maar zo te zien hebben ze al geprobeerd op deze plaats.’
Ik kijk naar mijn arm en ik zie al een blauwe plek op die plaats waar de dokter op aan het duwen is om te voelen. Ondertussen is er nog een ongeduldige verpleegster aan mijn linkerkant aan het voelen, maar dan aan de binnenkant van mijn pols.
‘ Hier voel ik iets’ zegt ze
Ik heb het ongelooflijk koud ondertussen, want ze hebben mijn voeten bloot gemaakt om daar ook een ader te vinden. Een alerte verpleger komt met een deken af en legt die op mijn benen, maar omdat mijn voeten bloot zijn helpt het niet echt tegen de kou.
Ondertussen heeft de anesthesist nog eens geprobeerd om te prikken, maar opnieuw lukt het niet, zij en ik raken gefrustreerd.
‘Ik zie een ader op die echo, maar ik kan er niet aan. Hoe kan dat?’
Die prik was ook heel pijnlijk en mijn hartslag is veel hoger. De man achter mij heeft ondertussen al een hartmonitor opgezet en je hoort mijn hartslag door heel de kamer.
De overijverige verpleegster is zeker van haar stuk en denkt dat ze aan de binnenkant van mijn pols wel kan prikken. Ze mag proberen van de anesthesist, maar ik word eerst al gewaarschuwd, dat is een venijnige prik. Maar ik bibber van de kou, mijn rug doet pijn van op die tafel te liggen en ik wil gewoon in slaap gedaan worden, dus ik hou me schrap voor de prik.
En of dat die pijn doet. Ik schreeuw het uit, iets wat ik nog nooit heb gedaan en begin te wenen. Ik kan niet meer, ik heb het gehad. Het ergste is dan ook nog dat het opnieuw mislukt is. De man achter mij die mijn hartmonitor controleert, zegt daar nog bovenop: ‘haar bloeddruk is 18/10 nu.’ Veel te hoog dus.
Mijn chirurg die al die tijd aan de zijkant heeft zitten wachten komt er tussen, ze laat iedereen stoppen met zoeken en prikken en beslist dan om mij in slaap te doen met inhalatieanesthesie, in slaap doen met een masker. Ik word rustiger, concentreer me op mijn ademhaling en het enige dat ik me nog herinner is de nare geur van het gas dat door het masker komt.
Vanaf nu wordt alles anders, vanaf nu krijg ik mijn reset knop en kan ik opnieuw beginnen.

