Met Verzorg je deel 2 vertel ik hoe ik een week lang worstel met mezelf en een virus. Hieronder lees je het vervolg.
Stoor ik?
Terug thuis heb ik opnieuw nood aan een warm bad. Ik ga rechtstreeks naar de badkamer en vul het bad met warm water. Het doet me deugd, maar ik ril enorm van de koorts. Na een tijdje kom ik er uit, en ik doe een joggingbroek en trui aan. Ik blijf maar rillen, dus meet ik mijn koorts. Deze keer heb ik 38.8 graden koorts, wat bij mij best hoog is.
Ik neem een dafalgan, en ik kruip terug uitgeput in de zetel. Tv kijken doe ik niet, ik probeer te slapen, maar mijn longen en borstkas doen zoveel pijn dat slapen helemaal niet in zit. Ik kan niet meer en ik begin weer te huilen.
Op dat moment krijg ik telefoon van Dimitri.
Mijn ‘hallo’ klinkt heel zwak.
‘ Stoor ik? ‘ vraag hij.
‘ Euhm… nee, ik kan toch niet slapen ‘
‘ Met de nieuwe corona maatregelen hebben we veel minder kinderen in de opvang. Alleen de kinderen van ouders die niet kunnen thuiswerken mogen gebruik maken van de opvang waardoor we dus niet met zoveel man tegelijk in de opvang aanwezig moeten zijn. Dus ik ben aan het kijken wie ik thuis kan laten, of minder uren kan laten werken, en ik wilde bij jou en bij de anderen eens horen wat jullie voorkeuren zijn. Uren maken, desnoods kindvrije uren, of overuren opgebruiken. Maar ik hoor net van Isabelle dat het niet goed met je gaat?’
‘Niet echt nee.’ zeg ik, en ik doe mijn verhaal, rustig met een zwakke stem en de nodige adempauzes.
‘Heb je dan symptomen?’ Ook hij denkt onmiddellijk aan corona.
‘Ja, hoesten, koorts, keelpijn, borstpijn.’
‘ Dan laat ik je volgende week gewoon thuis, als je beter bent heb je nog een week om te bekomen, en als je nog ziek bent hoef ik je niet te vervangen, en breng je gewoon een ziekenbriefje binnen. Laat je me iets weten als je uw resultaten van de foto’s en de test binnen hebt?’
Ik zeg dat het goed is, en hij eindigt het gesprek met, ‘verzorg je nog’
Ik besluit na dit enorm vermoeiend telefoongesprek om in mijn bed te kruipen, in de hoop dat ik daar wel kan slapen. Na een week kamperen in de zetel vind ik het fijn om in mijn bed te kunnen liggen, maar slapen kan ik niet echt, want ook hier hoest ik enorm veel.
Wanneer Bert en Darya terug thuis zijn van hun werk en school ben ik al terug verhuisd naar de zetel. Ik was niet gerust in mijn bed, want ik had schrik dat ik de controle arts niet zou horen aan de deur. Tot nog toe had ik nog geen controle gehad, dus ik was nog op mijn hoede.
Eten had ik niet gemaakt, heel abnormaal naar mijn doen. Bert heeft dan maar soep uit de diepvriezer gehaald en opgewarmd voor ons allemaal. Een boterham erbij, en we hadden gegeten.
Ondertussen is het bijna 18u, dus ik neem mijn telefoon en bel naar mijn huisarts.
Ik weet al dat mijn tweede test ook negatief is, dus ik hoop dat hij niet weer af komt met “een ander virusje” want dan sleur ik hem door de telefoon.
‘ Een momentje’ zegt hij.
Ik hoor hem tokkelen op zijn pc.
Na een paar geklik met de muis komt het verdikt.
‘Lichte fluimvorming in de linker long, en zware fluimen in de rechterlong. Het is een bronchitis.’
Kan je om 19u15 naar hier komen? dan schrijf ik je medicatie voor.
‘ja, tuurlijk.’ zeg ik.
‘tot straks dan.’
Eindelijk weet ik iets. Eindelijk krijg ik niet meer te horen, “een virusje”
Een uurtje later zit ik in zijn praktijk. Bert wacht buiten in de auto, en zoekt een dichtbij zijnde apotheker.
‘Ok; ja het is een goeie bronchitis’ zegt de dokter wanneer hij de foto’s nog eens bekijkt.
