Fitnessen met de Fitties 4

Soms isoleer ik me graag af tijdens het sporten.  Niet dat ik dan met niemand wil spreken, maar ik kies er dan voor om alleen te zijn met mezelf en mijn gedachten.  Meestal heb ik daar nood aan als er te veel muizenissen in mijn hoofd zitten.  Ook ik ben niet altijd vrolijk, ook ik heb dagen dat donkerder aanvoelen dan andere dagen.
Vandaag is zo een dag.  Het opstaan was moeilijk, de fietsrit naar de opvang was moeilijk, en mijn ochtend shift was moeilijk.  Pas op, ik doe mijn job doodgraag.  En ik behandel al mijn opvangkindjes als kostbare diamantjes.  Maar sommige diamanten zijn heel ruw en die moeten geslepen worden.  En dan neem ik mijn werk al eens mee naar daar waar ik ben op het moment, en lijk ik heel afwezig.
Op die dagen heb ik graag muziek.  Spotify met muziek van Queen is dan mijn beste vriend.
Wanneer ik voor de spiegel mijn buikspieroefeningen aan het doen ben klinkt ‘somebody to Love’ hard door mijn oortjes, en ik geniet ervan.  Freddie was machtig goed in dit nummer.  Hij haalde moeiteloos de hoge noten.  Ikzelf kan niet zingen, maar soms betrap ik mezelf toch dat ik een noot probeer mee te zingen, zo vals als een kat.  En natuurlijk ga ik nu enorm op tijdens dit nummer.  Ik doe mijn sit-ups, wat ik niet graag doe.  Maar met Freddie in mijn oren die juist de hele hoge noot zingt ‘somebodyyyyyyyyyyyyyy’ (maar dan hoger) besef ik niet wat ik doe.  Mijn sit-ups doe ik ineens niet, ik lig met mijn rug op de mat en mijn armen onder mijn hoofd en ik zing mee de hoge noot ongelooflijk vals.  Wanneer ik mijn ogen weer open doe, zie ik natuurlijk de Fitties die rondom mij ook aan het sporten waren naar mij kijken.  Oh wat schaam ik me.  Marcel die het dichtst naast me zat aan de rugspier oefeningen klapt in zijn handen met een brede glimlach en roept ‘bravo!  Doe nog maar een nummer!’
‘nee, ik ben uitgezongen’ zeg ik met een heel rood hoofd.  Ik sta op en ik beslis om maar naar de fietsen te gaan, aan de andere kant van de fitness.
Ik reageer me een beetje af op de fiets.  De muizenissen zijn er nog altijd, en ik speel mijn ochtend opnieuw af in mijn hoofd.  Ondertussen stamp ik hard op de pedalen en het zweet breekt me uit. 
Ik ben zo druk bezig met de training dat ik nauwelijks  zie dat Marcel ook begonnen is met fietsen naast me.
Marcel is een grote man met de vriendelijkste glimlach dat je maar kan voorstellen.  Hij kan me altijd onmiddellijk gerust stellen, zeker met zijn zachte stem.
Marcel en zijn vrouw Linda behoren ook bij de Fitties.  Allebei redelijk sportieve mensen, en een heel fijn koppel samen.
‘Je gaat er nogal tegenaan’ Zegt marcel.
Maar ik heb mijn oortjes in, dus ik versta hem niet.  Ik heb zelfs niet door dat Marcel tegen mij bezig is.  Plots voel ik getik op mijn schouder.
Ik kijk naar links en Marcel doet teken.  Ik doe mijn oortjes snel uit, ik hoor op de achtergrond Freddie uit mijn oortjes zingen.
‘uw handdoek is gevallen’ zegt Marcel
Ik kijk naar beneden, en ik zie mijn handdoek voor het zweet van mijn voorhoofd te vegen naast mijn fiets op een hoopje liggen.
‘och, verdekke dat heb ik niet gezien’ zeg ik.
‘ Dat heb ik gemerkt, je gaat er nogal tegenaan?’
‘ Ja ‘ zeg ik lichtjes buiten adem.
‘ Ik had het nogal nodig.  Het is niet mijn dag vandaag.’  Ik minder mijn snelheid op de fiets, en ik begin wat uit te bollen. 
‘ Ik vond al dat je zo afwezig bent vandaag.  Tja dat kan wel eens voorvallen eh. 
Maar waarom zet je die muziek zo hard op uw telefoon?’
‘ Om mijn gedachten te verzetten.  Soms helpt dat wel eens, maar vandaag is het moeilijk.’
zeg ik in een sombere bui.
‘  Ik geloof nooit dat die luide muziek goed is voor het gehoor.’ Zegt Marcel bedenkelijk.  Ondertussen fietst hij verder op een redelijk tempo.
‘ Trouwens, hier spelen ze ook muziek af door de boxen.  geen hyper moderne muziek, wat jij misschien wel hoort in je oortjes.  Maar ik vind dat best wel goede muziek.  Soms zijn er nog fijne klassiekers tussen. 
‘ Ik luister liever naar de klassiekers dan naar de moderne muziek ‘ zeg ik.  Tenminste, dat hangt af van mijn mood.
In deze fitness hoor je inderdaad enkel gewone hedendaagse muziek, en geen zware Beat. Dat wordt speciaal gedaan voor de Fitties, wat ik heel sympathiek vind van de uitbater.
‘ Awel dan, wat is dan het probleem?’  Trouwens, al die mensen die zelf naar hun muziek aan het luisteren zijn hebben niks in de gaten van de omgeving.  Laat staan met iemand praten.’ Zegt Marcel en hij geeft me een veelbetekenende knipoog. 
Ik kijk eventjes rond in de ruimte. Het is inderdaad weer een gezellige boel. En aan de koffie blijkbaar ook al. Jos wuift naar me en roept van ver, maar nog juist hoorbaar:
‘Goed gezongen daarstraks!’
Fantastische Jos, hij laat me weer lachen.
‘ Ok, boodschap begrepen.’  Zeg ik met een glimlach.  Ik sluit mijn spotify af en doe mijn telefoon aan de kant op de fiets.
We beginnen te babbelen over fietsen en de wielerclub waar ik bij ben, en Marcel vertelt over vroeger en de enorme evolutie van de fiets en ik luister heel geboeid naar zijn verhaal.
Eigenlijk ben ik nu rustiger als daarstraks met mijn muziek in de oren.
Linda is erbij komen staan, en er wordt gebabbeld over hun weekendje zee. 
Je ziet de twinkeling in hun ogen wanneer ze vertellen, en ik hoop zo hard dat mijn man Bert en ik zoveel jaren later ook nog zo naar elkaar zullen kijken, tevreden over ons leven samen en hoopvol naar de toekomst.

