Ik heb dus een reset knop

3 jaar geleden Heb ik een blog geschreven over de voorbereidingen van een gastric sleeve, mijn voorbereidingen.
De bedoeling was dat ik een jaar lang regelmatig zou bloggen over dit proces na de operatie…. maar dat is niet gelukt.
De operatie wel, het afvallen ook, maar het schrijven niet. Het was een rollercoasterperiode boordevol emoties van blijdschap en verdriet, die ik toch lichtjes onderschat had.
De drang om het te doen lukken was zo tijdrovend en energieslopend dat ik het schrijven onbewust aan de kant heb geschoven.

Nochtans was ik begonnen aan een vervolg, en het was al een lang stuk. Maar toen ik na maanden opnieuw wou schrijven, merkte ik dat alles wat ik geschreven had verdwenen was op mijn computer. Eigen schuld- ik had beter moeten opslaan.
Maar het gaf me ook niet meer de moed om opnieuw te beginnen, waardoor er dus nog altijd geen vervolg is geschreven op het vorige.
En ik ga dat ook niet meer doen, het spijt me.
Ik vind de energie niet meer, en ik ben al veel kwijt in mijn herinneringen om alles opnieuw in detail neer te typen.
Maar ik ga wel proberen jullie in een notendop op de hoogte te brengen.


Drie jaar in een notendop

De operatie was dus geslaagd, ik herstelde goed.
Het voordeel van die coronagolf was dat ik in alle rust kon herstellen.
Het enige waar ik last van had, was een allergie op de pleisters- Amai die hebben gejeukt!

Het eerste dat ik mocht eten was een beetje bouillon en een tasje thee. Vijf hapjes en ik had genoeg, maar ik was oh zo blij dat ik eindelijk iets mocht eten.
Thuis kreeg ik opnieuw bouillon, gemaakt door mijn mama (liefde van de mama gaat door de minimaag) en yoghurt of pudding.
De eerste twee weken moest ik het doen met vloeibaar voedsel, daarna mocht ik rustig beginnen met een cracker, gewone soep en puree.
Ik weet nog dat ik dolblij was om weer vast voedsel te mogen eten.
Raar genoeg mocht ik fruit en groenten pas na ongeveer drie weken opnieuw eten.

Toen ik weer zo goed als alles mocht eten, begon ook het afvallen. (Daarvoor moest mijn lichaam nog wennen, en viel er op de weegschaal nog niet veel te zien.)
Na vier weken mocht ik op controle bij de chirurg, en ik kreeg de goedkeuring om rustig te sporten.

Vlak na de operatie moest ik van de chirurg op dag twee al uit bed om wat te bewegen — wat ik ook deed, tot tevredenheid van de verpleegster.
Toen ik thuis was, ging ik elke dag met Bert wandelen. De eerste keren gewoon in onze straat, maar daarna werd het blokje steeds wat langer.
Na vier weken was ik klaar om te sporten.
Op naar de fitness: rustig beginnen, niet heffen (dat mocht nog niet), enkel wat cardio.
Mijn energieniveau viel goed mee, al moest ik het toch rustig aan doen na het sporten.
Een fietstocht was nog wat te hoog gegrepen, maar dat kwam later wel.

Ondertussen ging ik weer werken — blij weerzien met de collega’s (nieuw tenue, want de kilo’s gingen er goed af) en de kindjes.
In maart begon het fietsseizoen weer met de club, maar daar kon ik nog niet bij volgen.
De eerste ritten deed ik met een elektrische fiets, maar dat is een ander verhaal.

Daarna ging het razendsnel.
Het sporten ging beter, al was het een uitdaging om genoeg energie te krijgen met het weinige dat ik at.
Ik kreeg complimenten over mijn uiterlijk, voelde me goed, en had echt mijn resetknop gevonden.

Dumpings

In het begin had ik veel schrik om een dumping te krijgen. Dat kan gebeuren als iemand met een gastric bypass of sleeve iets eet dat de maag niet goed kan verteren.
In de meeste gevallen is de enige oplossing dan het toilet — langs boven of langs onder.
Met een sleeve zijn dumpings niet zo snel, maar “vastlopers” wel: eten dat blijft steken door te snel of te hevig te eten.
Daarom is het heel belangrijk om goed te kauwen en rustig te eten — iets wat ik echt heb moeten leren in het begin.
Dumpings heb ik niet vaak gehad, alleen af en toe een gevoel van “flauw” zijn, een soort suikerval of benauwd gevoel.
Dat gebeurt meestal als ik iets eet dat te zwaar op de maag ligt, zoals een taart met veel pudding of roomijs.

Mentaal

Mentaal was het, zoals ik al eerder schreef, een rollercoaster.
Begrijp me niet verkeerd — ik was heel blij met mijn nieuwe kans en ik wou die met twee handen grijpen.
Het traject verliep perfect; zowel de diëtiste als de chirurg waren enthousiast over mijn aanpak.
Maar er waren ook goedbedoelde mensen die, bedoeld of onbedoeld, het mij mentaal moeilijk maakten.

Ik kreeg vaak de opmerking:

“Wat zie je er goed uit!… niet dat je er daarvoor niet goed uitzag, hè — begrijp me niet verkeerd.”

Ongemakkelijke momentjes, want ze beseffen dat de woorden verkeerd geformuleerd zijn.
Ik gebruik dan humor, zeg iets als “ik heb mezelf wat gekrompen” of “dit is een betere versie van mezelf.”
Toch krijg ik onbewust het gevoel dat ik vroeger lelijk was.
Dik zijn is in sommige mensen hun ogen blijkbaar lelijk. Al ligt dat gevoel deels aan mezelf.

Ik had lang moeite om te eten in het bijzijn van anderen, omdat ik vaak de opmerking kreeg:

“Zo weinig? Kan je nog altijd niet meer eten?”

Nee, dat is niet de bedoeling — ik wil niet bijkomen.
Of:

“Pak nog maar een stukje.”
“Nee dank je, ik heb genoeg.”
“Maar allez, een klein stukje dan.”
“Nee merci.”

Met dan een klein beledigd gezicht, waardoor ik me ongelooflijk schuldig voelde.
Maar als de maag vol is, is ze vol. En als ik dan verder eet, zet de maag uit — en is alles voor niets geweest.

Ook de goedbedoelde raad:

“Zie dat je nu niet weer bijkomt, hè, want ik ken er ene — amai, die was het dubbele terug bij!”

Alsof ik dat zelf niet wil vermijden.

Een nieuwe collega had eens getrakteerd op het werk, op een calorierijke puddingtaart.
Ik had dat niet voorzien en net thuis gegeten voor ik vertrok. We moesten allemaal een stukje eten.
Ik wou weigeren, maar ze nam het persoonlijk, dus nam ik beleefd een klein stukje.
Na een paar happen had ik spijt: misselijk, duizelig, zweetaanvallen — en toch proberen verder te werken.
De collega nam het me nog kwalijk dat ik de helft van dat stukje niet opat.
Ze wist van mijn operatie, maar begreep duidelijk niet wat dat allemaal inhoudt.

Datzelfde jaar merkte ik dat ik vergat te eten, of niet meer durfde eten in het openbaar.
Mentaal kon ik niet meer herstellen, en donkere gedachten namen de bovenhand.
Ik wist dat ik hulp moest zoeken en gas moest terugnemen — al was dat heel moeilijk toe te geven.

Verdict: burn-out.

Voor alle duidelijkheid: de operatie en het afvallen waren niet de oorzaak van mijn burn-out, maar wel een onderdeel ervan.
Een burn-out is het gevolg van veel factoren — te veel ineens. En dat “te veel ineens” was genoeg om mijn lichaam en geest te doen blokkeren.
Het heeft lang geduurd eer ik er weer bovenop was. Eerlijk gezegd denk ik niet dat ik er helemaal van af ben, of ooit zal zijn.

Maar ik had hulp gezocht en gevonden.
Ik leerde mezelf opnieuw resetten (alweer), ik leerde weer praten met de mensen die me lief zijn, en ik werd weer sterker.
Gaandeweg kon ik het werk opnieuw hervatten. De collega waar ik over schreef was vertrokken, en met het nieuwe team zat het goed.


-35 kilo later

Ik heb me dus meerdere keren helemaal gereset.
Ik heb vrede met mijn uiterlijk én mijn innerlijk.
Ik maak elke dag bewuste keuzes over voeding — met af en toe een zondig momentje, en dat is oké.
Het sporten gaat goed: lange afstanden op de weg, gravel en mountainbike.
Wekelijks probeer ik te fitnessen (al lukt dat niet altijd).
De diëtiste volgt me nog steeds op, wat goed is, zodat ik op het juiste pad blijf.

En schrijven — dat is lang niet gegaan.
Ondertussen heb ik voor de opvang al een paar zintuiglijke verhalen geschreven, waar ik later ook over wil vertellen.
Ik wil de draad opnieuw oppikken met deze website, en ik hoop hierbij een goede start te maken.

Het verhaal van mijn gastric sleeve wil ik bij deze afsluiten.
Dankjewel om de tijd te nemen om mijn verhaal te lezen.

Einde

Het jaar 2022 is bijna voorbij en 2023 staat al klaar.
tijd dus om te proosten!
– Op de nieuwe voornemens dat met vol enthousiasme samen met het nieuwe jaar kan beginnen,
maar na een maand al opnieuw in de kast kan gestopt worden om dan opnieuw te
proberen in het volgend nieuwe jaar.
– Op het nieuw fitness abonnement die samen met de nieuwe sportoutfit ook in de
kast vliegt.
– Op de bucketlist die je absoluut dit jaar eens wilt afwerken, maar altijd opnieuw strand op nr 2 van de lijst en jezelf belooft om volgend jaar dan maar de Mont Ventoux op te rijden.
– Op het vegan levensstijl, om dan nadat je het sportoutfit en het abonnement in de kast gegooid hebt naar de McDonalds te rijden voor een lekkere vettige Big Mac.
– Op het nieuw lief, die een maand later je dumpt en kiest voor je fitness coach toen ze elkaar leerden kennen die ene keer dat ze mee ging naar de fitness.
– Op een goede gezondheid en de volgende ochtend al beginnen met een paracetamol voor de ongelooflijke kater door al dat proosten.

Maar:
Ik proost vooral op het samenzijn met familie en vrienden, ook al zijn we niet altijd fysiek bij elkaar, vanbinnen proosten we samen.

Heel gelukkig nieuwjaar allemaal, op naar 2023!