Wordt vervolgd


Verzorg je

Maart 2021

Met de prille lentezon in februari was ik goed gestart om terug te sporten. (zie vorige blog: Nee, niet boos maar wordt beter)
In maart wil ik de trend voortzetten, want het wielerseizoen komt eraan. In clubverband ging wel niet, maar ooit is lockdown 4.5 gedaan, en dan zien we iedereen weer in levende lijve terug, want niets is leuker dan fietsen met mensen die dezelfde passie delen.
Maar nu moeten we het nog met ons tweetjes doen, en als koppel is dit natuurlijk ook wel fijn. Ons momentje zonder kind, gewoon samen. Een ander koppel gaat eten, of doet een cinema, wij ploeteren in de modder. Ieder zijn ding zeker?
Maar sinds kort voel ik een druk in mijn hoofd. Het is moeilijk te beschrijven, het is precies alsof er een zware last op mijn schouders rust, mijn hartslag is heel hoog, en ik heb hoofdpijn dat ik voel tot aan mijn tanden. Het komt en gaat ook snel, wanneer ik me opjaag.
Ik weet dat het mijn bloeddruk is dat te hoog is, Ik neem er al medicatie voor. En wanneer ik voor het werk naar het jaarlijks medisch onderzoek moet, verschiet ik ook niet dat de verpleegster zegt dat mijn bloeddruk te hoog is.
” Moet je nog naar uw huisarts de komende dagen?” vraagt ze vriendelijk aan mij.
” ja, ik geloof van wel” zeg ik.
” goed, want uw bloeddruk is toch vrij hoog. Maar ja, mogelijk hebt u zich opgejaagd deze ochtend?”
Of ik mij opgejaagd heb, dat is een goeie. Ik heb al een ochtendshift opzitten, er was ruzie in de ruimte waar ik stond, en ik heb nogal brandjes moeten blussen. onderweg naar school waren de pré pubers nog bezig met de discussies waar ze jaren later over zullen lachen met hoe banaal was dat, en ik heel blij dat ze eindelijk op school zijn. Terug naar de opvang, spullen genomen en dan onderweg naar het gemeentehuis, waar het medisch onderzoek werd gehouden. Voor mij de eerste keer in dit gebouw, dus nog de weg moeten vragen om het lokaal te vinden dat natuurlijk in de kelder moet zijn. Eens daar, moest ik op mijn beurt wachten, met mondmasker aan, focussen op mijn ademhaling en hartslag dat nogal snel was. Dus niet moeilijk dacht ik dat mijn bloeddruk te hoog was.
“Niet meer dan anders” is mijn antwoord naar de verpleegster.
De tijd om naar de dokter te gaan heb ik niet, dus ik stel uit. Ik neem braaf mijn medicatie en denk dat het wel zal beteren. Een week later is het dus nog erger.
Ik krijg mijn hartslag niet meer onder controle, de druk in mijn hoofd is erger. Ik ga met Bert na mijn ochtendshift een wandeling maken met de hond, in de hoop rust in mijn hoofd te vinden. Dat was dus geen goed idee.
Onderweg begon ik te duizelen, mijn hartslag was heel hoog. Het was zo fel, dat ik elke pas begon te tellen en te focussen op mijn ademhaling. Babbelen ging niet meer, en Bert had het door dat dit best wel serieus is.
eenmaal thuis plof ik me in de zetel draaiend. Ik kijk naar de klok en besef dat ik binnen het half uur terug in orde moet zijn om de middagshift te doen in het wijkschooltje. Bert trekt aan de alarmbel en zegt dat ik zo niet kan gaan werken. Ik neem mijn gsm, maak een afspraak bij de dokter, om mijn bloeddruk te controleren, want ik heb daar geen meter voor, en wijkschool afzeggen.
een kwartier later ben ik al bij de dokter. Ik kom bij mijn huisarts al van kindsbeen af, hij kent mij dan ook door en door, en zag onmiddelijk dat er iets was.
‘zeg het eens.’ Is zijn basis zin dat hij altijd zegt als ik binnen kom.
Hij neemt zijn bloeddrukmeter en ik ga op de onderzoekstafel zitten, ondertussen paniekerig aframmelend wat ik allemaal voel.
‘ we zullen eens kijken.’ zegt hij op een toon, van het komt wel goed, zo erg zal het wel niet zijn.
met wat pompen en een gevoel alsof hij mijn arm aan het afbinden is, hoor ik ineens een ‘oei’ en een ‘hola!’
‘ wat hebt gij uitgespookt?’ zegt hij er dan nog bij.
Gewoon, geleefd? weet ik veel…
Het verdikt: een bloeddruk van 18/10. Veel te hoog dus.
Mijn medicatie is te licht, en moet aangepast worden. ‘ Rustig aan doen, stress vermijden en volgende week terug komen om te kijken of dat de bloeddruk zakt.’
Mijn huisarts is toch altijd veel van zeggen. Maar ik luister en ik neem me aan om een uurtje te rusten om dan de namiddag shift te doen…. niet dus.
De dokter schrijft een afwezigheidsbriefje voor, 2 dagen thuis.
Terug thuis plof ik in de zetel, mijn verhaal aan Bert gedaan, en mijn telefoon genomen, want ik moet nog naar Dimitri, mijn coördinator bellen. Het is donderdag, dus de drukste dag van de hele week. Ik moet vertellen dat ik niet kan komen werken, en mijn collega’s met een persoon minder zullen zijn binnen een paar uurtjes. Een telefoontje dat ik echt niet graag doe.
Ik moet zeggen, ik heb een fantastische coördinator. Hij luistert, lost problemen op, en blijft in alle omstandigheden altijd kalm. Dat laatste is een eigenschap dat ik niet heb, dus ik bewonder hem daarvoor.
Aan de telefoon leg ik uit wat er is gebeurt, en dan zeg ik dat ik vandaag en morgen niet kan komen werken.
‘ Ja, ok, ja goed…nee eigenlijk is dat niet goed, maar daar kan je niks aan doen….allez verzorg je.’ is zijn antwoord.
wanneer ik afleg voel ik me nog schuldiger. Ik ken hem goed genoeg om te weten dat hij nu eventjes de controle verliest. Ik weet ook dat hij zich snel kan herpakken, maar toch voel ik me schuldig. (niet zo best voor de bloeddruk)
Een uurtje later gaat Bert darya halen van school, ik lig in de zetel en eindelijk val ik van de vermoeidheid en emoties als een blok in slaap.
Wanneer ik na een tijdje wakker wordt, heb ik last van keelpijn.