Wordt vervolgd

Foto door Karolina Grabowska op Pexels.com

Dag van de unieke kinderbegeleider

Elk kind is anders, dus elk kind is uniek.  En ik heb de grote luxe dat ik mij mag mengen in dat unieke wereldje, namelijk de kinderwereld.
Dat unieke wereldje, dat voor elk kind anders is kan heel mooi zijn.
Elke dag staan mijn collega’s en ik met plezier klaar om elk uniek kindje te ontvangen, samen te spelen, te troosten en te helpen.  En elke dag opnieuw.
We helpen de ouders om ook hun bij te staan bij moeilijke momenten in het levensloop van hun kind.
En we helpen de leerkrachten om de observatie van hun leerling voort te zetten, en de spreekbuis te zijn naar de ouders.
Ook elke kinderbegeleider is uniek, en alle kinderbegeleiders blinken uit in hun eigen talent. Knutselen, tekenen, voetballen, voorlezen, spelen, troosten, helpen met huiswerk, gek doen… niks is te veel.
Dus wat is het succes van een goede opvang?  Unieke begeleiders, die alles geven om een fijne tijd te geven aan al die unieke kindjes.

Voor al mijn collega’s: fijne dag van de unieke kinderbegeleider

Hilde G


Dag van de Kinderbegeleider: geef eens een complimentje | Harelbeke
Foto door Daria Shevtsova op Pexels.com