Letter – Soep

Milan is aan het spelen met de bal.  Spelen is leuk.
Grote broer Jack speelt niet met de bal, maar zit op het gras met een boek.  Jack vindt lezen leuk.
‘Waarom vindt je lezen zo leuk?’  Vraagt Milan een beetje boos want Jack wilt niet meespelen.
‘Omdat lezen gewoon leuk is’ zegt Jack starend naar zijn boek.
Milan laat zijn bal vallen en rolt de struiken in, maar Milan heeft geen oog meer voor zijn bal.  Hij gaat kijken waarom Jack lezen zo leuk vindt.
Jack zit met zijn rug tegen een boom en zijn boek rustend op zijn benen.
Als Milan in het boek kijkt van Jack ziet hij alleen rare tekentjes waar hij niks van snapt.  Er zijn zelfs geen prentjes in het boek.  Als Milan gaat slapen leest zijn mama altijd een verhaaltje voor uit een boek met veel prentjes. En onder de prentjes staan dan ook zo van die rare tekentjes
Mama kan die tekentjes lezen, maar Milan kan dat niet.  Jack is ouder dan Milan en hij kan ook die tekentjes lezen.  Volgens mama zijn dat letters.  En als Milan naar de grote school gaat dan moet hij ook leren lezen.  Pfff, lezen lijkt zo saai.
Maar Jack Vindt lezen leuk.  Hij vindt het fijn om allerlei avonturen te lezen.  Soms leest hij een verhaal over ridders en prinsessen, soms een verhaal over een gekker professor.
Alle boeken vindt Jack ongelooflijk spannend.
‘Jack kom nu mee spelen’ zegt Milan.
‘mmmmm’ Antwoord Jack.  Hij luistert niet echt.
‘Jack!! Alstubliiiiiieeeeeeeeeeft, komaan toe speel meeeeeeee Jack’
Maar Jack luistert nog altijd niet.  Zijn boek is veel interessanter. 
Boos neemt Milan een tak dat op de grond ligt en gooit naar Jack zijn boek.
De tak raakt de boek en weerkaatst dan rakelings langs Jack zijn wang.
‘Milan!’ Roept Jack geschrokken.
‘Doe toch niet zo kinderachtig! Ik speel niet mee en ik wil graag mijn boek uitlezen, het is nu zo spannend.’ Zegt Jack wanneer hij recht krabbelt uit het gras.
Hij neemt zijn boek die hij had laten vallen op en loopt dan naar binnen, naar zijn kamer.
Nu is Milan helemaal alleen, en dat vindt hij ook niet leuk.
Dan gaat hij maar kijken wat zijn mama binnen aan het doen is.
Mama is aan het koken.  Het ruikt heerlijk in de keuken.
‘wat ben je aan het maken mama?’ vraagt Milan.
‘Lettersoep’ zegt mama.
weeral letters! Milan wordt terug boos.  ‘Overal zijn letters, en ik kan dat NIET lezen, dat is super moeilijk!’  Milan stampt op de grond van frustratie, hij is heel boos.
mama schrikt een beetje van haar zoon zijn reactie.
Ze gaat naar Milan toe en geeft een dikke knuffel om hem te troosten.
Ze laat Milan aan tafel zitten en geeft een kom heerlijke warme lettersoep. 
Mama heeft een lepel vast en gaat naast Milan zitten.

‘Kijk’ zegt mama.
ze roert met de lepel in de soep, en wanneer mama roert komt er een letter naar het midden van de kom.
‘Dat is de letter M’
‘ Dat is de M van Milan en de M van….’
‘Mama’ vult Milan aan.
‘goed zo’ zegt mama en ze geeft Milan een kusje op zijn wang.
Opnieuw roert mama in de soep en komt er een ander letter tevoorschijn in het midden van de kom.
‘Dat is de J van Jack’ zegt mama.
‘of de J van jachthond ’ zegt Jack die plots achter Milan en mama staat.
‘Sorry Milan, ik had eventjes met je moeten meespelen.’
‘Sorry Jack’ zegt Milan. ‘Ik had niet boos mogen worden.’
‘Roer jij nu eens met de lepel Milan, wie weet welke letter er nu boven gaat komen.’ Zegt mama.
Dat doet Milan.  Hij roert in de soep en al snel komt er opnieuw een letter tevoorschijn.
‘De A van….’
‘AAP!’ zegt Milan.
 Milan doet gek en loopt rond als een aap.
Mama geeft ondertussen Jack ook een kom heerlijke lettersoep en samen zoeken ze letters van dieren zoals de O van Olifant, de B van Beer, de K van krokodil, enz.….
Wanneer het tijd is voor te gaan slapen, gaat mama nog gezellig naast Milan op bed zitten om een verhaaltje voor te lezen.
Milan kijkt mee in het Grote Boek van de Fantasie en deze keer ziet hij geen rare tekens, maar Letters.
Hij herkent de M.
‘Mama, daar staat Milan’
‘nee’ lacht mama
‘Dat is de M van Maan’ Er staan nog letters naast de M en dat spelt MAAN.
er is zelfs een mooie tekening van een grote maan in het boek.
Plots worden de ogen van Milan zwaar en ziet hij veel letters in zijn hoofd.
Ze dansen allemaal in zijn dromen en Milan danst vrolijk met de letters mee in zijn dromen.

EINDE






Foto door Magda Ehlers op Pexels.com

Mijn Reset knop

27 December 2021

We zitten aan tafel, mijn petekind Mats blijft logeren en ik heb lasagne gemaakt, mijn allerlaatste maal als mijn oude ik. Vanaf morgen begin ik aan mijn pre-dieet en dan is de dag van mijn operatie.
Ik heb genoten van elke hap dat ik in mijn mond heb gestoken en natuurlijk veel te veel gegeten. Het was heel lekker, maar ik voel me natuurlijk ook weer schuldig. Het was een gevoel alsof ik afscheid neem van alles wat ik lekker vind (wat ik nu zoveel maanden later een foute gedachte vind) Maar toen vond ik dat ik dit moest doen om een periode af te sluiten.
De volgende dag is de eerste dag van mijn dieet. Een streng dieet waar je enkel zakjes mag gebruiken van Ligna Pharma en groenten. Geen brood meer, of pasta, vlees, vis, of wat dan ook.
Het dieet is nodig om de lever te doen krimpen. Blijkbaar kan een lever enorm zwaar zijn bij mensen met overgewicht, en ze moeten die kunnen verplaatsen om goed aan de maag te kunnen. Persoonlijk denk ik ook dat het dieet nodig is om het koppeke voorbereid te krijgen voor na de operatie.
Ik bedoel daarmee dat ik vooral enorm veel last heb gehad van mood swings. Allez, Bert heeft veel last van mijn mood swings gehad.
Het eerste zakje dat ik gegeten heb was havermout. Ik lust graag havermout, en ik dacht dat deze havermout niet veel verschillend zou zijn als dat wat ik al ken. Ik moest de inhoud van het zakje, een soort poeder in een shaker doen en dan water erbij doen. Goed schudden en dan in een kommetje doen en opwarmen in de microgolfoven.
Vanaf de eerste hap moest ik al walgen. De smaak was verschrikkelijk slecht en ik mocht er geen suiker bij doen. Ik heb mezelf enorm moeten verplichten om nog wat happen te eten en Bert die moest lachen om de snuiten dat ik trok bij elke hap heeft me nog een paar happen door gesupporterd. Nu een tas koffie om alles door te spoelen…zonder melk (nog iets waar ik aan moet wennen)
Na mijn hum smakelijk humhum ontbijt ga ik mountainbiken met Mats mijn Petekind. Een belofte dat ik nog moest waarmaken. We hebben veel plezier samen onderweg, alleen wij tweetjes. Hij mag zijn kunstjes op de vossenberg hier in de buurt laten zien, ik kijk op afstand en supporter. Ik merk dat mijn energie al vrij leeg is en besef dat de komende 2 weken geen sport meer zal zijn. Mijn diëtiste had me er al voor gewaarschuwd. Terug thuis bak ik mezelf een omelet gemaakt van poeder en wat groenten en tot mijn opluchting is de omelet nog niet zo slecht. Alleen mag ik geen mayonaise of dressing bij de groenten en moet ik leren werken met wat olie en kruiden.
De komende dagen volg ik nauwkeurig mijn schema, maar ik merk vooral dat ik moet afkicken van al wat ik lekker vind. O wat mis ik al mijn oude eet gewoontes. Ik ben enorm chagrijnig en kribbig, betrap mezelf in de koekenschuif om dan boos te zijn en de schuif terug dicht te gooien. 2 dagen lang ben ik moe en duizelig en ambetant.
Daarna gaat het stilletjes aan beter en is het al 31 december.

Cheat dagje


Vandaag is het oudjaar, nu mag ik 2 dagen ‘smokkelen’ volgens de diëtiste. Niet alles opzij gooien en schranzen, maar een stukje vlees eten bij mijn poeder eten en echte soep eten in plaats van poedersoep.
Hoe zalig is dat kleine stukje vlees, het is gewoon zooo lekker. En zeggen dat ik in een vroegere leven nog vegetariër ben geweest. Zoetigheid mis ik niet meer en ik heb niet zo veel moeite om het stukje ijstaart onder mijn neus zien passeren. Ik geniet wel van mijn potje pudding dat ik mee heb van thuis, ja gemaakt van poeder.
De dag na nieuwjaar is het gedaan met het cheaten en volg ik mijn dieet weer nauwkeurig tot de laatste dag.

Low Battery

De feestdagen zijn achter de rug en mijn pre dieet is al halverwege. Mijn energie is heel snel uitgeput, maar de kilo’s gaan ook mooi naar beneden. Mijn verlof is spijtig genoeg ook om en ik moet met het weinige energie dat ik heb nog een paar dagen gaan werken. Mijn concentratie laat een beetje ten wensen over, ik heb nogal veel hoofdpijn (niet moeilijk, we werken nog met mondmasker) en ik begin last te krijgen van zenuwen. Ik probeer mijn hoofd er zo veel mogelijk bij te houden en mijn resterende energie nuttig te gebruiken bij de opvang kindjes. Alleen mijn eten dat ik bij heb vinden ze niet zo smakelijk uitzien, ik kan het ze niet kwalijk nemen en kijk een beetje jaloers naar hun boterhammetjes met choco en hun lekkere tas verse tomatensoep. De laatste dag is de moeilijkste en ik ben heel blij als ik met de auto terug naar huis kan rijden. De volgende keer dat ik terug kom zal ik een heel ander persoon zijn, een Hilde 2.0.