De volgende dag, voelt mijn lichaam aan alsof ik een marathon gelopen heb. Ik ben overal stijf, ik ben nog draaierig en ik heb hoofdpijn een keelpijn. Mijn hartslag is rustiger, waardoor dat ik zelf ook minder gejaagd ben. Maar deze nacht ben ik begonnen met hoesten, en voel ik me ziek.
onmiddellijk denk ik aan corona, maar ik heb nog smaak in het eten, dus ben ik al wat geruster. Toch houd ik afstand van mijn gezin, en rust en slaap ik in de zetel, het hele weekend. Nu is Bert echt ongerust, want dat is echt wel niet mijn gewoonte. Zondag is Bert voor de eerste keer terug mee met de mannen van Zelem Cycling gaan fietsen. (ondertussen is de lockdown een heel klein beetje versoepelt) En is het een mooie dag, en zie ik vanuit mijn raam heel veel groepen wielertoeristen voorbij fietsen. Wat ben ik jaloers. Ik heb veel zin om een verbodsbord te zetten op de straat, zodat de wielertoeristen niet meer voorbij ons huis kunnen fietsen. Maar dat kost te veel energie, dat ik voor het moment niet heb, en ik blijf liggen in de zetel met mijn hond aan mij voeten, mij troosten, bezorgd kijken, en af en toe een natte snuit tegen mijn neus of een klein lekje als ik slaap.
Onze hond Spike is een echte baas volger. Als Bert naar buiten gaat, gaat hij mee, al is het alleen om eten aan de kippen te geven, wilt meneer ook naar buiten. Als Bert aan zijn fietsen aan het werken is, is Spike ook bij hem, nieuwsgierig kijken wat zijn baas aan het doen is. Als het tijd is voor zijn eten, vraagt hij eten aan Bert, niet aan mij. Maar nu dat de bazin ziek is, blijft meneer binnen, bij mij. Zijn baas kan gestolen worden, ik heb eerste prioriteit.
Spike is een Dalmatiër, niet alleen van looks, maar ook van karakter. Hij is een deugniet, kan kattekwaad uithangen, maar hij heeft een hart van goud. Als iemand buiten ons gezin vraagt of hij mag aaien, raad ik dat af. Hij kan raar uit de hoek komen, en is enorm beschermd om zijn gezin. Wij dus. Niemand mag zijn gezin aanraken, want dan zou hij aanvallen. En als iemand van ons zich niet goed voelt, moet hij ons beschermen, en troosten. Spike heeft me al veel ‘getroost’ in zijn leven, maar omgekeerd heb ik ook al veel moeten grommelen tegen hem. toch zou ik hem nooit voor geen geld ter wereld willen inruilen voor een andere hond. (maar nu dwaal ik af)