‘ Heb je nog van die tabletten voor de fluimen gemakkelijker op te hoesten in huis? ‘
‘ nee.’ antwoord ik kort.
‘ Nee?, ok dan schrijf ik dat voor. Antibiotica zal ik ook voorschrijven, je loopt er al veel te lang mee.’ pffff, neem ik niet graag in, maar wat moet moet.
‘ Heb je een puffer in huis? ‘
Ik kijk hem vragend aan, ‘euh, nee denk ik.’
Ik heb in het verleden nog al eens problemen gehad met mijn luchtwegen, een ambetant gevolg door een laag immuunsysteem dankzij medicatie voor crohn. Maar puffen heb ik al een aantal jaar niet meer moeten doen.
Hij kijkt nog eens op zijn pc, en gaat de lijst nog eens af.
‘ Ok, dat moet voldoende zijn. Hoe lang loopt uw ziekenbriefje nog? ‘
‘ Nog tot zondag. ‘ antwoord ik.
‘ Maar het zal dan toch wel beter zijn.’ kijk ik naar hem in de hoop dat hij ja zegt.
‘ Als het niet beter is, wil ik u maandag terug zien.’ zegt hij met grote ogen. ‘ Normaal moet je deze avond al wat verschil voelen, dus begin al maar direct met de medicatie in te nemen als je van de apotheker komt.
een kwartier later kom ik terug buiten van de dokter, met een hoop voorschriften in mijn handen.
Omdat ik te ziek ben om een apotheker binnen te wandelen, en helemaal uitgeput ben gaat Bert in mijn plaats binnen.
Heel veel pilletjes
Ondertussen kijk ik op mijn gsm en zie ik dat ik een berichtje heb van mijn bestie collega. Isabelle is een toppertje. Ze is onze ancien zoals we dat noemen, de collega die al het langst in dezelfde opvang werkt. Zij kent de werking door en door, waardoor dat we al wat sneller aan haar iets vragen hoe het weer in elkaar steekt, ze kent alle juffen van de school bij naam, en heeft met redelijk wat ouders goed contact. En dan zwijg ik nog over de kinderen. Isabelle wordt gewoon op handen gedragen door onze jeugd. Boekt is niks zonder Isabelle, maar ze is vooral ook soms mijn steun en toeverlaat, zeker als ik het moeilijk heb zoals de voorbije week. We hebben al veel ge WhatsApp’t de voorbije dagen.
‘ Heyla, heb je al meer nieuws? groetjes je bezorgde collega…’ schrijft ze.
‘ Ik heb een bronchitis. Bert is juist de apotheek binnen.’
‘ok, hopelijk nu snel beter. ik heb volgende week verlof gekregen, wel met een dubbel gevoel, maar het zal me toch wel deugd doen denk ik. ‘
‘ Gij verdient dat. ‘ schrijf ik terug wanneer Bert terug in de auto stapt.
Wanneer we eindelijk terug thuis zijn kruip ik terug in mijn zetel. Ik heb al gepuft in de auto, met de nodige uitleg van Bert.
Ik heb daarna nog een tijdje ge WhatsApp ’t met Isabelle, met een thee in mijn hand. Nu ben ik weer wat lockdown weetjes rijker. Ik ben behoorlijk van de ‘echte’ wereld weg geweest. Ik had al een paar dagen geen nieuws meer gehoord, maar na de telefoon van Dimitri deze namiddag heb ik toch maar eens het nieuws opgevraagd.
Volgende week gaat België dus terug in lockdown. De kinderen mogen niet naar school in de week voor de paasvakantie, en natuurlijk ook niet in de paasvakantie. Ze hebben 3 weken verlof. In de opvang wilt dat zeggen dat enkel de kinderen waarvan de beide ouders moeten werken en het kunnen bewijzen, naar de opvang mogen komen. Aangezien we veel kinderen van leerkrachten en winkelbedienden hebben, verwachten ze in onze opvang geen stormloop. Darya is ook thuis vanaf maandag, wat niet slecht is denk ik, want ik hoor haar ineens naast mij hoesten.
Mijn hoest is nog zwaar en regelmatig, maar ik heb de indruk dat ik terug wat adem krijg, zonder veel hoestbuien. Mijn antibiotica voor vandaag heb ik ook al ingenomen, de bruistabletten wacht ik tot morgen, anders hoest ik de hele nacht mijn fluimen op.