11 januari

Het is zo ver. Mijn koffer staat klaar, ik ben aangekleed en klaar om naar het ziekenhuis te gaan. Ik heb helemaal niet goed geslapen, maar ik zal dat waarschijnlijk vandaag wel meer dan voldoende inhalen. Gisteren heb ik gedacht om nog 1 keertje te zondigen, een laatste keer, maar ik heb er mooi aan weerstaan en me braafjes tot de laatste snik aan mijn dieet gehouden. Ik ben vooral blij dat ik die poedervoeding nooit meer moet eten, al weet ik niet wat ik moet doen met die overschotten.
Ik word heel vriendelijk onthaald in het ziekenhuis, maar ik moet wel alleen naar de afdeling heelkunde gaan. De coronabesmettingen zijn voor het moment enorm hoog en er zijn weer verstrengingen, dus dat wilt zeggen, geen bezoek buiten Bert en ik zal waarschijnlijk alleen mijn kamer zien de komende dagen.
Ik maak me klaar in mijn kamer voor de operatie, ik ben nog maar net klaar en ze komen me al halen.
Ik ben de eerste die geopereerd moet worden, maar dat brengt ook een beetje druk bij de verpleging. Ik moet een infuus krijgen, de verpleegster komt naast me zitten met een naald en begint ontspannen te zoeken naar een ader. Ik krijg het al benauwd want ik ken mijn aders. De verpleegster begint op mijn arm te kloppen, ik moet een vuist maken en pompen en er wordt nog geklopt.
‘Oei’ krijg ik al na een minuutje te horen. Een 2de verpleegster komt kijken: ‘vind je niks?’
‘Nee ik zie niks’ zegt de andere verpleegster. ‘Kijk jij eens?’
De andere verpleegster aan mijn linkerkant begint aan mijn andere arm dezelfde methodes te gebruiken als de verpleegster aan mijn rechterkant.
Al snel heeft 1 van de 2 verpleegsters de moed om te prikken, maar het wordt niks.
Dan komt er nog een prik aan de andere kant, maar ook daar is niks.
Het team van het operatiekwartier komt al eens kijken waar de patiënt blijft, de dokter komt aan mijn bed staan. Ondertussen heb ik nog een paar pogingen mogen voelen, en ze worden alsmaar pijnlijker, vooral als ze een ader zoeken met de naald.
Ik krijg nog een laatste keer de uitleg wat de bedoeling zal zijn met de operatie, hoe het verloopt en ze vraagt dan of ik nog vragen heb. (ondertussen nog een pijnlijke poging achter de rug van prikken)
Vragen heb ik niet, ik ben altijd van principe dat ik het zal ondergaan, ik wil alleen dat ze nu snel een ader vinden.
Na een wissel van verpleegster en nog maar eens een poging, stoppen ze met proberen.
‘De anesthesist zal eens met een echo kijken waar kan geprikt worden. Geen zorgen hoor, die kan dat veel beter.’ en de verpleegster rijd me naar het operatiekwartier.
In het operatiekwartier mag ik me op de tafel schuiven, en een heel team vol verplegend personeel en dokters maken me klaar voor de operatie. Ik heb nog altijd geen infuus wat nodig is om me in slaap te doen, dus de anesthesist komt naast me zitten met een echoapparaat om zo inwendig mijn aders te zien lopen.
Ik krijg ondertussen koud en ben al redelijk gestresseerd en zenuwachtig.
‘Heb ik wel aders?’ vraag ik aan de anesthesist om toch maar te doen alsof ik met de situatie kan lachen.
‘Ja hoor mevrouw’ lacht de anesthesist, maar ze zijn klein en ze zitten diep, dat heb ik nog niet veel gezien.’ zegt ze.
‘Ik zie een kleine ader hier, maar zo te zien hebben ze al geprobeerd op deze plaats.’
Ik kijk naar mijn arm en ik zie al een blauwe plek op die plaats waar de dokter op aan het duwen is om te voelen. Ondertussen is er nog een ongeduldige verpleegster aan mijn linkerkant aan het voelen, maar dan aan de binnenkant van mijn pols.
‘ Hier voel ik iets’ zegt ze
Ik heb het ongelooflijk koud ondertussen, want ze hebben mijn voeten bloot gemaakt om daar ook een ader te vinden. Een alerte verpleger komt met een deken af en legt die op mijn benen, maar omdat mijn voeten bloot zijn helpt het niet echt tegen de kou.
Ondertussen heeft de anesthesist nog eens geprobeerd om te prikken, maar opnieuw lukt het niet, zij en ik raken gefrustreerd.
‘Ik zie een ader op die echo, maar ik kan er niet aan. Hoe kan dat?’
Die prik was ook heel pijnlijk en mijn hartslag is veel hoger. De man achter mij heeft ondertussen al een hartmonitor opgezet en je hoort mijn hartslag door heel de kamer.
De overijverige verpleegster is zeker van haar stuk en denkt dat ze aan de binnenkant van mijn pols wel kan prikken. Ze mag proberen van de anesthesist, maar ik word eerst al gewaarschuwd, dat is een venijnige prik. Maar ik bibber van de kou, mijn rug doet pijn van op die tafel te liggen en ik wil gewoon in slaap gedaan worden, dus ik hou me schrap voor de prik.
En of dat die pijn doet. Ik schreeuw het uit, iets wat ik nog nooit heb gedaan en begin te wenen. Ik kan niet meer, ik heb het gehad. Het ergste is dan ook nog dat het opnieuw mislukt is. De man achter mij die mijn hartmonitor controleert, zegt daar nog bovenop: ‘haar bloeddruk is 18/10 nu.’ Veel te hoog dus.
Mijn chirurg die al die tijd aan de zijkant heeft zitten wachten komt er tussen, ze laat iedereen stoppen met zoeken en prikken en beslist dan om mij in slaap te doen met inhalatieanesthesie, in slaap doen met een masker. Ik word rustiger, concentreer me op mijn ademhaling en het enige dat ik me nog herinner is de nare geur van het gas dat door het masker komt.
Vanaf nu wordt alles anders, vanaf nu krijg ik mijn reset knop en kan ik opnieuw beginnen.

Wordt vervolgd


Hilde 2.0

september 2021

Ik zit in mijn auto op de parking van het ziekenhuis. Dadelijk heb ik een afspraak bij een zekere Tineke Silkens, de obesitas coördinator. Dit is het begin, het begin van hopelijk een permanente verandering.
Ik ben best wel zenuwachtig, schrik om afgewezen te worden. Wat als ik toch niet in aanmerking kom? wat als ik niet het juiste bmi heb voor een terugbetaling? Nochtans heb ik al opzoekwerk gedaan en ben ik ten rade geweest bij mijn diëtiste. Mijn diëtiste zei tegen me: een nee heb je en een ja kan je krijgen. Dus met het gedachte dat ik niks te verliezen heb stap ik uit mijn auto en wandel ik naar de ingang van het SFZ

een uurtje later loop ik terug buiten en dringt alles tot me door. Ik heb tranen in mijn ogen, en ik wil het uitschreeuwen. Zo opgelucht en blij ben ik, ik kom in aanmerking voor een gastric sleeve. Mijn BMI is juist 35 en samen met de medicatie dat ik moet innemen voor hoge bloeddruk heb ik recht op een terugbetaling. Het gesprek liep vlot, de coördinator was heel vriendelijk en begripvol. Terug in de auto overloop ik de papieren met de reeks afspraken van pre-onderzoeken dat al vastgelegd zijn. De laatste is pas bij de chirurg die ook het laatste woord zal hebben. Jammer genoeg is die afspraak pas eind november. Het lijkt allemaal nog zo lang, een eeuwigheid wanneer mijn nieuw leven kan beginnen, als het mag beginnen.

Paar weken later

De eerste onderzoeken zijn al snel, en ook daar heb ik telkens opnieuw groen licht waardoor mijn zelfvertrouwen elke keer opnieuw een boost krijgt. Nu moet ik alleen nog een maand wachten tot ik een maagonderzoek moet ondergaan, en dan weer een paar weken wachten op mijn afspraak bij Dr Deferm de Chirurge. Zij heeft het laatste woord.

Bezig blijven

Ondertussen zijn er al een paar mensen op de hoogte van mijn beslissing, en kan ik erover babbelen bij een paar mensen die ook een gastric bypass hebben ondergaan. Ik hou me ook niet stil, ik mountainbike nog steeds met Bert enkele toertochten in de buurt dat door mogen gaan dankzij dat bekende beestje dat ons al een paar jaar teistert en ik ga regelmatig naar de diëtiste omdat ik ook niet massaal wil bijkomen voor de operatie. Maar hoe hard ik ook probeer, de kilootjes komen toch beetje bij beetje bij.
De mountainbike cursus is ondertussen achter de rug en ik ben Erik en Ilse heel dankbaar dat ik zoveel bijgeleerd heb, maar ook een beetje blij dat het gedaan is. Ik heb nood om gewoon te genieten van de mtb toertochten op mijn tempo, hoofd leeg maken en maar 1 keer een technisch stukje doen in plaats van 5,6 keer opnieuw en opnieuw. Soms heb ik gewoon geen nood aan veel gezelschap rondom mij en vind ik het fijn om te sporten in mijn eentje om dan daarna bij te babbelen met Bert, want hij rijdt tijdens de tochten nooit met mij samen.

November 2021

Daar is ineens November, en het onderzoek waar ik het meeste bang voor ben komt dichterbij, het maagonderzoek. Als crohn patiënt moet ik om de 2 jaar een endoscopie ondergaan. Ik ben dat zo gewoon dat ik dit onderzoek met “gemak” onderga, maar een buis via mijn mond naar de maag vind ik een heel eng gedachte, en het schrikt me af. Dr Daels heeft me wel al tips gegeven, ik moet een roesje vragen, alleen al zodat ik kalmer ben tijdens het onderzoek. Zo gezegd, zo gedaan, het enige probleem dat ik heb is dat ik verschrikkelijke aders heb en voor dat roesje moeten ze een ader vinden. Wanneer ik eindelijk het spuitje krijg is de dokter al daar en beginnen ze met het onderzoek. Het ‘roesje’wil nog niet werken, ik begin te kokhalzen en ik raak in paniek. Ik ga het niet onder stoelen of banken steken, een maagonderzoek is hels voor mij, maar gelukkig duurt het niet lang en mag ik na 10 minuten eventjes bekomen in een ruimte apart voor ik naar huis mag.

D Day

Eind november zit ik weer met enorme zenuwen in de auto op de parking. Ondertussen heb ik Dimitri al op de hoogte gebracht van de operatie, hij is een tijd uit geweest na een lelijke val met de mountainbike vandaar dat hij zo goed als de laatste was dat ik op de hoogte moest brengen. Ondertussen hebben wij onder de collega’s nog afwezigen en ik beloof hem dat ik de operatie pas in januari door laat gaan in de hoop dat de afwezigen weer terug aan het werk zijn.
Ik raap alle moed terug bijeen om kennis te maken met de chirurg, en hopelijk ziet ze het zitten om mijn leven te veranderen.
Een uur later kom ik terug buiten met rode ogen en een zakdoek in de hand. Eindelijk ben ik emotioneel gekraakt. Ik heb de goedkeuring gekregen voor een gastric sleeve van iedereen van het obesitas team en dus ook van de chirurg. Ze vroeg me of mijn echtgenoot achter de operatie staat, het moment dat mijn hart brak en de tranen vloeiden. Ik kreeg bijna geen woord meer gezegd, al wat ik deed was knikken, mijn blik zei genoeg hoop ik. En of dat Bert er achter staat. Vanaf dag 1 dat ik voor mezelf de beslissing heb genomen heeft hij mij gesteund, moed gesproken en geholpen met het vertellen tegen mijn familie. Hij is mijn alles, in goede en kwade dagen en dat is deze periode nog maar eens duidelijk geweest.

Dus vanaf nu heb ik een datum: 11 januari 2022 word mijn nieuwe ik dag.


wanneer ik dit schrijf is 11 januari al een tijdje gepasseerd, en ik kijk er naar uit om in mijn volgende blog hier alles over te vertellen. Maar ik vond dat ik eerst fatsoenlijk moest genezen zijn en mij goed voelen in mijn vel vooraleer ik opnieuw kon schrijven, vandaar dat ik een beetje ‘achter’ loop. Nu heb ik het gevoel dat ik dit proces, de pre-periode helemaal kan afsluiten en achter mij laten, dus:

wordt vervolgd

Mountainbiken met een maatje meer

april 2021

Ik ben weeral stil gevallen, ja ik weet het, weeral. Ik heb nood aan sporten, maar tegelijk geniet ik van de rust.
Ik ben lang moe geweest van de bronchitis, en ik heb tijd genomen om te herstellen, maar Bert, mijn diëtiste, en mijn weegschaal zeggen me dat het alweer hoog tijd is om de draad weer op te pakken.

Op een avond zaten we samen in de zetel met onze allerhande schermen voor onze neus tv te kijken. Geen idee wat er toen op dat moment op was.
‘ Hier, is dit niet iets voor je? ‘ Zegt Bert met zijn smartphone in zijn hand.
Hij laat mij een artikel op Facebook zien van supernova “Mom to mountainbike”. Een mountainbike cursus voor vrouwen die nog geen ervaring hebben in het ploeteren op de zandpaden.
‘ Dat is toch niks voor mij. ‘ Is mijn eerste gedachte.
‘ En waarom niet? ‘ Zegt Bert verontwaardigd.
‘ Je kunt meer dan dat je denkt, en misschien kunnen ze je veel meer aanleren dan dat ik dat kan. Kijk eens goed naar dat artikel, staat er geen website op? ‘
Iets in me zegt dat ik maar beter eens luister, dus ik kijk naar het artikel, ik bezoek de Facebookpagina van supernova waar heel veel filmpjes op staan van een vorige mom to mountainbike kamp dat er best heel gezellig uit ziet, met doenbare paadjes en afdalingen. De vrouwen zien er vooral heel ontspannen uit. Iets wat ik niet zo goed kan als ik mountainbike, ik zit op mijn fiets alsof ik altijd moet klaar staan voor een valpartij, extreem opgespannen met als gedacht dat mijn lichaam als airbags moeten dienen. Ik ben er in ieder geval wel struis genoeg voor, maar vallen is ook voor mij even pijnlijk.
Na een paar dagen twijfelen, en in een impulsief moment beslis ik om me in te schrijven voor de volgende cursus dat al binnen een paar weken gaat beginnen.