Dus het hele weekend was ik ziek. Koorts heb ik niet gehad, gelukkig, en ik dacht een een soort van griep, maar dat zou niet kunnen, want ik heb een griepspuitje gehaald dit jaar.
Maandag ochtend was het hoesten nog feller, de keelpijn gelukkig minder. De sneltesten voor corona was nog niet te verkrijgen bij de apotheker, dus afspraak bij de dokter.
Maar eerst nog eens bellen naar het werk. Wij hebben een apart telefoonnummer om iemand van het coördinatieteam te bereiken in gevallen van nood. Ziek zijn, en niet kunnen gaan werken wordt gezien als in geval van nood.
Deze keer heb ik iemand anders aan de lijn, en het gesprek is wat zakelijker. Ik ben ziek, hoesten, kan niet komen, dokter, coronatest, laat daarna weer iets weten. ‘ok’ is het antwoord, en ‘verzorg je’
Darya is naar school, Bert is werken, en ik rijd alleen naar de dokter.
Ik moet eventjes wachten in de wachtzaal, blijkbaar is het druk ,maar elke minuut wachten voelt als teveel.
Ondertussen gaan er allerlei scenario’s door mijn hoofd. Wat als ik corona heb? Ben ik in contact geweest met iemand? Zou er nog iemand ziek zijn waar ik contact mee heb gehad? Plots denk ik aan iemand. Ik heb woensdag een kindje bij mij gehad die fel hoestte, en zelfs lichtjes koorts had. De paniek in mij neemt weer de bovenhand.
‘ Niet beter?’ vraagt de dokter.
‘Nee, ik voel me ziek’ zeg ik. Ik leg alle symptomen uit.
‘ Dan doen we een corona test.’ zegt hij. Wanneer hij zijn iets meer beschermend materiaal aan doet grommelt hij.
‘Het stopt maar niet, al zo veel zieken gehad, wanneer zal het toch eens voorbij zijn?’ Ik denk dat mijn huisarts een beetje aan het eind van zijn latijn zit. Blijkbaar zijn er redelijk wat besmettingen bij ons in de buurt, en is het druk in zijn praktijk.
Voor mij is dit de eerste keer dat ik een corona test onderga, en ik vind dat dus niet aangenaam, maar gaat wel snel.
Die stok in mijn neus lijkt wel eindeloos, maar vanaf het moment dat ik vind dat het niet meer te houden is, is het al gedaan en kan die stok terug uit mijn neus. Mijn huisarts heeft dit blijkbaar al dikwijls moeten doen, want hij geeft me onmiddellijk een doosje kleenex zakdoekjes zodat ik mijn tranen kan vegen. ‘Dat is een goed teken’ zegt hij. ‘Dan is de test goed gedaan. Doe uw trui nu maar omhoog’ Hij luistert naar mijn longen, en er is wat geruis op, maar niet zo fel zegt hij, en koorts heb ik niet. De symptomen vallen nogal mee, hopelijk is de coronatest negatief, maar dat weet ik pas morgen.
Opnieuw schrijft hij een ziekenbriefje, deze keer voor de hele week. ‘geen risico’s nemen’ zegt hij, hij weet welke job ik doe, en ziek gaan werken bij kindjes is niet aan te raden.
‘wat moet ik doen met Bert en Darya?’ vraag ik, die zijn namelijk gaan werken en naar school.
‘ Laat ze maar terug naar huis komen, tot je de uitslag weet. Beter voorkomen dan genezen zegt hij.’
Terug thuis bel ik onmiddellijk naar Bert zijn werk. Ik leg de situatie uit, en de secretaresse klinkt lichtjes in paniek. Ik zeg nogmaals dat ik nog niet weet of ik corona heb, maar dat we zeker moeten spelen. 5 minuten later heb ik Bert zelf aan de lijn, hij zegt: ‘ok, ik zal ons Darya van school halen.’
Dan bel ik terug naar het werk, deze keer heb ik terug Dimitri aan de lijn. Opnieuw blijft hij kalm, en vraagt of ik symptomen heb, ik heb een hoestbui ondertussen, dus ik denk wel dat hij het gehoord heeft. Ik beloof dat ik de uitslag nog doorbel naar hem als ik ze heb, en zeg dat ik een briefje heb voor de rest van de week.
‘Een hele week?! amai, ben je dan zo ziek?’
Ik slaap al een heel weekend in de zetel, ik stop niet met hoesten, mijn longen doen pijn. ‘Ja, ik ben nogal ziek’ zeg ik kort. ‘ok, verzorg je’ zegt hij nog.
zucht…mannnen, denk ik.

Ik lig terug in de zetel, en ik probeer te slapen, want ik ben weer doodop. Nog eventjes is alles stil, en mijn gedachten malen in mijn hoofd. Ik voel me een besmette, zoals een melaatse een paar eeuwen geleden, waar iedereen ook in paniek was als iemand besmet was in hun buurt, en verbannen werd naar Moloka’i, of zoals de Spaanse griep op het einde van de eerste wereldoorlog, dat geen onderscheid maakte tussen arm en rijk. Ik hoop dat ik geen corona heb, want dan heb ik een hele opvang besmet, ondanks onze wanhopige pogingen om de ruimtes te verluchten, en bubbels maken, en een wijkschool, waar toen ik voor het laatst werkte veel zieke kindjes was met heel veel snottebelletjes.
Stilletjes val ik in slaap, met tranen in mijn ogen. Ik voel me enorm machteloos, en ik ben toch wel bang. Afwachten tot morgen, tot ik de uitslag van mijn test heb.