Fitnessen met de Fitties 3

De meest ideale afsluiter na een goede training is toch wel een lekkere tas koffie. 
Vraag maar aan de Fitties, ze zijn er allemaal unaniem over eens.
Persoonlijk vind ik dat ook. Voor mij is dat niet de afsluiter, maar een rustmoment.  Eventjes bekomen om weer met de fiets naar de opvang te rijden en dan mijn volgende shift doen.
Clara en Irene zitten als eerste aan de bij elkaar geschoven ronde tafeltjes.  Kelly, de medewerkster van de fitness brengt 2 koffietjes aan hun tafeltje.
Ik heb net mijn spullen gepakt en ga snel naar de douche.
Els is haar schoenen aan het wisselen en pakt snel haar spullen bijeen want zegt ze, het beste moet nog komen met een grote lach.
in de kleedkamer is het weer gezellig.   Je hoort 2 dames in de douches babbelen, elk apart in een hokje. 
‘Dat water is weer koud!’ gilt Brigitte vanuit haar douche
‘ Die van mij ook ‘ gilt Marie in de douche naast haar.
‘ Efkes doorbijten dan! ‘
wanneer ik mijn douchespullen aan het zoeken ben in mijn nogal grote rugzak komt Anna binnen. 
Anna is een magere zestig plusser, met een bril en een mooie lange smalle nek.  Ze doet me altijd denken aan een leerkracht die op de speelplaats in het hoekje overzicht probeert te zoeken tussen al die drukke leerlingen en dan dikwijls haar nek moet uitsteken om de overkant van de speelplaats te zien.  Toevallig is Anne jaren leerkracht geweest, dus misschien heeft ze die lange nek daar wel aan overgehouden.
Ik mag Anne graag.  Ze spreekt heel netjes AN en ze is een zalig rustig persoon.  Ze heeft ook een fijne humor die ze heel graag gebruikt.
‘ Dat hebben we toch weer goed gedaan eh.  En nu een douche nemen?’
‘Ja, dat gaat wel deugd doen’ zeg ik moe van het sporten en zwaar bezweet snakkend naar een douche.
ondertussen is Marie al klappertandend uit de douche gestapt.
‘ Maar opwarmen doe je er toch niet mee hoor, verdorie dat water is weer koud ‘ zegt Marie.
‘ maar daar zal ons Hilde wel wakker van worden denk ik.  Anders valt ze nog in slaap tussen al die kindjes’ zegt Anne met een brede glimlach.
‘ Ik heb geen tijd om in slaap te vallen’ zeg ik geeuwend.
Zie ik er dan zo moe uit?  Vraag ik me af.
‘ De wallen onder uw ogen verraden alles’ lacht Anne
ah, ja ik zie er dus moe uit. 
‘Dan zal ik me maar snel douchen, die koffie dadelijk zal me wel weer wat energie geven.
‘ Hopelijk is er nog koffie.  Ik zal eens snel een tas gaan bestellen voor dat de rest alles heeft opgedronken.’ Zegt Anne.  Snel pakt ze haar spullen en gaat ze de deur weer uit.  Douchen doet ze niet, dat doet ze liever rustig bij haar thuis.
Ik heb ondertussen mijn douchegel en handdoek gevonden en ik ga naar de douche dat nog vrij is.
Brigitte heeft net haar douchekraan afgezet als ik de mijne open zet. 
ijskoud water komt uit de kraan en stroomt rechtstreeks op mij.
‘Gatver dat is koud!’ roep ik uit.
‘Ja, volgens mij is er geen warm water vandaag.  Ik zal eens bij Kelly gaan horen.’  Zegt Brigitte.
wanneer ik me snel was, vooral mijn tenen en oksels gaat Brigitte de deur uit.
Bibberend zoek ik mijn fietskledij bij elkaar, en probeer ik mijn lange winter fietsbroek terug aan te doen.  Natuurlijk gaat dat stof niet gemakkelijk om mijn benen zoals altijd. Ik spring de hele kleedkamer rond tot ik mijn broek hoog genoeg heb kunnen trekken. slecht voor mijn humeur, net als die verdomde koude douche.
Ik geraak eindelijk bijna opgewarmd als ik bij de rest van de Fitties ga zitten.  Je ziet perfect wie al is gaan douchen en wie niet.  Sommigen hebben hun warme koffie heel nauw vast om hun handen om op te warmen of hebben hun jas om hun schouders gedaan, en anderen moeten lachen om het tafereel.
Ik ga naar Kelly en ik bestel een koffie.  Kelly is een vrouw van ongeveer mijn leeftijd met heel veel dik haar in een staart.  Elke ochtend is ze hier, maar ik zie haar niet verder gaan dan de balie, en de tafels.  De hele voormiddag is het rustig voor haar, tot het middag is en de Fitties gedaan hebben met sporten.  Dan is alle hens aan dek want de meesten drinken koffie, en Kelly moet de tassen maken met maar 2 Senseo machines. 
Ze doet teken dat ze de koffie wel zal brengen aan tafel, dus ga ik zitten naast Anne en haar zus Lut.
Lut haar man Dirk is er nog niet.  Ik denk nog onder de douche.
Anne en Lut zitten samen vrolijk te kibbelen wanneer Dirk aan komt met een zuur gezicht. 
‘Amai dat water was koud’ zegt Dirk licht geïrriteerd.
Kelly komt mijn koffie met een lekker zwart stukje Côte D’or brengen,  wat gaat dat deugd doen
‘ Kelly is de warm waterkraan kapot?’ vraagt Dirk
‘ Ik kreeg maar geen warm water, dat was echt niet normaal.’
‘ Nee, ik ook niet ‘ zeg ik
‘ Och ja, al vergeten te zeggen’ zegt Brigitte een beetje met een rood gezicht (ze had al een warme koffie achterover gekapt)
‘ Oei? Ja we hadden gisteren problemen met de brander.  Ik dacht dat de technieker die toch heeft kunnen repareren?
‘ Wil ik eens kijken naar de brander? ‘ vraagt Raymond.
Hij is een gepensioneerde praktijk leerkracht.
‘ Ja dank je ‘ zegt Kelly
Ze neemt Raymond mee naar achter.
5 minuten later is mijn koffie al half leeg en mijn lekkere zwarte côte D’or is al op.
Raymond komt terug bij ons zitten en heeft een grijns tot aan zijn oren.
‘ En wat was er aan de brander?’ vraagt Dirk
‘ Gewoon de stekker vergeten in het stopcontact te steken’ zegt Dirk
‘Tja, kan gebeuren zeker?’ zegt Dirk al lachend
10 minuten later is mijn koffie op en ben ik helemaal opgewarmd.  Er wordt vrolijk gebabbeld, en de sfeer zit er weer in.
Wanneer ik een tweede koffie wil bestellen komt Jos eindelijk aan met een heel rood gezicht.  Hij gaat naast me zitten.
‘Amai Jos, al die tijd gesport?’ zeg ik.
‘Ja je kent me eh, vooral veel aan het babbelen en de tijd uit het oog verloren.  En dan heb ik nog een douche genomen.  Eerst had ik koud water, maar ineens kwam er heet water uit de kraan.  Amai, Ik had me bijna verbrand.’ Zegt Jos
‘ Allez dan heeft toch iemand warm water gehad.’  Zegt Anne
‘Raymond! Dat hebt ge goed gedaan, de stekker in het stopcontact steken.  Misschien moet je die terug ietsje losser trekken? Dan zal het water ideaal van temperatuur zijn.’
‘de technieker zal dat wel in mijn plaats komen doen, anders moet ik 50 euro aanrekenen’ zegt Raymond.
Als mijn koffies op zijn, en voor mij tijd is om te vertrekken voor mijn volgende shift zie ik buiten dat het heel fel regent. Ik doe dan maar mijn regenjas aan, en ik neem afscheid van de groep. Nog geen 5 minuten later ben ik weer doorweekt en heb ik het koud. Nu verlang ik naar een warm bad thuis.