Een paar weken later ben ik me aan het klaarmaken voor de eerste cursus. Zenuwachtig zoek ik naar mijn favoriete bidon, maar vul niet met water. Ik zoek mijn fietskledij samen, en ik verander 2 keer van gedachten. Eerst heb ik kleren vast dat te warm is, dan kleren dat ietsje te fris is voor nu. Uiteindelijk beslis ik dan maar om in laagjes gekleed te gaan. Mijn wielerkleren zitten ietsje strakker als een maand geleden, nog maar een harde realiteit dat ik weeral wat ben bijgekomen.
Nu nog mijn helm zoeken, mijn winter mountainbike schoenen aan doen om dan te bedenken dat het niet regent, de zon schijnt en het is niet helemaal zo koud als de voorbije dagen. (het is 1 mei vandaag)
Snel nog wisselen van fiets schoenen, en nog mijn bidon vullen met water, want dat was ik vergeten.
Bert stelt voor om me naar het mijnstadion in Beringen te brengen, daar waar er afgesproken is en ik ben hem heel dankbaar.
We zijn met een handvol vrouwen op de afspraak, we krijgen les van Erik en mentale ondersteuning van initiatiefneemster Ilse. Les is eigenlijk veel gezegd. Hij neemt ons mee de bossen van Beringen in om dan technische stukken uit te kiezen dat wat moeilijk is voor ons, en die moeten we dan proberen te doen en te verbeteren op zijn advies. Erik is een fantastische rustige man, die zijn kalmte heel goed kan bewaren wat echt wel nodig is met al die kwebbelende dames. Op één lesdag heb ik meer technische stukken gedaan dan dat ik ooit heb durven denken.
Het was aangenaam, en ontspannend. Op 1 dag tijd waren we al een hechte groep die vooral heel veel lol willen maken op de fiets en natuurlijk de eerste volgen, dalen en zien dat we niet vallen.
Terug thuis was ik doodop, maar enorm ontspannen. Voor de eerste keer fietsen zonder Bert is ook wel aangenaam. De stress onderweg was er niet. Bert is veel beter en technischer als ik, en als we samen mountainbiken hou ik hem heel fel op, of ik jaag me op dat hij weeral passages kiest dat in mijn ogen niet doenbaar is.
Gelukkig dankzij deze cursus merk ik dat ik na een paar weken al redelijk wat vorderingen maak en de schrik is er weer bij mij zo goed als weg. Ik geniet weer van het mountainbiken, en ik ben weer aan het sporten. Bert blij, diëtiste blij, maar niet veel verschil met de weegschaal.

juni 2021

Aan alle mooie liedjes komt wel een einde. De laatste mountainbike dag met de dames is afgelopen, met een zalige afsluiter waar cava en hapjes bij moesten zijn.
De volgende dag is het Vaderdag, en we gaan met ons 3 naar het Sven Nys cyclingcenter in Baal om te mountainbiken op de cyclocross parcours. Dit is altijd open voor publiek, en heeft een zalig terras boven op de berg. Darya is ondertussen ook al bezig met mountainbiken, op haar eigen tempo en ze doet het graag. Eerst gaan we met haar het kinderparcours op, en wanneer ze er genoeg van heeft gaan Bert en ik het grote parcours proberen. Het is eigenlijk best wel technisch, maar ik merk dat ik dit wel aan kan. Tenminste tot ik de houten brug over moet fietsen. Ik raak er vlot op, en met grote euforie daal ik maar ik zit niet ideaal op de fiets, en ik neem de verkeerde kant van de brug. Rechts onderaan is er een redelijke opening tussen de brug en de grond. Ik land er met mijn wiel in, en ik val voorover met mijn hoofd op de grond. De smak is groot, en ik blijf zitten. Mijn nek en mijn hoofd doen pijn, maar op dat moment doet mijn been nog het meeste pijn. Bert die langs de andere kant al aan het terug komen is in mijn richting, ziet me zitten en fietst naar me toe. Ik heb een grote schaafwonde op mijn been, maar voor de rest is er nog niks aan de hand. Samen fietsen we verder, maar ik merk al fietsend dat er iets niet klopt. Ineens kan ik niet meer fietsen. De schrik is weer terug, ik heb moeite met zowat alle passages en mijn hoofd doet heel veel pijn. Ik maak mijn ronde af, en ik ga Darya zoeken die aan het spelen is in het speeltuintje naast het parcours. Samen gaan we eentje drinken en Bert gaat nog een ronde in zijn eentje doen. Een half uur later komt hij ook op het terras zitten. Ik heb mijn donkere zonnebril nog aan, en zeg tegen hem: ‘ik denk dat ik een hersenschudding heb.’

De volgende morgen weet ik het zeker, ik heb een hersenschudding. Ik ben nog vertrokken om te gaan werken, want ik moest de opvang open doen. Ik heb open gedaan, de eerste kindjes ontvangen maar de computer waar we de kinderen inschrijven was een hel. Zelfs met mijn zonnebril die ik meegenomen heb, helpt het niet tegen de hoofdpijn. Onder lichte dwang van de collega’s dan toch maar naar Dimitri de coördinator gebeld. ‘Ga je naar de dokter?’ vraagt hij.
‘ja’
‘ok, laat iets weten, en verzorg je’ krijg ik te horen. Daar gaan we weer denk ik.
Zoals ik dacht, heb ik een hersenschudding. een week in het donker liggen en rusten. Een week later moet ik terug gaan, want het is niet beter. Blijkbaar heb ik ook een kleine fractuur in de nek, en de hoofdpijn en misselijkheid is nog niet weg.

Na de laatste valpartij, heb ik genoeg van mountainbiken. Ik raak opnieuw niet echt meer op de fiets, wat weer niet goed is voor de weegschaal.

zomer 2021

Af en toe ga ik met Bert deze zomer op de weg fietsen. Maar ik voel me er niet goed bij. Mijn fietskleren zitten redelijk strak op mijn lijf. Wielertoeristen zijn best wel ijdele mensen. Nog niet zo erg als voetballers met de Gucci tassen en moord en brand schreeuwen als ze een schop tegen de schenen krijgen, maar toch.
Een wielertoerist zit slank op de fiets. Elke kilo extra is te veel. Dus ofwel heb je een zeer licht persoon met patatten van kuiten op een Ridley koersfiets, ofwel heb je een zwaarder persoon met bierbuik, een peperdure koersfiets met ingebouwde motor. Dat laatste is wel zeldzaam.
Ik heb geen bierbuik, want ik drink geen bier. Maar ik heb billen en zwembanden, ik kan het al geen love handles meer noemen. Als vrouw voel ik me heel hard bekeken, wat zo ook al is, want de wielersport is nog steeds een mannensport. Maar een vrouw dat wat zwaarder is en fietst, wordt nog meer bekeken. En ja, ik stoor mij daar aan.
Waar ligt het aan? Ik weet het niet.
Ik ga al 3 jaar naar een diëtiste, met wisselend succes. Ik val af, als ik geen koolhydraten eet, 6 dagen van de 7 sport, waarvan 3 dagen heel intens. Dat was in mijn ogen niet vol te houden, want dat is een routine dat alleen lukt als er kabouters in huis zijn die het huishouden doen en eten maken, en nog op mijn vingers tikken als ik al eens zondig.
5 jaar lang heb ik samen met Bert een autoregeling volgehouden. 1 auto voor ons samen. Op maandag, woensdag en vrijdag fietst Bert naar het werk en terug, goed voor 40 kilometer per dag. Ik fiets op dinsdag en donderdag naar het werk, ook voor 40 kilometer per dag omdat ik met gebroken uren werk. Toen ging ik ook nog fitnessen (bij de fitties!) op dinsdag. Maar daar was ineens corona, dus de fitness ging niet meer. Fietsen was moeilijker na 5 jaar, vooral omdat ik niet de middelen heb om me op te frissen op het werk, en Bert en ik hadden het plezier niet meer, dus hebben we dan maar beslist om een 2de auto aan te schaffen.

Hallo kilo’s!

2 auto’s is toch wel op veel opzichten veel gemakkelijker, maar niet goed voor mijn gewicht. Ik heb het gevoel dat ik de strijd aan het verliezen ben, en sinds een aantal maanden zit ik met een drastische oplossing in mijn hoofd.
Wanneer ik in september opnieuw begon aan een mountainbike cursus van mom to mountainbike maar voor gevorderden, werd dat gevoel voor ‘die’ oplossing sterker.
Het was fijn met de dames, maar het verschil bij mij tussen de beginnelingen en gevorderden was wel heel groot. Het tempo was veel sneller, en ik bots deze keer opnieuw op de nadelen van mijn gewicht. Hoe hard ik ook mijn best deed, kon ik maar niet de heuvels op, omdat ik simpelweg te zwaar ben. Halverwege de cursus was ik al helemaal op, omdat ik weeral te zwaar ben. De avonturenberg in Beringen is een marteling, omdat ik simpelweg te zwaar ben.
Tijdens de cursus is er veel gefilmd en gefotografeerd wat heel leuk is, maar ook enorm confronterend voor mij. Dan pas zie ik hoe ik er uit zie op de fiets, en dat vind ik verschrikkelijk.
En nog erger, kinderen zijn heel grof ook voor volwassenen. Meermaals krijg ik de opmerking: ‘juf wat heb je een dikke poep’ of ‘ juf, ik vind je veel te dik. ‘ En humor is de beste remedie om het probleem weg te lachen, maar soms is het gewoon genoeg.
En wanneer ik nog eens voor een derde keer naar de huisarts moet met veel te hoge bloeddruk en medicatie aanpassing trek ik definitief aan de alarmbel en neem ik voor de eerste keer een beslissing dat alleen voor mezelf is. Ik heb een afspraak gemaakt bij dienst obesitaskliniek in het ziekenhuis, met goedkeuring en ondersteuning van Bert en mijn diëtiste.
Ik wil van die kilo’s voor eens en voor altijd af raken, en als dat niet meer lukt op de ‘normale’ manier, zal het chirurgisch moeten.

Ergens heb ik het gevoel dat ik gefaald heb. Maar ik denk dat ik beter nu ingrijp dan dat ik wacht en mezelf helemaal laat gaan. Dat het fietsen nu niet meer aangenaam is voor mij, dat is de druppel en ik kijk uit naar een nieuwe start. De eerste stap is in ieder geval al gezet.

Wordt vervolgd






Verzorg je deel 3

Met Verzorg je deel 2 vertel ik hoe ik een week lang worstel met mezelf en een virus. Hieronder lees je het vervolg.

Stoor ik?