Al snel val ik in slaap, en tot mijn verbazing slaap ik eindelijk al liggend de hele nacht door.
De volgende ochtend voel ik me al wat opgewekter. Ik ben nog zwak, maar de nacht rust heeft wonderen gedaan. Ik had aan Dimitri beloofd dat ik iets liet weten als ik de uitslag van de dokter en de coronatest had, maar omdat het zo laat was gisteren heb ik dat niet meer gedaan.
Dus ik stuur vandaag een sms.
‘Mijn 2de coronatest is ook negatief, ik heb een zware bronchitis.’
Ping: ‘ok. Ik heb je volgende week voorlopig niet opgezet. verzorg je, gr Dimitri.’
Het hele weekend is het met mij beter. Ik ben nog snel moe, en kortademig maar de koorts blijft weg, en ik slaap veel beter. De fluimen komen ook eindelijk los, tot ergernis van Darya want ze vindt dat rochelen maar vies.
Zij hoest wel veel feller, en ik hoor haar zelfs ’s nachts hoesten.
Ik twijfel maandag dus geen seconde en maak opnieuw een afspraak bij de dokter, maar dan voor haar.
Wanneer we binnen komen wordt de dokter wit als hij mij ziet.
‘Nog altijd niet beter?!’ zegt hij licht paniekerig.
‘jawel! veel beter’ zeg ik als we binnen komen.
‘ Maar ik ben nog heel zwak en kortademig. Maar ons Darya is nu aan het hoesten.’
‘ Dan zullen we eens luisteren’ zegt hij.
Onze huisarts is fantastisch met kinderen. Hij gebruikt graag humor zodat de onderzoeken voor hun niet zo erg is.
‘Klim er maar op.’ zegt hij.
Darya is motorisch niet vlot, en op een onderzoekstafel klimmen is voor haar nadenken hoe ze dat moet doen, en dan maar proberen. De dokter heeft de tafel ook niet naar beneden gedaan, dus is de opdracht moeilijk uit te voeren. Als snel hangt ze met 1 been erop, maar de rest wilt niet.
‘allez, ik zal eens een zetje geven, en hij trekt aan haar broek omhoog waardoor ze er bijna op getild wordt. nu ligt ze er met haar buik op de tafel.
‘ Ja, maar ik moet naar uw longen luisteren eh, dat gaat zo niet.’ zegt hij.
Darya moet er dan altijd mee lachen, en ze draait zich om.
Na goed luisteren naar de longen, met wedstrijdje om het hardst inademen mag ze terug van tafel.
‘ Ja, het was te denken. Ook wat geruis op de longen, ik ga geen risico nemen.’
Hij schrijft voor ons Darya ook antibiotica voor, en een verlenging van mijn ziekenbriefje.
Ziekenbriefje voor school moet niet, want Darya zit toch 3 weken in lockdown.
2 zieken in huis, en Bert werken. We genieten samen van de rust, en we kijken veel tv. Het doet ons wel heel veel deugd, en de antibiotica doet goed zijn werk.
een paar dagen later krijg ik een controle arts voor mijn deur. Ik doe het verhaal, nog steeds kortademig en een hese stem dat ik over gehouden heb van dat veel hoesten. De man is snel terug op de baan.
1 virus heeft mij enorm klein gekregen. Ik was een tijdje geleden zo euforisch omdat het sporten weer beter ging, nu kan ik weer helemaal opnieuw beginnen.
Ik mag blij zijn dat het maar een bronchitis was, ik mag er niet aan denken hoe ik er aan toe zou zijn moest het corona geweest zijn. Voor mij was dit een wake up call om extra voorzichtig te zijn. Mijn mondmasker hou ik toch nog op tot ik gevaccineerd ben.
Een paar weken later ben ik goed genezen, en al terug aan het werk. Het mooi zonnig weer wanneer ik ziek was, is weer omgeslagen naar winterprikken, en daarna naar regen. De lockdown heeft min of meer geholpen, de coronacijfers beginnen weer te zakken, en vooral de gevaccineerden stijgen pijlsnel.
Ik geraak niet meer aan sporten, en zit in een dipje, tot Bert een artikel op facebook vindt.
Maar dat is een ander verhaal.
Einde


Plaats een reactie