Wordt vervolgd.









Fitnessen met de Fitties 2

Tam tamdadam tam tAm tam TAM TAMDAMDAM TAM TAM TAM.  Het begin tune van Rocky.
De legendarische scene waar Sylvester Stallone in de straten van Philadelphia aan zijn intensieve training begint voor zijn boks kampen.  Film nog nooit gezien? (Check youtube.)
Ik wel, en telkens als ik aan mijn workout begin heb ik die tune in mijn hoofd.
Ik begin dan ook wel ijverig met het gedacht dat ik Rocky ben, in de volle voorbereiding van mijn kamp.  Ik loop net niet tussen de toestellen door met mijn handen in de lucht met getapete handen, en ik zit ook niet zwaar te kreunen bij de gewichten.  Maar de fiets is mijn ding, en dan kan ik echt wel voluit gaan met zowel Rocky als Sven Nys in mijn hoofd.   Misschien toch wel een rare combinatie.

Ik ben met een redelijke workout bezig, wanneer Mark en zijn zus Els binnen komen gewandeld.
‘Goede morgen’, de standaard openingszin galmt weer door de fitness.
Mark en Els zijn broer en zus.  Ze zijn beiden vrolijke zestigers, al is Els ietsje ouder dan Mark.
Sporten is voor Els niet echt in de wieg gelegd, maar wanneer ze naar de fitness komt maakt ze telkens haar programma mooi af, al is het soms een beetje trager als anders.  Maar ze laat zien dat sporten ook niet altijd intensief moet zijn, en alleen bewegen ook wel gezond is. 
Mark is ietsje fanatieker als zijn zus.  Hij gaat er telkens vol tegenaan, om dan wanneer zijn workout gedaan is nat in het zweet kan genieten van zijn koffie. 

Wanneer Mark en Els aan hun cardio gaan beginnen heb ik gedaan op de fiets, en ga ik naar de spieroefeningen.  Ik zie in de achtergrond dat Els vrolijk babbelt met Brigitte, ook een Fittie.  Samen op het gemakje op de ligfietsen.  Sporten is vooral je goed voelen, denk ik met een goedkeurend oog.
De sfeer is weer heerlijk ontspannend.  Ik zie Jos in de verte een babbeltje slaan met een gespierde man bij de halters, en zijn vriendin Clara is al klaar met de training en zit samen met Irene als eerste aan de koffie. 
Ik met mijn rocky tune in mijn hoofd ga nog steeds van het een toestel naar het ander, en ik beslis om te eindigen op de crosstrainer.  10 minuten nog alles geven, en dan douchen.  Wat ben ik tevreden over mezelf.  Ik geraak al snel op dreef, en ik krijg dorst.  Maar op de crosstrainer en een dop van een waterfles open doen is best wel een uitdaging.  Ik krijg met moeite die stomme dop los, en wanneer ik probeer om mijn 2 handen van de crosstrainer te lossen, om mijn waterfles open te krijgen gaat het plots mis.  Ik geraak mijn cadans kwijt, en ik mistrap me.  Ik val bijna, maar ik heb de crosstrainer snel terug vast met mijn 2 handen.  Oef, dat ging bijna mis.  Maar dan zie ik dat ik geen waterfles meer vast heb, enkel een dopje. 
‘ Ja zeg! Ik ben helemaal nat!’
roept Mark verbaasd
Ik draai me snel om.  Mark is op de loopband bezig.  Mijn waterfles is open uit mijn hand gevlogen, en al het water is recht in Mark zijn gezicht gespat.  Kletsnat met zijn bril vol druppels probeert hij de loopband te stoppen, wat nog niet zo gemakkelijk is.  Ik loop naar hem toe en ik zet de loopband voor hem op stop.
‘Sorry Mark, het was een ongeluk.  Mijn fles is uit mijn handen gevallen.’  Zeg ik redelijk geschrokken, en terwijl ben ik met mijn handdoek het toestel aan het proper vegen. 
Mark moet erom lachen. 
‘och dat is niet erg, dan heb ik al een douche gehad.’ 
Ondertussen is hij zelf zijn gezicht en zijn bril aan het droog vegen.
Ik schaam me enorm, en ik verontschuldig me nog eens.
Ik besluit dat ik er nu wel genoeg van heb gehad, en ik ga me douchen.
Wanneer ik mijn natte handdoek weg steek in mijn rugzak komt Els binnen met een grote glimlach. 
‘ Dat heb je goed gedaan.’ Zeg Els
‘Onze Mark kon wel een goeie douche gebruiken.  In het vervolg nog douchegel erbij gooien, en hij is weer proper.’  Ze moet om haar eigen opmerking lachen en ik voel me ondertussen al weer wat beter.
Na de douche bestel ik een koffie en ga ik bij de groep zitten.  Eventjes later komt Mark er ook aan.  Hij heeft een ander T shirt aangedaan, en hij geeft me een nieuwe waterfles met een sportdop.
‘alsjeblieft, dat gaat gemakkelijker open en toe tijdens het sporten.’
‘Dan maak je me de volgende keer misschien niet meer nat.’ lacht hij.
De hele groep buldert van het lachen, en de sfeer is weer top in de groep.  Zowel Mark als ik vertellen wat er gebeurt is en hier en daar komen er fijne beschamende verhalen boven van anderen.
Op naar een volgende misschien toch niet zo Rocky getint training.