Terug thuis heb ik opnieuw nood aan een warm bad. Ik ga rechtstreeks naar de badkamer en vul het bad met warm water. Het doet me deugd, maar ik ril enorm van de koorts. Na een tijdje kom ik er uit, en ik doe een joggingbroek en trui aan. Ik blijf maar rillen, dus meet ik mijn koorts. Deze keer heb ik 38.8 graden koorts, wat bij mij best hoog is.
Ik neem een dafalgan, en ik kruip terug uitgeput in de zetel. Tv kijken doe ik niet, ik probeer te slapen, maar mijn longen en borstkas doen zoveel pijn dat slapen helemaal niet in zit. Ik kan niet meer en ik begin weer te huilen.
Op dat moment krijg ik telefoon van Dimitri.
Mijn ‘hallo’ klinkt heel zwak.
‘ Stoor ik? ‘ vraag hij.
‘ Euhm… nee, ik kan toch niet slapen ‘
‘ Met de nieuwe corona maatregelen hebben we veel minder kinderen in de opvang. Alleen de kinderen van ouders die niet kunnen thuiswerken mogen gebruik maken van de opvang waardoor we dus niet met zoveel man tegelijk in de opvang aanwezig moeten zijn. Dus ik ben aan het kijken wie ik thuis kan laten, of minder uren kan laten werken, en ik wilde bij jou en bij de anderen eens horen wat jullie voorkeuren zijn. Uren maken, desnoods kindvrije uren, of overuren opgebruiken. Maar ik hoor net van Isabelle dat het niet goed met je gaat?’
‘Niet echt nee.’ zeg ik, en ik doe mijn verhaal, rustig met een zwakke stem en de nodige adempauzes.
‘Heb je dan symptomen?’ Ook hij denkt onmiddellijk aan corona.
‘Ja, hoesten, koorts, keelpijn, borstpijn.’
‘ Dan laat ik je volgende week gewoon thuis, als je beter bent heb je nog een week om te bekomen, en als je nog ziek bent hoef ik je niet te vervangen, en breng je gewoon een ziekenbriefje binnen. Laat je me iets weten als je uw resultaten van de foto’s en de test binnen hebt?’
Ik zeg dat het goed is, en hij eindigt het gesprek met, ‘verzorg je nog’


Ik besluit na dit enorm vermoeiend telefoongesprek om in mijn bed te kruipen, in de hoop dat ik daar wel kan slapen. Na een week kamperen in de zetel vind ik het fijn om in mijn bed te kunnen liggen, maar slapen kan ik niet echt, want ook hier hoest ik enorm veel.
Wanneer Bert en Darya terug thuis zijn van hun werk en school ben ik al terug verhuisd naar de zetel. Ik was niet gerust in mijn bed, want ik had schrik dat ik de controle arts niet zou horen aan de deur. Tot nog toe had ik nog geen controle gehad, dus ik was nog op mijn hoede.
Eten had ik niet gemaakt, heel abnormaal naar mijn doen. Bert heeft dan maar soep uit de diepvriezer gehaald en opgewarmd voor ons allemaal. Een boterham erbij, en we hadden gegeten.
Ondertussen is het bijna 18u, dus ik neem mijn telefoon en bel naar mijn huisarts.
Ik weet al dat mijn tweede test ook negatief is, dus ik hoop dat hij niet weer af komt met “een ander virusje” want dan sleur ik hem door de telefoon.
‘ Een momentje’ zegt hij.
Ik hoor hem tokkelen op zijn pc.
Na een paar geklik met de muis komt het verdikt.
‘Lichte fluimvorming in de linker long, en zware fluimen in de rechterlong. Het is een bronchitis.’
Kan je om 19u15 naar hier komen? dan schrijf ik je medicatie voor.
‘ja, tuurlijk.’ zeg ik.
‘tot straks dan.’
Eindelijk weet ik iets. Eindelijk krijg ik niet meer te horen, “een virusje”

Een uurtje later zit ik in zijn praktijk. Bert wacht buiten in de auto, en zoekt een dichtbij zijnde apotheker.
‘Ok; ja het is een goeie bronchitis’ zegt de dokter wanneer hij de foto’s nog eens bekijkt.
‘ Heb je nog van die tabletten voor de fluimen gemakkelijker op te hoesten in huis? ‘
‘ nee.’ antwoord ik kort.
‘ Nee?, ok dan schrijf ik dat voor. Antibiotica zal ik ook voorschrijven, je loopt er al veel te lang mee.’ pffff, neem ik niet graag in, maar wat moet moet.
‘ Heb je een puffer in huis? ‘
Ik kijk hem vragend aan, ‘euh, nee denk ik.’
Ik heb in het verleden nog al eens problemen gehad met mijn luchtwegen, een ambetant gevolg door een laag immuunsysteem dankzij medicatie voor crohn. Maar puffen heb ik al een aantal jaar niet meer moeten doen.
Hij kijkt nog eens op zijn pc, en gaat de lijst nog eens af.
‘ Ok, dat moet voldoende zijn. Hoe lang loopt uw ziekenbriefje nog? ‘
‘ Nog tot zondag. ‘ antwoord ik.
‘ Maar het zal dan toch wel beter zijn.’ kijk ik naar hem in de hoop dat hij ja zegt.
‘ Als het niet beter is, wil ik u maandag terug zien.’ zegt hij met grote ogen. ‘ Normaal moet je deze avond al wat verschil voelen, dus begin al maar direct met de medicatie in te nemen als je van de apotheker komt.
een kwartier later kom ik terug buiten van de dokter, met een hoop voorschriften in mijn handen.
Omdat ik te ziek ben om een apotheker binnen te wandelen, en helemaal uitgeput ben gaat Bert in mijn plaats binnen.

Heel veel pilletjes

Ondertussen kijk ik op mijn gsm en zie ik dat ik een berichtje heb van mijn bestie collega. Isabelle is een toppertje. Ze is onze ancien zoals we dat noemen, de collega die al het langst in dezelfde opvang werkt. Zij kent de werking door en door, waardoor dat we al wat sneller aan haar iets vragen hoe het weer in elkaar steekt, ze kent alle juffen van de school bij naam, en heeft met redelijk wat ouders goed contact. En dan zwijg ik nog over de kinderen. Isabelle wordt gewoon op handen gedragen door onze jeugd. Boekt is niks zonder Isabelle, maar ze is vooral ook soms mijn steun en toeverlaat, zeker als ik het moeilijk heb zoals de voorbije week. We hebben al veel ge WhatsApp’t de voorbije dagen.
Heyla, heb je al meer nieuws? groetjes je bezorgde collega…’ schrijft ze.
Ik heb een bronchitis. Bert is juist de apotheek binnen.’
ok, hopelijk nu snel beter. ik heb volgende week verlof gekregen, wel met een dubbel gevoel, maar het zal me toch wel deugd doen denk ik. ‘
Gij verdient dat. ‘ schrijf ik terug wanneer Bert terug in de auto stapt.

Wanneer we eindelijk terug thuis zijn kruip ik terug in mijn zetel. Ik heb al gepuft in de auto, met de nodige uitleg van Bert.
Ik heb daarna nog een tijdje ge WhatsApp ’t met Isabelle, met een thee in mijn hand. Nu ben ik weer wat lockdown weetjes rijker. Ik ben behoorlijk van de ‘echte’ wereld weg geweest. Ik had al een paar dagen geen nieuws meer gehoord, maar na de telefoon van Dimitri deze namiddag heb ik toch maar eens het nieuws opgevraagd.
Volgende week gaat België dus terug in lockdown. De kinderen mogen niet naar school in de week voor de paasvakantie, en natuurlijk ook niet in de paasvakantie. Ze hebben 3 weken verlof. In de opvang wilt dat zeggen dat enkel de kinderen waarvan de beide ouders moeten werken en het kunnen bewijzen, naar de opvang mogen komen. Aangezien we veel kinderen van leerkrachten en winkelbedienden hebben, verwachten ze in onze opvang geen stormloop. Darya is ook thuis vanaf maandag, wat niet slecht is denk ik, want ik hoor haar ineens naast mij hoesten.
Mijn hoest is nog zwaar en regelmatig, maar ik heb de indruk dat ik terug wat adem krijg, zonder veel hoestbuien. Mijn antibiotica voor vandaag heb ik ook al ingenomen, de bruistabletten wacht ik tot morgen, anders hoest ik de hele nacht mijn fluimen op.
Al snel val ik in slaap, en tot mijn verbazing slaap ik eindelijk al liggend de hele nacht door.
De volgende ochtend voel ik me al wat opgewekter. Ik ben nog zwak, maar de nacht rust heeft wonderen gedaan. Ik had aan Dimitri beloofd dat ik iets liet weten als ik de uitslag van de dokter en de coronatest had, maar omdat het zo laat was gisteren heb ik dat niet meer gedaan.
Dus ik stuur vandaag een sms.
Mijn 2de coronatest is ook negatief, ik heb een zware bronchitis.’
Ping: ‘ok. Ik heb je volgende week voorlopig niet opgezet. verzorg je, gr Dimitri.’

Het hele weekend is het met mij beter. Ik ben nog snel moe, en kortademig maar de koorts blijft weg, en ik slaap veel beter. De fluimen komen ook eindelijk los, tot ergernis van Darya want ze vindt dat rochelen maar vies.
Zij hoest wel veel feller, en ik hoor haar zelfs ’s nachts hoesten.
Ik twijfel maandag dus geen seconde en maak opnieuw een afspraak bij de dokter, maar dan voor haar.
Wanneer we binnen komen wordt de dokter wit als hij mij ziet.
‘Nog altijd niet beter?!’ zegt hij licht paniekerig.
‘jawel! veel beter’ zeg ik als we binnen komen.
‘ Maar ik ben nog heel zwak en kortademig. Maar ons Darya is nu aan het hoesten.’
‘ Dan zullen we eens luisteren’ zegt hij.
Onze huisarts is fantastisch met kinderen. Hij gebruikt graag humor zodat de onderzoeken voor hun niet zo erg is.
‘Klim er maar op.’ zegt hij.
Darya is motorisch niet vlot, en op een onderzoekstafel klimmen is voor haar nadenken hoe ze dat moet doen, en dan maar proberen. De dokter heeft de tafel ook niet naar beneden gedaan, dus is de opdracht moeilijk uit te voeren. Als snel hangt ze met 1 been erop, maar de rest wilt niet.
‘allez, ik zal eens een zetje geven, en hij trekt aan haar broek omhoog waardoor ze er bijna op getild wordt. nu ligt ze er met haar buik op de tafel.
‘ Ja, maar ik moet naar uw longen luisteren eh, dat gaat zo niet.’ zegt hij.
Darya moet er dan altijd mee lachen, en ze draait zich om.
Na goed luisteren naar de longen, met wedstrijdje om het hardst inademen mag ze terug van tafel.
‘ Ja, het was te denken. Ook wat geruis op de longen, ik ga geen risico nemen.’
Hij schrijft voor ons Darya ook antibiotica voor, en een verlenging van mijn ziekenbriefje.
Ziekenbriefje voor school moet niet, want Darya zit toch 3 weken in lockdown.

2 zieken in huis, en Bert werken. We genieten samen van de rust, en we kijken veel tv. Het doet ons wel heel veel deugd, en de antibiotica doet goed zijn werk.
een paar dagen later krijg ik een controle arts voor mijn deur. Ik doe het verhaal, nog steeds kortademig en een hese stem dat ik over gehouden heb van dat veel hoesten. De man is snel terug op de baan.

1 virus heeft mij enorm klein gekregen. Ik was een tijdje geleden zo euforisch omdat het sporten weer beter ging, nu kan ik weer helemaal opnieuw beginnen.
Ik mag blij zijn dat het maar een bronchitis was, ik mag er niet aan denken hoe ik er aan toe zou zijn moest het corona geweest zijn. Voor mij was dit een wake up call om extra voorzichtig te zijn. Mijn mondmasker hou ik toch nog op tot ik gevaccineerd ben.

Een paar weken later ben ik goed genezen, en al terug aan het werk. Het mooi zonnig weer wanneer ik ziek was, is weer omgeslagen naar winterprikken, en daarna naar regen. De lockdown heeft min of meer geholpen, de coronacijfers beginnen weer te zakken, en vooral de gevaccineerden stijgen pijlsnel.
Ik geraak niet meer aan sporten, en zit in een dipje, tot Bert een artikel op facebook vindt.
Maar dat is een ander verhaal.

Einde


Verzorg je… deel 2

Hartelijk bedankt voor de massale positieve reacties op mijn vorige blog ‘Verzorg je.’ Het geeft me energie om verder te doen met dit project. In mijn vorige blog heb ik vertelt over mijn fysieke en mentale achteruitgang dankzij een bepaald virus. Vandaag vertel ik verder, want zoals jullie ondertussen wel weten schrijf ik graag met een open einde. En ik maak mijn verhalen niet graag lang, omdat ik weet dat korte verhalen voor velen aangenamer lezen is. Veel plezier met Verzorg je deel 2, ik hoor graag naar jullie reacties. Kleine tip, lees eerst de vorige blog voor je aan deze begint.