wordt vervolgd



Foto door cottonbro op Pexels.com

Nee niet boos, maar wordt beter

‘Ben je boos?’
‘ Nee ik ben niet boos.’ zegt Bert ernstig tegen mij na een fietstocht onder ons.
‘ Maar ben je tevreden over jezelf?’
Of ik tevreden ben. Ik heb onderweg alles gegeven wat ik had, mijn hartslag is altijd hoog geweest, en ik kon niet in zijn wiel blijven. Natuurlijk ben ik niet tevreden. Ik ben kwaad op mezelf, en ik zoek nog altijd een reden voor mijn “slechte” prestatie.

een paar uur eerder:
Bert en ik maken ons klaar om te gaan fietsen. Zoals elke zondag is Bert al actief in de weer om zijn spullen te pakken, de fietsen uit de garage te halen, banden nakijken, en drinkbussen vullen, ook die van mij. Ik ben trager om op gang te geraken. Ik ontbijt, ga naar het toilet, zoek mijn helm, schoenen en de juiste handschoenen. Ik zoek het weerbericht om te zien of ik warme kleren moet aandoen, of een regenjas moet meenemen, ga nog eens naar het toilet, begin mijn rijkleren aan te doen, en doe mijn schoenen aan. Bert is meestal al klaar, en zit te wachten aan tafel. Mij opjagen? werkt niet, ik wordt er ambetant van, maar ik ga niet rapper.
Als laatste doe ik mijn handschoenen aan, een buff over mijn hoofd voor rond mijn nek, en mijn helm aan. Nu weet Bert dat ik klaar ben, en staat recht. Wanneer hij de deur opendoet kijkt hij nog achteruit maar ziet mij niet staan. Ik heb ondertussen in een recordtempo alles weer moeten uit doen om naar de wc te gaan. Ik roep dan nog snel…SORRY! Soms hoor ik Bert nog zuchten wanneer hij naar buiten gaat.
5 minuten later ben ik terug daar, haastig mijn helm terug op mijn hoofd en mijn handschoenen nog in mijn hand. Opnieuw doe ik ze aan en ik neem mijn fiets. Bert is al met zijn fiets rondjes aan het draaien op het gras. Nu zucht ik, ongeduldige thomas.
Vandaag staat op de planning, een rit met de koersfiets. Een duurtraining in en rond Beringen, met kleine heimelijke klimmetjes en bochtenwerk. een vaste tocht van 30 kilometer dat we 2 keer zouden doen. Het is tenslotte de eerste keer terug op de koersfiets na de winter. Bert is al snel in zijn nopjes. Hij versneld en babbelt, ik versnel maar babbelen lukt niet, ik trap al rap op mijn adem. De rest van de rit is een heksenjacht om in zijn wiel te blijven. Regelmatig kijkt Bert achterom, en moet hij vertragen want ik blijf weer achter. Niet echt motiverend, maar de benen zijn er nu eenmaal niet vandaag. Na 30 kilometer ben ik volledig op en stop ik na 1 ronde, Bert doet er nog een ronde bij. Ik ben kwaad en teleurgesteld. Wat is in godsnaam met mijn conditie gebeurd?
Vorig jaar ging alles goed. Ik ging 2 keer per week met de fiets naar het werk, en 1 keer per werk werkte ik mezelf in het zweet in de fitness. Bijna elke zondag fietste ik mee met de mannen van Zelem Cycling, voor fietstochten van ongeveer 70 kilometer. Mijn conditie was goed, ondanks mijn gewicht.
Nu is de uitbater van de fitnesscentra waar ik naar toe ging ermee gestopt en ben ik op zoek moeten gaan naar een ander fitness. Wanneer ik eindelijk mijn draai begon te vinden in de nieuwe fitness, sloeg corona weer voor de 2de (of 3de) keer toe, en heb ik niet meer mogen gaan. Na 5 jaar onafgebroken 2 keer per week naar het werk fietsen, hebben we een 2de auto gekocht. De verleiding is sindsdien veel groter om met de auto te gaan werken, toch zeker als het regent. Het mag geen excuus zijn voor mijn slechte conditie, maar ik kan alleen maar vaststellen dat het wel zo is.
‘ Dan weet je wat je moet doen. ‘ Zegt Bert rechtuit.
‘ Terug met de fiets gaan werken, en in de weekends gaan we minstens 1 dag onder ons fietsen. Wil je terug mee met de wielertoeristen? Dan ga je moeten trainen.’
Ik kan niet anders dan toegeven dat hij gelijk heeft.
Dus op dinsdag vertrek ik terug met de fiets naar het werk. Het probleem is alleen dat ik de fiets nogal eentonig vind de laatste tijd. De baan is druk waar ik moet fietsen, het verkeer is soms nog drukker. Ik verander van plan, en zet mijn mountainbike klaar. Er is een mountainbike route langs het kasteel van Meiland in Heusden-zolder dat heel aangenaam is om te fietsen, en het brengt me tot aan de mijnterril van Zolder. Van daaruit kan ik de mountainbikeroute van Koersel nemen tot bijna thuis. Ideaal rustig in de natuur, perfect om te bekomen van alles.
Hier geniet ik van, en ik geniet terug van het fietsen.