Wordt Vervolgd


Fitnessen met de Fitties 1

Ik ben onderweg met mijn fiets en mijn rugzak naar de fitness.  Ik heb tegenwind, en het is best wel frisjes voor deze tijd van het jaar.
Ik heb al een redelijke vroege ochtend shift opzitten, en natuurlijk was het weer druk.  Ik heb in mijn hoofd nog niet uitgetikt wanneer ik onderweg ben, dus ik merk nauwelijks iets van de omgeving.  En voor dat ik het goed en wel besef ben ik al aangekomen aan de Fitness.
Ik zie Jos zijn fiets al staan langs de kant.  Een oude basis koersfiets van Trek met gewone pedalen.  Ik moet altijd lachen als ik zijn fiets zie.  Jos is nooit bezig met snufjes of met het laatste nieuwe van de fiets.  Als het maar rijdt, dat is genoeg voor hem.  En hij heeft helemaal gelijk.
Mijn fiets zet ik mooi achter het hoekje, een beetje beschut en ik ga snel naar binnen daar waar het warmer is.
De fitness is 1 grote zaal opgedeeld in verschillende “hoeken”.  De cardio, de core, de toestellen voor de spieroefeningen, en de gewichten.
Tussen al die hoeken is een lange gang rechtdoor naar de kleedkamers en douches.  Ik zit in mijn fietskledij en dat is veel te warm voor binnen, dus ik ga naar de kleedkamers om iets anders aan te doen.  Zo wandel ik eerst voorbij de cardio, en daar zijn de Fitties al volop bezig aan hun opwarming.  Standaard wordt hier iedereen een “goede morgen” gewenst, een eerste opkikker van een drukke ochtend.  Mijn glimlach wordt alleen maar groter.
Ik neem altijd wel mijn tijd met het omkleden.  Ook wel een poging om wat te bekomen van mijn fietstocht.
Terug in de zaal ga ik naar de cardio, en vandaag ga ik beginnen met een wandeling op de loopband.  Jos is al bezig, en er is juist een loopband vrij naast hem. 
‘goeie morgen!’ zegt Jos vrolijk.
Jos is een kranige zeventiger. niet atletisch gebouwd, maar hij verzorgt zich wel goed.  Jos is altijd goed gezind, en kent bijna alle café moppen uit zijn hoofd.  Iets waar ik persoonlijk niet goed in ben.
‘ Goeie morgen Jos. Alles goed?’
‘Ja zunne, we zijn nog eens hier en het gaat goed.  Wat wilt een mens nog meer?’
de eeuwige optimist denk ik.   
Ik ga geen snelle loop doen, maar een wandeling van 5km per uur.  Jos is naast mij al op een stevig tempo bezig.  Hij is ook geen loper, maar ik zie op zijn loopband dat hij al 30 minuten bezig is.  Sjeezes, ik dacht maar 10 minuutjes te wandelen.  Gezichtsverlies wil ik ook niet lijden, dus ga ook voor 30 minuten.
Ondertussen begint Jos te babbelen.  Het gaat over fietsen in Luxemburg.  Iets wat hij vaak doet want hij heeft daar een caravan staan.  En ik luister heel aandachtig.  Jos babbelt gretig verder en ik moet niet meer dan ja en nee zeggen, wat goed uitkomt want ik ben al buiten adem.
stiekem heb ik mijn tijd al met 5 minuten verkort, maar Jos niet.  Hij wandelt nog steeds op een stevig tempo door.
Nu begin ik het echt moeilijk te krijgen.  Mijn hartslag gaat nogal snel, ik drink meer en ik begin pijn in mijn benen te krijgen.
Zelfs mijn ja en nee krijg ik nog met moeite gezegd.
‘Het gaat niet zo goed vandaag zeker?’ zegt Jos.
‘Nee, nog niet goed bekomen van mijn fietsrit zondag.’ Lieg ik.  Het was een licht heuvelachtig rit vorige zondag, maar de kilometers vielen nogal mee want dat was niet met de club maar met Bert.  Ook toen ging het al niet zo super.
‘Ja dat kan al eens voorvallen’ zegt Jos
‘Anders moet ge eens proberen om op uw handen te lopen.’ En hij begint te lachen.
ja, haha heel grappig denk ik. ik hou wel van deze humor, dus ik doe er nog een schepje bovenop.
‘Als ik op mijn handen moet lopen, is dat een attractie op zich. Dan is de entree wel voor mij.’ En we beginnen allebei te lachen. Al is mijn lach nogal zuur, want ik ben compleet buiten adem.
Maar Jos wandelt nog altijd op een stevig tempo door, en ik geef er de brui aan.
Ik zet de loopband stil en ik mompel iets tegen Jos. ‘toilet, vervelend, moet dringend’
Ik ga naar het toilet, om aan de wasbak mijn gezicht wat te verfrissen.  En ik neem mezelf voor om vanaf nu hard te trainen, om volgende keer toch wat langer vol te houden op die verdomde loopband.

Foto door Andrea Piacquadio op Pexels.com

Wordt vervolgd.


Racefiets of stadsfiets?