Eind maart 2021

Hier lig ik dan, in het midden van een corona crisis, doodop en ziek. Bert is juist thuis, ik heb hem van zijn werk moeten bellen omdat ik verdachte symptomen heb, en Darya is ook van school gehaald om dezelfde reden.
Ik geraak niet uit mijn zetel, en ik moet wachten op mijn covid resultaat, maar Darya is natuurlijk redelijk energiek en Bert nog veel meer.
Hij beslist dan ook om de gang die we aan het verbouwen waren (een meerjarenplan, misschien mijn schuld, want ik verf niet graag) verder af te werken. Het enige dat nog moet gebeuren zijn plinten zetten.
‘Oh ja, doe dat maar’ zeg ik, waar ik een kwartier later al spijt van kreeg.
het materiaal halen van zijn werk kot achter het huis naar de gang is nogal lawaaierig. De plinten moeten op maat gezaagd worden, dat doet hij ook achter het huis, met de deur open. Hij komt binnen met de plinten door de woonkamer, om dan zo naar de gang te gaan, ook deur open. Ik bibber al van koorts, de trek van buiten kan ik missen als kiespijn. Opdracht voor Darya, de deur achter papa zijn achterwerk dicht doen. de eerste keren doet ze dat zonder morren, maar na de 3de keer is er al een zucht bij, en na de 10de keer wordt de zucht alsmaar luider, maar toch doet ze de deur telkens voor mij weer dicht.
Vanaf het moment dat ik in slaap begin te vallen is er natuurlijk nog geklop van de hamer bij, letterlijk.
Tegen de late namiddag is hij eindelijk klaar, en ons mama is terug van de winkel met een winkelvoorraad voor de hele week. Een kleine voorzorg als we in quarantaine moeten. Ze legt alles netjes aan de voordeur, en wanneer ze terug naar de auto stapt, zwaai ik aan het raam om te bedanken. Het maakt niet uit hoe oud je bent, maar vroeg of laat is er altijd wel een momentje dat je je mama nog eens nodig hebt. Ik ben enorm dankbaar dat ik die momenten nog kan koesteren.
Als Bert terug in de living is en de boodschappen uitpakt stel ik voor om morgen een rustiger bezigheid te zoeken. Zo een dag als vandaag kan ik maar één keer aan. Hij stelt voor om het huis eens te poetsen, en ik ga onmiddellijk akkoord.

Een hoestsiroopje

De volgende dag lig ik opnieuw in de zetel met Spike aan mijn voeten nog doodop van een hele nacht hoesten. Koorts is gelukkig weer gezakt, maar ik voel me nog zo slap als een vod, en mijn longen doen precies pijn.
Bert zijn activiteiten zijn inderdaad wat stiller, Darya heeft de spotify ontdekt en is naar boven in haar kamer aan het zingen en dansen op haar muziek. Ik geniet van de rust en slaap in stukjes, of als ik wakker ben kijk in naar de corona alert app waar ik normaal mijn test resultaten op krijg. Ondertussen krijg ik berichten van de leerkrachten van de wijkschool en van mijn collega’s van de opvang. De ondersteunende berichtjes doen me enorm deugd. Het is al bijna middag wanneer ik voor de zevende keer nog eens kijk en zie dat de resultaten binnen zijn. Tot mijn grote opluchting is het toch geen corona. Bert en Darya natuurlijk ook blij, en Bert beslist om dan maar de fiets te nemen met Darya en een bezoekje te brengen aan oma in Koersel. Voor mij allemaal goed, huis en rust terug voor mij. Ik bel ook naar mijn huisarts om te vragen wat ik het best kan doen dan om van die hoest af te geraken, en wat ik dan zou hebben.
‘ Een ander virus eh’ zegt hij.
‘ Er zijn nog altijd nog andere virussen in de lucht, maar dat vergeten we de laatste tijd precies. uitzieken voor de rest van de week, en neem maar een hoestsiroopje voor de hoest.’
mja, ok dan. Uitzieken dus, en veel rusten. Iets wat ik al de hele tijd al gedaan heb.
Naar Bert gebeld, en opdracht gegeven om bij de apotheek een goeie hoestsiroop te gaan halen, en ondertussen slaap ik weer in stukken en brokken, met Spike aan mijn voeten. Iedereen terug gebeld of berichtjes gestuurd met het goede nieuws, mijn moeder is dezelfde dag nog op bezoek gekomen, van Dimitri kreeg ik een antwoord op mijn bericht, “ok, verzorg je nog” zijn standaard zin dat ik de komende dagen nog veel krijg.

De volgende dag voelde ik me helemaal niet beter. Ik heb opnieuw een rusteloze nacht gehad met heel veel gehoest, mijn longen doen er pijn van, mijn ademhaling is kort. De hoestsiroop dat ik moest nemen van mijn huisarts is al redelijk goed gebruikt, maar ik voel geen verschil. Tegen de avond ben ik helemaal een wrak, ik besluit een warm bad te nemen, ik heb de indruk dat de warme dampen me goed doen, en ik val daarna in de zetel terug in slaap.
Jammer genoeg is het van korte duur. De hoestbuien zijn veel feller, alles doet pijn, vooral mijn longen, ik begin te piepen als ik adem. Ik kan niet meer liggen, want dan moet ik hoesten, dus ik probeer te slapen rechtop zittend. De hoestsiroop heb ik zelfs al bijna half leeg, en helpt helemaal niet. Ik maak opnieuw een afspraak bij mijn huisarts de volgende ochtend.
Darya gaat met een klein hartje naar school, ze heeft denk ik nog nooit meegemaakt dat haar mama zo ziek is. Ze mag me geen knuffel geven of een kus van mij, want ik ben niet echt gerust. Ik wil haar niet besmetten.

Ben je zo ziek?

Wanneer ik bij mijn huisarts aankom, ben ik volledig buiten adem. ik strompel binnen in zijn praktijk, ik ben best emotioneel. Het wordt allemaal een beetje te veel.
‘zeg het eens’ zegt hij.
‘ Ik kan niet meer ‘ antwoord ik.
‘ Is het nog niet beter? ‘
‘ Nee, helemaal niet. Ik hoest dag en nacht, ik slaap niet, alleen rechtop zittend, ik voel me ziek. ‘
‘ Dan kan je beter naar spoed gaan.’ zegt hij, maar hij bedenkt zich.
‘ Die test was niet juist. Ik ga je toch nog eerst opnieuw testen.’
opnieuw een stok in mijn neus, kleenex voor de tranen. Hij luistert naar mijn longen, die klinken niet zuiver maar ook niet zo erg, koorts heb ik voor het moment weer niet. Ik begin te twijfelen aan mezelf, en voel me eventjes een flauwe trees.
Ik ga van de onderzoekstafel af en strompel naar de stoel voor zijn bureau. Hij kijkt me aan, ik zit daar lijkbleek, doodop, snakkend naar adem.
‘ Ik ga je naar het medisch centrum in Beringen sturen. Je gaat naar beeldvorming, en je laat foto’s maken van uw longen. ‘
Hij krabbelt de instructies op een papier voor daar af te geven.
‘Ga maar onmiddellijk door van hieruit, en bel deze avond naar mij voor de uitslag van de foto’s. Als het geen corona is, dan is het denk ik een longontsteking.’
Ik ga terug naar buiten en stap in de auto. Wat moet ik doen? naar het medisch centrum, ik heb het papier in mijn hand. Moet ik iemand verwittigen? Niemand is thuis. Bert is sinds gisteren terug aan het werk, mijn ouders zijn ook allebei aan het werken, en mijn briefje loopt tot eind van de week. Nee, wacht ik moet het werk wel verwittigen, dat ik misschien toch corona heb. Ik stuur snel een whatsapp naar de collega’s, en ik besluit nog eventjes te wachten om de dienst te verwittigen.
Ik start mijn auto en rijd naar het medisch centrum. Gelukkig is het niet ver, maar het autorijden is moeilijk. Ik ben heel slap, en ik word emotioneel. onderweg hoor ik mijn gsm plimpen, maar ik kijk niet. Ik heb mijn concentratie nodig.
Eens binnen in het centrum meldt ik me aan en ga ik naar medische beeldvorming. Ik heb mijn mondmasker niet meer uit gedaan vanaf het moment dat ik vertrokken ben thuis, dus ik ben helemaal buiten adem en ik bibber wanneer ik mijn briefje van de dokter aan de medische secretaresse heb gegeven.
Ze kijkt me aan en vraagt: ‘heeft u een afspraak?’
‘ Nee, mijn huisarts heeft me onmiddellijk door gestuurd’ zeg ik.
de secretaresse zucht.
‘ Met de huidige maatregelen moet u een afspraak maken. U mag niet meer zomaar naar hier komen, dat had uw huisarts moeten weten.’
Ik word rood achter mijn mondmasker.
‘ Dat wist ik niet, en ik denk ook niet dat mijn huisarts dat weet. Ik heb alleen gedaan wat hij me gezegd heeft.’
‘ Ja, dan weet u dat in de toekomst. Ga maar zitten mevrouw, mijn collega komt u zo dadelijk roepen, maar dat kan nog eventjes duren.’ klantvriendelijk is ver te zoeken.
Ik ga zitten op een stoel dat vrij is, met voldoende afstand van de andere mensen die er zitten.
Ik neem mijn gsm, en de collega’s hebben al gereageerd. In tijden van nood kan ik op hen rekenen, en ik ben hun daar enorm dankbaar voor. Ze troosten me, hebben medeleven, en ik begin natuurlijk te janken puur van wanhoop en emoties. Ik voel me weeral een flauwe trees. Daar zit ik dan in de wachtzaal op mijn tanden te bijten om mijn tranen te bedwingen, en vooral niet te hoesten.
Plots krijg ik het heel koud, ik voel me koortsig. Nu wanneer ik niet bij de dokter ben krijg ik weeral koorts. Ik denk dat mijn lichaam de koortsthermometer van mijn huisarts niet vertrouwt.
Gelukkig moet ik niet lang wachten in het centrum, ik ben na een kwartier al aan de beurt.
De verpleegster stuurt me naar een hokje, en ik moet mijn trui, T-shirt, en BH uit doen. Wanneer ik wacht op de verpleegster die me zegt hoe ik moet staan, sta ik te bibberen over heel mijn lijf. Ik moet met mijn armen omhoog tegen de koude plaat staan. Blijkbaar sta ik nog niet goed, de verpleegster zet me goed met mijn borstkas zo goed mogelijk tegen de plaat.
‘ amai u gloeit!’ zegt ze.
‘ gaat het mevrouw? bent u niet goed? ‘
‘nee’, zeg ik heel hard op mijn tanden bijtend.
‘ Dan gaan we snel doordoen, dan kan u uw kleren terug aandoen.’
Ik ga hier helemaal mee akkoord, want ik wil nu niks liever als in mijn bed kruipen.
Als de foto’s zijn genomen mag ik me terug omkleden. In de achtergrond hoor ik een paar verplegers binnenkomen met een paar bussen alcoholspray en spuiten ze het hele toestel waar ik net gestaan had nat met ontsmettingsmiddel.
De verpleegster die me net geholpen heeft komt naar me toe.
‘ Normaal zijn de foto’s al over een uur naar uw huisarts verstuurd, dan zal u de uitslag wel snel weten. Heeft u al een covid test gedaan?’ vraagt ze.
‘ Ja, al 2 keer ‘ zeg ik.
‘De eerste was negatief. Ik heb een half uur geleden een 2de test gedaan.’
‘ Het kan natuurlijk ook iets anders zijn, er zijn nog andere virussen in de lucht.’
Dat heb ik nog al gehoord, en ik draai met mijn ogen in mijn hoofd.
Hoe ik naar huis ben gereden weet ik niet zo goed meer. Mijn hoofd tolt, ik ben heel emotioneel, en ik laat de tranen de vrije loop.
Maar de rest van het verhaal vertel ik een volgende keer.