Op zondag gaan Bert en ik opnieuw samen fietsen. Maar omdat mijn zinnen op mountainbiken staat tegenwoordig, gaan we dat ook doen, we gaan de mountainbike route van Lommel proberen. Het is ondertussen eind februari, en het is mooi weer. Het is enorm druk aan de soeverein, er zijn heel veel wandelaars. Niet moeilijk, want dat is nog bijna het enige dat de mensen nog kunnen doen tegenwoordig met lockdown 2.5.
Na een beetje zoeken naar de juiste pijltjes zijn we vertrokken. Het is echt ideaal weer. Het zonnetje doet goed, maar het is niet te warm. Er is ook nauwelijks wind en de grond is heel droog, dus amper modderplekken.
Al snel wordt het technischer in het bos, maar ik kan best goed volgen. Bert heeft geen last van schrik en vliegt over alle paadjes door, iets wat ik nog niet kan. Ik volg de paadjes op mijn tempo, mijn best doen om niet te vallen, of overmand worden door schrik, een heel ambetant kwaaltje.
Natuurlijk is Bert sneller, maar bij elke splitsing, of einde van het paadje wacht hij geduldig op mij. We hebben er allebei plezier van, alleen werk ik mij volledig in het zweet, en Bert niet echt. Hij is precies aan het toeristen, op zijn gemakje aan het genieten van de eerste vogeltjes, en het stilletjes aan wakker worden van de natuur.
Maar als het technisch wordt op de route is hij in zijn nopjes en ook niet meer te houden. Geen enkele heuvel is voor hem te veel, en dalen al helemaal niet. Als hij maar kan spelen zeker?
Ik merk bij mezelf dat mijn conditie ook beter is. We hebben de rode route helemaal gedaan, en ik had nog energie over, dus doen we de blauwe lus er ook maar bij.
De blauwe lus gaf me meer nostalgie. Mijn grootmoeder, ons moeke, woonde in Lommel op de Heide. Sinds dat ze in 2018 overleden is, kom ik nog maar amper in Lommel. Nu jaren later, zie ik ineens plaatsen waar ik vroeger als kind met moeke nog geweest ben. De kerk in Heuvel, elke maand een mis voor mijn grootvader want ze was gelovig, en soms ging ik samen met mijn moeder mee. En het gebouw schuin tegenover de kerk waar vroeger een frituur was, waar we nog met de familie regelmatig zijn gaan eten als het kermis was in Lommel, nu is het een atelier van een kunstenaar. En natuurlijk haar huis op de Heide. Waar ik zo vaak ben blijven slapen, en samen met moeke naar postbus x keek op tv. Nu wonen er andere mensen in haar huis, en ik vraag me af hoe hun toekomst zal zijn, of er kindjes zullen wonen, en later kleinkindjes vaak over de vloer zullen komen. Ik krijg een krop in mijn keel als ik voorbij fiets. Ook al heb ik nooit in Lommel gewoond, het blijft toch wel een beetje speciaal voor mij. Een stukje in mij hoort hier toch wel een beetje thuis.
Na de rit komen we terug op de parking, en ik voel me echt wel gelukkig. Ik ben moe, want de rit was uiteindelijk 42 kilometer lang, maar oh zo voldaan en blij. Ik ga toch stilletjes aan terug vooruit.

een week later voel ik iets op mij hangen. Er is een druk op mijn hoofd en schouders, mijn hartslag is hoger en ik heb een volle agenda.
Maar daar vertel ik alles over de volgende keer.

Wordt vervolgd.





Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