Niks zo zalig als een tocht met de fiets. Het ideale verzet na een lange werkdag, of het ideaal begin van eender welke dag.
Mijn favoriete fiets is mijn koersfiets. Een mooie Ridley Liz, mijn rots in de branding.
Maar wat doe je als die fantastische fiets ineens begint te haperen?

Hoe het begon

Zoals elke zondag (of toch meestal) ben ik met de mannen van de wielerclub vertrokken voor een licht pittig tripje. Ja, mannen. Tot nu toe ben ik nog de enige vrouw in de club dat toch nog altijd een klein beetje een mannenwereld is, maar ik vind dat niet erg. Ik kan eigenlijk best wel mijn “mannetje” staan tussen deze bende.

Dus we waren aan het fietsen, en bij de eerste heuvel merkte ik dat ik niet mee kon met de anderen. Niet alleen omdat mijn benen dat niet aankonden, ook omdat mijn fiets niet deed wat ik wou. En dat is mijn verklaring voor mijn slechte prestaties, en ik houd me eraan.
Dinsdag ging ik naar het werk, en opnieuw was er iets niet juist. Dus 2 dagen later, de dag wanneer ik opnieuw met de fiets zou gaan werken vraag ik aan Bert om nog eens naar mijn fiets te kijken, want die fietst ‘raar’. Natuurlijk krijg ik dan zo een draaiende ogen en “vrouwen” gezicht van hem. Blijkbaar was dat niet duidelijk genoeg?
Toch maar de fiets op het statief doen, en draaien aan de pedalen. Dit is Bert zijn ding, dus ik laat hem rustig doen.
Het verdikt is toch hard. Kabeltjes moeten vervangen worden, dus mijn fiets moet naar de fietsenmaker.

Maar hoe moet ik dan naar het werk? Mountainbike? Stadsfiets?
Ik ben dol op mijn mountainbike. Die zit comfortabel, maar ook sportief en is zalig in de bossen of op de karrensporen. Maar gewoon op de baan fietsen met een zware mountainbike is niet zo aangenaam. Stadsfiets dan? Heel eerlijk, nog nooit gedaan.
Dus spullen gepakt, en iets vroeger dan anders met mijn stadsfiets vertrokken. Geen fietshelm aan, want ik rijd niet zo hard als met de koersfiets, geen spd schoenen, maar gewone sneakers. En geen opvallende wielerkledij, maar mijn gewoon korte broek en T-shirt.
Eigenlijk best wel fijn om met de stadsfiets op weg te zijn. Ik ben niet met tactiek bezig, zoals mijn snelheid berekenen, mijn bocht afsnijden om tijd te winnen, enz.
Ik ben ook niet enorm geconcentreerd op de weg aan het letten, maar ik geniet van de omgeving. Ik zie ineens dingen dat me nog nooit is opgevallen. Ik heb bijvoorbeeld nog nooit gezien dat ik 2 keer per week voorbij een huis fiets die een mooie schommel hebben in de voortuin aan een dikke tak van een boom. Of het mooie zicht op het kasteel van Meiland.
Er zijn ook wel wat nadelen. Ik doe er ietsje langer over dan normaal, Ik ben zo afgeleid dat ik vergeet te trappen wanneer het wat bergop gaat, en ik ben de traagste.
Vind ik eigenlijk niet zo leuk. Nog een nadeel, ik val niet meer zo op.
Als ik met de koersfiets rijd en ik wil de baan oversteken, stoppen de auto’s sneller voor me dan als ik met de stadsfiets rijd. Hoe komt dat? Ik ben toch dezelfde persoon?
Misschien omdat ik opvallende felle kleuren aan heb op de koersfiets, en op de stadsfiets niet? Wie een idee heeft mag dat mij gerust laten weten.

In ieder geval, het was eens een leuke afwisseling, maar de volgende keer neem ik toch terug mijn Ridley.




Fitnessen met de Fitties

Ik probeer al enkele jaren gezond te leven. Wat wilt dat zeggen? gezond eten, (moeilijk) sporten, (was in het begin moeilijk) en kilo’s verliezen (hopeloos)
Iedereen die me beter kent, weet wat een gevecht ik moet doen om wat kilootjes kwijt te raken. En waar ik een aantal jaren eerst mee begonnen ben, was naar een fitness stappen. 1 dag per week, op een dinsdag fiets ik met mijn koersvelo en giga grote rugzak na de ochtendshift naar de fitness om dan een poging te doen om weer fitter te zijn.

Dat doe ik nu al een paar jaar. De kilo’s blijven een strijd, maar ik ben wel veel sportiever dan pakweg 6 jaar geleden. En het allerbelangrijkste? Ik heb daar toch wel redelijk aparte vriendschappen kunnen sluiten.

In de fitness heb je altijd verschillende groepen mensen. Je hebt de asociale spotify luisterende intensieve cardio sporters, die niet komen om te babbelen maar om 1 ding: sporten, en met gerust gelaten worden. (daar heb ik geen probleem mee! ieder zijn ding)
Dan heb je ook nog de bodybuilders, die heel graag naar zichzelf kijken, en het liefst van al hun spieren zien groeien. (voor alle duidelijkheid, ook geen probleem mee!)
En dan heb je de gepensioneerden, de Fitties. Die komen sporten om gezond te blijven, om te zien of hun spieren dat allemaal nog wel aankunnen, en vooral om hun sociaal onderhoud. de koffie achteraf is natuurlijk veel belangrijker dan de fitness.
Maar het zijn juist deze laatste groep mensen dat ik me nog het meest op mijn gemak voel. Zij zijn de groep die me van dag 1 in hun armen hebben genomen, en dat was zeker wederzijds.