Wordt vervolgd




Foto door Polina Tankilevitch op Pexels.com

Verzorg je

Maart 2021

Met de prille lentezon in februari was ik goed gestart om terug te sporten. (zie vorige blog: Nee, niet boos maar wordt beter)
In maart wil ik de trend voortzetten, want het wielerseizoen komt eraan. In clubverband ging wel niet, maar ooit is lockdown 4.5 gedaan, en dan zien we iedereen weer in levende lijve terug, want niets is leuker dan fietsen met mensen die dezelfde passie delen.
Maar nu moeten we het nog met ons tweetjes doen, en als koppel is dit natuurlijk ook wel fijn. Ons momentje zonder kind, gewoon samen. Een ander koppel gaat eten, of doet een cinema, wij ploeteren in de modder. Ieder zijn ding zeker?
Maar sinds kort voel ik een druk in mijn hoofd. Het is moeilijk te beschrijven, het is precies alsof er een zware last op mijn schouders rust, mijn hartslag is heel hoog, en ik heb hoofdpijn dat ik voel tot aan mijn tanden. Het komt en gaat ook snel, wanneer ik me opjaag.
Ik weet dat het mijn bloeddruk is dat te hoog is, Ik neem er al medicatie voor. En wanneer ik voor het werk naar het jaarlijks medisch onderzoek moet, verschiet ik ook niet dat de verpleegster zegt dat mijn bloeddruk te hoog is.
” Moet je nog naar uw huisarts de komende dagen?” vraagt ze vriendelijk aan mij.
” ja, ik geloof van wel” zeg ik.
” goed, want uw bloeddruk is toch vrij hoog. Maar ja, mogelijk hebt u zich opgejaagd deze ochtend?”
Of ik mij opgejaagd heb, dat is een goeie. Ik heb al een ochtendshift opzitten, er was ruzie in de ruimte waar ik stond, en ik heb nogal brandjes moeten blussen. onderweg naar school waren de pré pubers nog bezig met de discussies waar ze jaren later over zullen lachen met hoe banaal was dat, en ik heel blij dat ze eindelijk op school zijn. Terug naar de opvang, spullen genomen en dan onderweg naar het gemeentehuis, waar het medisch onderzoek werd gehouden. Voor mij de eerste keer in dit gebouw, dus nog de weg moeten vragen om het lokaal te vinden dat natuurlijk in de kelder moet zijn. Eens daar, moest ik op mijn beurt wachten, met mondmasker aan, focussen op mijn ademhaling en hartslag dat nogal snel was. Dus niet moeilijk dacht ik dat mijn bloeddruk te hoog was.
“Niet meer dan anders” is mijn antwoord naar de verpleegster.
De tijd om naar de dokter te gaan heb ik niet, dus ik stel uit. Ik neem braaf mijn medicatie en denk dat het wel zal beteren. Een week later is het dus nog erger.
Ik krijg mijn hartslag niet meer onder controle, de druk in mijn hoofd is erger. Ik ga met Bert na mijn ochtendshift een wandeling maken met de hond, in de hoop rust in mijn hoofd te vinden. Dat was dus geen goed idee.
Onderweg begon ik te duizelen, mijn hartslag was heel hoog. Het was zo fel, dat ik elke pas begon te tellen en te focussen op mijn ademhaling. Babbelen ging niet meer, en Bert had het door dat dit best wel serieus is.
eenmaal thuis plof ik me in de zetel draaiend. Ik kijk naar de klok en besef dat ik binnen het half uur terug in orde moet zijn om de middagshift te doen in het wijkschooltje. Bert trekt aan de alarmbel en zegt dat ik zo niet kan gaan werken. Ik neem mijn gsm, maak een afspraak bij de dokter, om mijn bloeddruk te controleren, want ik heb daar geen meter voor, en wijkschool afzeggen.
een kwartier later ben ik al bij de dokter. Ik kom bij mijn huisarts al van kindsbeen af, hij kent mij dan ook door en door, en zag onmiddelijk dat er iets was.
‘zeg het eens.’ Is zijn basis zin dat hij altijd zegt als ik binnen kom.
Hij neemt zijn bloeddrukmeter en ik ga op de onderzoekstafel zitten, ondertussen paniekerig aframmelend wat ik allemaal voel.
‘ we zullen eens kijken.’ zegt hij op een toon, van het komt wel goed, zo erg zal het wel niet zijn.
met wat pompen en een gevoel alsof hij mijn arm aan het afbinden is, hoor ik ineens een ‘oei’ en een ‘hola!’
‘ wat hebt gij uitgespookt?’ zegt hij er dan nog bij.
Gewoon, geleefd? weet ik veel…
Het verdikt: een bloeddruk van 18/10. Veel te hoog dus.
Mijn medicatie is te licht, en moet aangepast worden. ‘ Rustig aan doen, stress vermijden en volgende week terug komen om te kijken of dat de bloeddruk zakt.’
Mijn huisarts is toch altijd veel van zeggen. Maar ik luister en ik neem me aan om een uurtje te rusten om dan de namiddag shift te doen…. niet dus.
De dokter schrijft een afwezigheidsbriefje voor, 2 dagen thuis.
Terug thuis plof ik in de zetel, mijn verhaal aan Bert gedaan, en mijn telefoon genomen, want ik moet nog naar Dimitri, mijn coördinator bellen. Het is donderdag, dus de drukste dag van de hele week. Ik moet vertellen dat ik niet kan komen werken, en mijn collega’s met een persoon minder zullen zijn binnen een paar uurtjes. Een telefoontje dat ik echt niet graag doe.
Ik moet zeggen, ik heb een fantastische coördinator. Hij luistert, lost problemen op, en blijft in alle omstandigheden altijd kalm. Dat laatste is een eigenschap dat ik niet heb, dus ik bewonder hem daarvoor.
Aan de telefoon leg ik uit wat er is gebeurt, en dan zeg ik dat ik vandaag en morgen niet kan komen werken.
‘ Ja, ok, ja goed…nee eigenlijk is dat niet goed, maar daar kan je niks aan doen….allez verzorg je.’ is zijn antwoord.
wanneer ik afleg voel ik me nog schuldiger. Ik ken hem goed genoeg om te weten dat hij nu eventjes de controle verliest. Ik weet ook dat hij zich snel kan herpakken, maar toch voel ik me schuldig. (niet zo best voor de bloeddruk)
Een uurtje later gaat Bert darya halen van school, ik lig in de zetel en eindelijk val ik van de vermoeidheid en emoties als een blok in slaap.
Wanneer ik na een tijdje wakker wordt, heb ik last van keelpijn.

De volgende dag, voelt mijn lichaam aan alsof ik een marathon gelopen heb. Ik ben overal stijf, ik ben nog draaierig en ik heb hoofdpijn een keelpijn. Mijn hartslag is rustiger, waardoor dat ik zelf ook minder gejaagd ben. Maar deze nacht ben ik begonnen met hoesten, en voel ik me ziek.
onmiddellijk denk ik aan corona, maar ik heb nog smaak in het eten, dus ben ik al wat geruster. Toch houd ik afstand van mijn gezin, en rust en slaap ik in de zetel, het hele weekend. Nu is Bert echt ongerust, want dat is echt wel niet mijn gewoonte. Zondag is Bert voor de eerste keer terug mee met de mannen van Zelem Cycling gaan fietsen. (ondertussen is de lockdown een heel klein beetje versoepelt) En is het een mooie dag, en zie ik vanuit mijn raam heel veel groepen wielertoeristen voorbij fietsen. Wat ben ik jaloers. Ik heb veel zin om een verbodsbord te zetten op de straat, zodat de wielertoeristen niet meer voorbij ons huis kunnen fietsen. Maar dat kost te veel energie, dat ik voor het moment niet heb, en ik blijf liggen in de zetel met mijn hond aan mij voeten, mij troosten, bezorgd kijken, en af en toe een natte snuit tegen mijn neus of een klein lekje als ik slaap.
Onze hond Spike is een echte baas volger. Als Bert naar buiten gaat, gaat hij mee, al is het alleen om eten aan de kippen te geven, wilt meneer ook naar buiten. Als Bert aan zijn fietsen aan het werken is, is Spike ook bij hem, nieuwsgierig kijken wat zijn baas aan het doen is. Als het tijd is voor zijn eten, vraagt hij eten aan Bert, niet aan mij. Maar nu dat de bazin ziek is, blijft meneer binnen, bij mij. Zijn baas kan gestolen worden, ik heb eerste prioriteit.
Spike is een Dalmatiër, niet alleen van looks, maar ook van karakter. Hij is een deugniet, kan kattekwaad uithangen, maar hij heeft een hart van goud. Als iemand buiten ons gezin vraagt of hij mag aaien, raad ik dat af. Hij kan raar uit de hoek komen, en is enorm beschermd om zijn gezin. Wij dus. Niemand mag zijn gezin aanraken, want dan zou hij aanvallen. En als iemand van ons zich niet goed voelt, moet hij ons beschermen, en troosten. Spike heeft me al veel ‘getroost’ in zijn leven, maar omgekeerd heb ik ook al veel moeten grommelen tegen hem. toch zou ik hem nooit voor geen geld ter wereld willen inruilen voor een andere hond. (maar nu dwaal ik af)