Daarom zal ik een wekelijks rubriek schrijven met fictieve verhalen over de fitness en de senioren groep.
Dit zal dan mijn ode zijn aan de Fitties.

Foto door cottonbro op Pexels.com

Het zielig boompje

Hier niet ver vandaan staat een prachtig boerderij met paarden, koeien, kippen, varkens, en heel veel land. De boer is heel fier op zijn land.  Alles is mooi groen dankzij de mooiste groenten dat groeit vanuit de grond, en het lekkerste fruit vanuit de struiken en bomen.


Boven op een heuvel staan de 2 prachtigste appelbomen.  Ze pronken met hun mooiste bladeren en ze dragen met trots de vele appels aan hun takken. Wandelaars komen hier graag. Ze plukken dan ook af en toe een appeltje voor onderweg.  De boer vindt dat niet erg, want hij is fier op zijn bomen.
Maar wat je niet ziet, is dat er tussen de bomen een beetje achteraan een klein triestig boompje staat.  Boompje is ook een appelboom, maar hij heeft nog geen appels, en geen bladeren aan de takken.  Boompje is ook maar klein, en eigenlijk een beetje zielig
De 2 grote bomen lachen boompje graag uit. Ze laten voor expres hun takken met bladeren voor boompje hangen zodat hij de zon nooit ziet, en dan schudden ze met hun takken zodat er appels op boompje vallen, en dat doet pijn.
De appels die dan voor boompje liggen hebben wormen, en die wormen kruipen op boompje, waardoor boompje veel jeuk krijgt. Boompje probeert dan te krabben met zijn takken, maar hij kan er niet aan, en dan maakt hij heel rare bewegingen waardoor de 2 grote bomen boompje uitlachen.
“ haha, je bent een boom, je kan niet krabben dus hou ermee op. Wat ben je toch zielig boompje” zeggen ze dan.
Boompje wordt daar heel droevig van wat de 2 bomen zeggen en doen. Hij laat zijn takjes hangen en blijft achter in de schaduw, zodat de wandelaars hem niet zien.

Op een dag komt er een ekster voorbij gevlogen en land vlak voor het boompje. Hij ziet het boompje droevig kijken.
“Hallo, wat een mooi weertje eh. Het is alleen wat warm vandaag. Vindt je het erg dat ik eventjes hier in de schaduw kom uitrusten?” zegt de ekster.
“Nee hoor. Zegt boompje.
“Ik wist niet dat het zo warm buiten is, ik zie de zon ook nooit.”
“Dat is jammer” zegt de ekster.
“Soms is het zo zalig in de zon, en dan zie je hoe mooi het hier is op het land. Wat een prachtig boerderij!”
boompje wordt nog droeviger. “ik zie de boerderij niet. Ik zie alleen de 2 grote bomen voor mij”
De ekster kijkt nu ook naar de bomen. Ze zijn echt heel groot.
“ Dan moet jij ook groeien.” Zegt de ekster “je moet groter worden dan die 2 bomen, dan zie je alles van de boerderij.”
“Hoe kan ik dan groeien? Zo snel gaat dat niet hoor.”
De ekster denkt diep na. En dan plots…” Ik weet het!”
“ Ik heb op de boerderij iets gezien dat je zal helpen groeien. Ik kom straks terug!” zegt de ekster, en hij vliegt weg.
De 2 bomen hebben alles gehoord, en ze lachen boompje weer uit
“haha gaat dat vogeltje jouw helpen? Ik ben benieuwd hoor! Dat wordt lachen hahaha.”
Het boompje is ook benieuwd. Wat gaat de ekster doen om hem te helpen?
 Het zal wel niet lukken denkt hij. Of misschien lukt het wel, en dan is het boompje de grootste boom van de heuvel. En dan moeten de 2 bomen wel naar boompje luisteren en stoppen met plagen.
Eventjes later zien de 2 bomen in de verte iets groot vliegen.
“wat is dat?” zegt een van de bomen.
“Ik weet het niet” zegt de andere. “Het lijkt wel een vliegende bol.”
In de verte vliegt de ekster heel moeizaam met wat lijkt een grote zak tussen zijn poten. Het is een heel grappig zicht. De zak is veel groter dan de ekster.
De ekster landt met de zak voor het boompje.
“voila! Dit zal wel helpen.” Zegt de ekster.
De 2 bomen beginnen weer te lachen
“wat zal wel helpen? Die zak?” zegt boompje verontwaardigd.
“ja, ik heb de boer de inhoud van deze zak al zien gebruiken voor de groenten in zijn tuin. En die groenten groeien dan heel snel uit de grond. Het is volgens mij heel speciale grond.” Zegt de ekster.
“ Ik heb de zak juist genomen van de boer. Het lag klaar om gebruikt te worden voor zijn tuin.
“Maar dat is stelen!” zegt het boompje. “dat mag niet, dan is de boer boos.”
“Ik wilde alleen maar helpen. Ik denk niet dat de boer dat erg vindt”
“en hoe kan je me helpen met die zak?” vraagt boompje.
“Ik doe de zak open, en ik strooi de inhoud voor uw stam. De rest gaat dan vanzelf.”
“Ok, doe dat dan maar.” Zegt boompje met een diepe zucht.
De ekster gebruikt zijn klauwen en zijn bek om de zak open te trekken.
wanneer de zak open is, riekt het boompje een verschrikkelijke stank, dat hij heel soms ook al eens riekt als de koeien dichtbij in de wei aan het grazen zijn.
De ekster neemt nu de zak met zijn klauwen en vliegt hoog boven het boompje, om dan de inhoud van de zak leeg te schudden pal voor de stam van het boompje.
De stank is niet te harden, het is verschrikkelijk!
Boompje probeert zijn neus dicht te knijpen, maar dat gaat natuurlijk niet.
de 2 bomen moeten nog harder lachen nu, want het boompje behaalt heel veel stoten uit om niet veel hinder te hebben van de stank.
“nu moet je wel groeien” zegt de ekster.
“ik kom later nog wel eens kijken, daag”
“ja daag,” zegt boompje. Blij wordt hij er toch niet echt van. Vooral omdat de 2 bomen zo hard moeten lachen nu.
plots komt er een windstoot op, en de wind begint te draaien. Boompje heeft geen last meer van de stank, want de wind waait nu naar de 2 bomen.
“bah! Dat is verschrikkelijk. Zeggen de 2 bomen.
“Nee, dit is niet leuk!”
De 2 bomen begaan nu stoten om minder last te krijgen van de stank. Maar ze zijn zo groot, en de geur hangt echt onder hun neus. De 2 bomen laten nu ook hun takken hangen, en de appels vallen allemaal massaal van de 2 bomen. Nu zien de 2 bomen er heel zielig bij.
Boompje moet er van lachen, want dat is toch wel een raar zicht nu.
Ondertussen is de boer naar de heuvel gewandeld, want hij heeft een ekster met een zak mest zien vliegen, en die zak is wel van hem. Die verdomde eksters toch, ze stelen toch wel alles wat ze vinden tegenwoordig.
Wanneer de boer bij de 2 bomen komt verschiet hij zich. Wat is hier gebeurt?
de 2 grote appelbomen zien er niet meer zo mooi en gezond uit. Ze zien er echt wel zielig uit.
En de bomen hebben geen appels meer.
De boer gaat terug naar de boerderij, om dan eventjes later terug te komen met een tractor en een schop. De boer graaft de 2 grote bomen 1 voor 1 uit om daarna met een grote ketting en de tractor de bomen uit de grond te trekken en weg te slepen richting de boerderij. Wanneer de boer naar de plaats gaat waar de 2 bomen stonden, ziet hij het klein boompje staan, tussen het omgewoelde grond en de mest die de boer kwijt was.
De boer kijkt het boompje aan.
“Wat ga jij later een mooie boom worden. Nu heb je meer ruimte om te groeien” zegt de boer.
“ik neem de 2 grote bomen mee, en ze mogen in de wei gaan staan, zo hebben de koeien terug wat schaduw.” Zegt de boer
De boer vertrekt met de tractor, en hij plant de 2 grote bomen in de wei.
Boompje voelt nu voor het eerst de zon, en hij vindt dat fantastisch.
Ondertussen is het boompje al een mooie boom geworden met lekkere appels. De ekster komt elke dag nog langs om eens te praten en af en toe eens een worm te pikken van de appels.


In de wei staan nu de 2 bomen. Ze vinden het niet leuk om daar te staan, want de koeien wrijven met hun poep al eens graag tegen hun schors.
Maar boompje is nu gelukkig daar boven op de heuvel, hij geniet nu elke dag van het prachtig zicht op de boerderij.

Einde


Hallo

Ok, dit is echt wel heel spannend. Na lang nadenken, info opzoeken, nog eens nadenken enz… heb ik toch de stap durven zetten. Ik ga eens zien of ik een blog kan starten.

Ik zal maar beginnen met mezelf voor te stellen. Ik ben Hilde Grosemans, echtgenote van een speelvogel, en moeder van een dochter dat dezelfde genen heeft als haar vader.
Ik ben kinderbegeleidster in een buitenschoolse kinderopvang, en vrijwilligster in een fantastisch wijkschooltje.
Ik sport graag, vooral fietsen. Altans dat probeer ik toch.
En dan heb ik nog een passie dat gebloeid is wanneer ik merkte dat ik toch wel een stukje kan schrijven. Door mijn werk met kinderen schrijf ik regelmatig kinderverhalen dat ik dan met de nodige fantasie en bewegingen vertel aan mijn opvangkindjes die er toch wel van kunnen genieten. vooral de bewegingen althans.
En daarom ben ik beginnen nadenken om een blog te starten. Een plaats waar ik mijn fantasie de vrije loop kan laten zodat jullie, lezers er even hard van kunnen genieten als ik met het schrijven.

Ik heb lang moeten nadenken over wat ik wil vertellen. Waar moeten mijn verhalen over gaan? moet ik me houden aan een gericht thema?
Ik denk van niet. De meeste verhalen dat ik zal posten zullen kinderverhalen zijn, maar ik wil me ook storten op nieuwe projecten. Verhalen voor volwassenen, fantasie of realiteit.

Dus beste lezers, dankjewel dat jullie al de moeite willen doen om mijn eerste blog te lezen. #ietsnieuw#schrijven#zerotohero#spannend

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