Dus het hele weekend was ik ziek. Koorts heb ik niet gehad, gelukkig, en ik dacht een een soort van griep, maar dat zou niet kunnen, want ik heb een griepspuitje gehaald dit jaar.
Maandag ochtend was het hoesten nog feller, de keelpijn gelukkig minder. De sneltesten voor corona was nog niet te verkrijgen bij de apotheker, dus afspraak bij de dokter.
Maar eerst nog eens bellen naar het werk. Wij hebben een apart telefoonnummer om iemand van het coördinatieteam te bereiken in gevallen van nood. Ziek zijn, en niet kunnen gaan werken wordt gezien als in geval van nood.
Deze keer heb ik iemand anders aan de lijn, en het gesprek is wat zakelijker. Ik ben ziek, hoesten, kan niet komen, dokter, coronatest, laat daarna weer iets weten. ‘ok’ is het antwoord, en ‘verzorg je’
Darya is naar school, Bert is werken, en ik rijd alleen naar de dokter.
Ik moet eventjes wachten in de wachtzaal, blijkbaar is het druk ,maar elke minuut wachten voelt als teveel.
Ondertussen gaan er allerlei scenario’s door mijn hoofd. Wat als ik corona heb? Ben ik in contact geweest met iemand? Zou er nog iemand ziek zijn waar ik contact mee heb gehad? Plots denk ik aan iemand. Ik heb woensdag een kindje bij mij gehad die fel hoestte, en zelfs lichtjes koorts had. De paniek in mij neemt weer de bovenhand.
‘ Niet beter?’ vraagt de dokter.
‘Nee, ik voel me ziek’ zeg ik. Ik leg alle symptomen uit.
‘ Dan doen we een corona test.’ zegt hij. Wanneer hij zijn iets meer beschermend materiaal aan doet grommelt hij.
‘Het stopt maar niet, al zo veel zieken gehad, wanneer zal het toch eens voorbij zijn?’ Ik denk dat mijn huisarts een beetje aan het eind van zijn latijn zit. Blijkbaar zijn er redelijk wat besmettingen bij ons in de buurt, en is het druk in zijn praktijk.
Voor mij is dit de eerste keer dat ik een corona test onderga, en ik vind dat dus niet aangenaam, maar gaat wel snel.
Die stok in mijn neus lijkt wel eindeloos, maar vanaf het moment dat ik vind dat het niet meer te houden is, is het al gedaan en kan die stok terug uit mijn neus. Mijn huisarts heeft dit blijkbaar al dikwijls moeten doen, want hij geeft me onmiddellijk een doosje kleenex zakdoekjes zodat ik mijn tranen kan vegen. ‘Dat is een goed teken’ zegt hij. ‘Dan is de test goed gedaan. Doe uw trui nu maar omhoog’ Hij luistert naar mijn longen, en er is wat geruis op, maar niet zo fel zegt hij, en koorts heb ik niet. De symptomen vallen nogal mee, hopelijk is de coronatest negatief, maar dat weet ik pas morgen.
Opnieuw schrijft hij een ziekenbriefje, deze keer voor de hele week. ‘geen risico’s nemen’ zegt hij, hij weet welke job ik doe, en ziek gaan werken bij kindjes is niet aan te raden.
‘wat moet ik doen met Bert en Darya?’ vraag ik, die zijn namelijk gaan werken en naar school.
‘ Laat ze maar terug naar huis komen, tot je de uitslag weet. Beter voorkomen dan genezen zegt hij.’
Terug thuis bel ik onmiddellijk naar Bert zijn werk. Ik leg de situatie uit, en de secretaresse klinkt lichtjes in paniek. Ik zeg nogmaals dat ik nog niet weet of ik corona heb, maar dat we zeker moeten spelen. 5 minuten later heb ik Bert zelf aan de lijn, hij zegt: ‘ok, ik zal ons Darya van school halen.’
Dan bel ik terug naar het werk, deze keer heb ik terug Dimitri aan de lijn. Opnieuw blijft hij kalm, en vraagt of ik symptomen heb, ik heb een hoestbui ondertussen, dus ik denk wel dat hij het gehoord heeft. Ik beloof dat ik de uitslag nog doorbel naar hem als ik ze heb, en zeg dat ik een briefje heb voor de rest van de week.
‘Een hele week?! amai, ben je dan zo ziek?’
Ik slaap al een heel weekend in de zetel, ik stop niet met hoesten, mijn longen doen pijn. ‘Ja, ik ben nogal ziek’ zeg ik kort. ‘ok, verzorg je’ zegt hij nog.
zucht…mannnen, denk ik.

Ik lig terug in de zetel, en ik probeer te slapen, want ik ben weer doodop. Nog eventjes is alles stil, en mijn gedachten malen in mijn hoofd. Ik voel me een besmette, zoals een melaatse een paar eeuwen geleden, waar iedereen ook in paniek was als iemand besmet was in hun buurt, en verbannen werd naar Moloka’i, of zoals de Spaanse griep op het einde van de eerste wereldoorlog, dat geen onderscheid maakte tussen arm en rijk. Ik hoop dat ik geen corona heb, want dan heb ik een hele opvang besmet, ondanks onze wanhopige pogingen om de ruimtes te verluchten, en bubbels maken, en een wijkschool, waar toen ik voor het laatst werkte veel zieke kindjes was met heel veel snottebelletjes.
Stilletjes val ik in slaap, met tranen in mijn ogen. Ik voel me enorm machteloos, en ik ben toch wel bang. Afwachten tot morgen, tot ik de uitslag van mijn test heb.

wordt vervolgd



Foto door cottonbro op Pexels.com

Nee niet boos, maar wordt beter

‘Ben je boos?’
‘ Nee ik ben niet boos.’ zegt Bert ernstig tegen mij na een fietstocht onder ons.
‘ Maar ben je tevreden over jezelf?’
Of ik tevreden ben. Ik heb onderweg alles gegeven wat ik had, mijn hartslag is altijd hoog geweest, en ik kon niet in zijn wiel blijven. Natuurlijk ben ik niet tevreden. Ik ben kwaad op mezelf, en ik zoek nog altijd een reden voor mijn “slechte” prestatie.

een paar uur eerder:
Bert en ik maken ons klaar om te gaan fietsen. Zoals elke zondag is Bert al actief in de weer om zijn spullen te pakken, de fietsen uit de garage te halen, banden nakijken, en drinkbussen vullen, ook die van mij. Ik ben trager om op gang te geraken. Ik ontbijt, ga naar het toilet, zoek mijn helm, schoenen en de juiste handschoenen. Ik zoek het weerbericht om te zien of ik warme kleren moet aandoen, of een regenjas moet meenemen, ga nog eens naar het toilet, begin mijn rijkleren aan te doen, en doe mijn schoenen aan. Bert is meestal al klaar, en zit te wachten aan tafel. Mij opjagen? werkt niet, ik wordt er ambetant van, maar ik ga niet rapper.
Als laatste doe ik mijn handschoenen aan, een buff over mijn hoofd voor rond mijn nek, en mijn helm aan. Nu weet Bert dat ik klaar ben, en staat recht. Wanneer hij de deur opendoet kijkt hij nog achteruit maar ziet mij niet staan. Ik heb ondertussen in een recordtempo alles weer moeten uit doen om naar de wc te gaan. Ik roep dan nog snel…SORRY! Soms hoor ik Bert nog zuchten wanneer hij naar buiten gaat.
5 minuten later ben ik terug daar, haastig mijn helm terug op mijn hoofd en mijn handschoenen nog in mijn hand. Opnieuw doe ik ze aan en ik neem mijn fiets. Bert is al met zijn fiets rondjes aan het draaien op het gras. Nu zucht ik, ongeduldige thomas.
Vandaag staat op de planning, een rit met de koersfiets. Een duurtraining in en rond Beringen, met kleine heimelijke klimmetjes en bochtenwerk. een vaste tocht van 30 kilometer dat we 2 keer zouden doen. Het is tenslotte de eerste keer terug op de koersfiets na de winter. Bert is al snel in zijn nopjes. Hij versneld en babbelt, ik versnel maar babbelen lukt niet, ik trap al rap op mijn adem. De rest van de rit is een heksenjacht om in zijn wiel te blijven. Regelmatig kijkt Bert achterom, en moet hij vertragen want ik blijf weer achter. Niet echt motiverend, maar de benen zijn er nu eenmaal niet vandaag. Na 30 kilometer ben ik volledig op en stop ik na 1 ronde, Bert doet er nog een ronde bij. Ik ben kwaad en teleurgesteld. Wat is in godsnaam met mijn conditie gebeurd?
Vorig jaar ging alles goed. Ik ging 2 keer per week met de fiets naar het werk, en 1 keer per werk werkte ik mezelf in het zweet in de fitness. Bijna elke zondag fietste ik mee met de mannen van Zelem Cycling, voor fietstochten van ongeveer 70 kilometer. Mijn conditie was goed, ondanks mijn gewicht.
Nu is de uitbater van de fitnesscentra waar ik naar toe ging ermee gestopt en ben ik op zoek moeten gaan naar een ander fitness. Wanneer ik eindelijk mijn draai begon te vinden in de nieuwe fitness, sloeg corona weer voor de 2de (of 3de) keer toe, en heb ik niet meer mogen gaan. Na 5 jaar onafgebroken 2 keer per week naar het werk fietsen, hebben we een 2de auto gekocht. De verleiding is sindsdien veel groter om met de auto te gaan werken, toch zeker als het regent. Het mag geen excuus zijn voor mijn slechte conditie, maar ik kan alleen maar vaststellen dat het wel zo is.
‘ Dan weet je wat je moet doen. ‘ Zegt Bert rechtuit.
‘ Terug met de fiets gaan werken, en in de weekends gaan we minstens 1 dag onder ons fietsen. Wil je terug mee met de wielertoeristen? Dan ga je moeten trainen.’
Ik kan niet anders dan toegeven dat hij gelijk heeft.
Dus op dinsdag vertrek ik terug met de fiets naar het werk. Het probleem is alleen dat ik de fiets nogal eentonig vind de laatste tijd. De baan is druk waar ik moet fietsen, het verkeer is soms nog drukker. Ik verander van plan, en zet mijn mountainbike klaar. Er is een mountainbike route langs het kasteel van Meiland in Heusden-zolder dat heel aangenaam is om te fietsen, en het brengt me tot aan de mijnterril van Zolder. Van daaruit kan ik de mountainbikeroute van Koersel nemen tot bijna thuis. Ideaal rustig in de natuur, perfect om te bekomen van alles.
Hier geniet ik van, en ik geniet terug van het fietsen.

Op zondag gaan Bert en ik opnieuw samen fietsen. Maar omdat mijn zinnen op mountainbiken staat tegenwoordig, gaan we dat ook doen, we gaan de mountainbike route van Lommel proberen. Het is ondertussen eind februari, en het is mooi weer. Het is enorm druk aan de soeverein, er zijn heel veel wandelaars. Niet moeilijk, want dat is nog bijna het enige dat de mensen nog kunnen doen tegenwoordig met lockdown 2.5.
Na een beetje zoeken naar de juiste pijltjes zijn we vertrokken. Het is echt ideaal weer. Het zonnetje doet goed, maar het is niet te warm. Er is ook nauwelijks wind en de grond is heel droog, dus amper modderplekken.
Al snel wordt het technischer in het bos, maar ik kan best goed volgen. Bert heeft geen last van schrik en vliegt over alle paadjes door, iets wat ik nog niet kan. Ik volg de paadjes op mijn tempo, mijn best doen om niet te vallen, of overmand worden door schrik, een heel ambetant kwaaltje.
Natuurlijk is Bert sneller, maar bij elke splitsing, of einde van het paadje wacht hij geduldig op mij. We hebben er allebei plezier van, alleen werk ik mij volledig in het zweet, en Bert niet echt. Hij is precies aan het toeristen, op zijn gemakje aan het genieten van de eerste vogeltjes, en het stilletjes aan wakker worden van de natuur.
Maar als het technisch wordt op de route is hij in zijn nopjes en ook niet meer te houden. Geen enkele heuvel is voor hem te veel, en dalen al helemaal niet. Als hij maar kan spelen zeker?
Ik merk bij mezelf dat mijn conditie ook beter is. We hebben de rode route helemaal gedaan, en ik had nog energie over, dus doen we de blauwe lus er ook maar bij.
De blauwe lus gaf me meer nostalgie. Mijn grootmoeder, ons moeke, woonde in Lommel op de Heide. Sinds dat ze in 2018 overleden is, kom ik nog maar amper in Lommel. Nu jaren later, zie ik ineens plaatsen waar ik vroeger als kind met moeke nog geweest ben. De kerk in Heuvel, elke maand een mis voor mijn grootvader want ze was gelovig, en soms ging ik samen met mijn moeder mee. En het gebouw schuin tegenover de kerk waar vroeger een frituur was, waar we nog met de familie regelmatig zijn gaan eten als het kermis was in Lommel, nu is het een atelier van een kunstenaar. En natuurlijk haar huis op de Heide. Waar ik zo vaak ben blijven slapen, en samen met moeke naar postbus x keek op tv. Nu wonen er andere mensen in haar huis, en ik vraag me af hoe hun toekomst zal zijn, of er kindjes zullen wonen, en later kleinkindjes vaak over de vloer zullen komen. Ik krijg een krop in mijn keel als ik voorbij fiets. Ook al heb ik nooit in Lommel gewoond, het blijft toch wel een beetje speciaal voor mij. Een stukje in mij hoort hier toch wel een beetje thuis.
Na de rit komen we terug op de parking, en ik voel me echt wel gelukkig. Ik ben moe, want de rit was uiteindelijk 42 kilometer lang, maar oh zo voldaan en blij. Ik ga toch stilletjes aan terug vooruit.

een week later voel ik iets op mij hangen. Er is een druk op mijn hoofd en schouders, mijn hartslag is hoger en ik heb een volle agenda.
Maar daar vertel ik alles over de volgende keer.

Wordt vervolgd.





Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