Hartelijk bedankt voor de massale positieve reacties op mijn vorige blog ‘Verzorg je.’ Het geeft me energie om verder te doen met dit project. In mijn vorige blog heb ik vertelt over mijn fysieke en mentale achteruitgang dankzij een bepaald virus. Vandaag vertel ik verder, want zoals jullie ondertussen wel weten schrijf ik graag met een open einde. En ik maak mijn verhalen niet graag lang, omdat ik weet dat korte verhalen voor velen aangenamer lezen is. Veel plezier met Verzorg je deel 2, ik hoor graag naar jullie reacties. Kleine tip, lees eerst de vorige blog voor je aan deze begint.
Eind maart 2021
Hier lig ik dan, in het midden van een corona crisis, doodop en ziek. Bert is juist thuis, ik heb hem van zijn werk moeten bellen omdat ik verdachte symptomen heb, en Darya is ook van school gehaald om dezelfde reden.
Ik geraak niet uit mijn zetel, en ik moet wachten op mijn covid resultaat, maar Darya is natuurlijk redelijk energiek en Bert nog veel meer.
Hij beslist dan ook om de gang die we aan het verbouwen waren (een meerjarenplan, misschien mijn schuld, want ik verf niet graag) verder af te werken. Het enige dat nog moet gebeuren zijn plinten zetten.
‘Oh ja, doe dat maar’ zeg ik, waar ik een kwartier later al spijt van kreeg.
het materiaal halen van zijn werk kot achter het huis naar de gang is nogal lawaaierig. De plinten moeten op maat gezaagd worden, dat doet hij ook achter het huis, met de deur open. Hij komt binnen met de plinten door de woonkamer, om dan zo naar de gang te gaan, ook deur open. Ik bibber al van koorts, de trek van buiten kan ik missen als kiespijn. Opdracht voor Darya, de deur achter papa zijn achterwerk dicht doen. de eerste keren doet ze dat zonder morren, maar na de 3de keer is er al een zucht bij, en na de 10de keer wordt de zucht alsmaar luider, maar toch doet ze de deur telkens voor mij weer dicht.
Vanaf het moment dat ik in slaap begin te vallen is er natuurlijk nog geklop van de hamer bij, letterlijk.
Tegen de late namiddag is hij eindelijk klaar, en ons mama is terug van de winkel met een winkelvoorraad voor de hele week. Een kleine voorzorg als we in quarantaine moeten. Ze legt alles netjes aan de voordeur, en wanneer ze terug naar de auto stapt, zwaai ik aan het raam om te bedanken. Het maakt niet uit hoe oud je bent, maar vroeg of laat is er altijd wel een momentje dat je je mama nog eens nodig hebt. Ik ben enorm dankbaar dat ik die momenten nog kan koesteren.
Als Bert terug in de living is en de boodschappen uitpakt stel ik voor om morgen een rustiger bezigheid te zoeken. Zo een dag als vandaag kan ik maar één keer aan. Hij stelt voor om het huis eens te poetsen, en ik ga onmiddellijk akkoord.
Een hoestsiroopje
De volgende dag lig ik opnieuw in de zetel met Spike aan mijn voeten nog doodop van een hele nacht hoesten. Koorts is gelukkig weer gezakt, maar ik voel me nog zo slap als een vod, en mijn longen doen precies pijn.
Bert zijn activiteiten zijn inderdaad wat stiller, Darya heeft de spotify ontdekt en is naar boven in haar kamer aan het zingen en dansen op haar muziek. Ik geniet van de rust en slaap in stukjes, of als ik wakker ben kijk in naar de corona alert app waar ik normaal mijn test resultaten op krijg. Ondertussen krijg ik berichten van de leerkrachten van de wijkschool en van mijn collega’s van de opvang. De ondersteunende berichtjes doen me enorm deugd. Het is al bijna middag wanneer ik voor de zevende keer nog eens kijk en zie dat de resultaten binnen zijn. Tot mijn grote opluchting is het toch geen corona. Bert en Darya natuurlijk ook blij, en Bert beslist om dan maar de fiets te nemen met Darya en een bezoekje te brengen aan oma in Koersel. Voor mij allemaal goed, huis en rust terug voor mij. Ik bel ook naar mijn huisarts om te vragen wat ik het best kan doen dan om van die hoest af te geraken, en wat ik dan zou hebben.
‘ Een ander virus eh’ zegt hij.
‘ Er zijn nog altijd nog andere virussen in de lucht, maar dat vergeten we de laatste tijd precies. uitzieken voor de rest van de week, en neem maar een hoestsiroopje voor de hoest.’
mja, ok dan. Uitzieken dus, en veel rusten. Iets wat ik al de hele tijd al gedaan heb.
Naar Bert gebeld, en opdracht gegeven om bij de apotheek een goeie hoestsiroop te gaan halen, en ondertussen slaap ik weer in stukken en brokken, met Spike aan mijn voeten. Iedereen terug gebeld of berichtjes gestuurd met het goede nieuws, mijn moeder is dezelfde dag nog op bezoek gekomen, van Dimitri kreeg ik een antwoord op mijn bericht, “ok, verzorg je nog” zijn standaard zin dat ik de komende dagen nog veel krijg.
De volgende dag voelde ik me helemaal niet beter. Ik heb opnieuw een rusteloze nacht gehad met heel veel gehoest, mijn longen doen er pijn van, mijn ademhaling is kort. De hoestsiroop dat ik moest nemen van mijn huisarts is al redelijk goed gebruikt, maar ik voel geen verschil. Tegen de avond ben ik helemaal een wrak, ik besluit een warm bad te nemen, ik heb de indruk dat de warme dampen me goed doen, en ik val daarna in de zetel terug in slaap.
Jammer genoeg is het van korte duur. De hoestbuien zijn veel feller, alles doet pijn, vooral mijn longen, ik begin te piepen als ik adem. Ik kan niet meer liggen, want dan moet ik hoesten, dus ik probeer te slapen rechtop zittend. De hoestsiroop heb ik zelfs al bijna half leeg, en helpt helemaal niet. Ik maak opnieuw een afspraak bij mijn huisarts de volgende ochtend.
Darya gaat met een klein hartje naar school, ze heeft denk ik nog nooit meegemaakt dat haar mama zo ziek is. Ze mag me geen knuffel geven of een kus van mij, want ik ben niet echt gerust. Ik wil haar niet besmetten.
Ben je zo ziek?
Wanneer ik bij mijn huisarts aankom, ben ik volledig buiten adem. ik strompel binnen in zijn praktijk, ik ben best emotioneel. Het wordt allemaal een beetje te veel.
‘zeg het eens’ zegt hij.
‘ Ik kan niet meer ‘ antwoord ik.
‘ Is het nog niet beter? ‘
‘ Nee, helemaal niet. Ik hoest dag en nacht, ik slaap niet, alleen rechtop zittend, ik voel me ziek. ‘
‘ Dan kan je beter naar spoed gaan.’ zegt hij, maar hij bedenkt zich.
‘ Die test was niet juist. Ik ga je toch nog eerst opnieuw testen.’
opnieuw een stok in mijn neus, kleenex voor de tranen. Hij luistert naar mijn longen, die klinken niet zuiver maar ook niet zo erg, koorts heb ik voor het moment weer niet. Ik begin te twijfelen aan mezelf, en voel me eventjes een flauwe trees.
Ik ga van de onderzoekstafel af en strompel naar de stoel voor zijn bureau. Hij kijkt me aan, ik zit daar lijkbleek, doodop, snakkend naar adem.
‘ Ik ga je naar het medisch centrum in Beringen sturen. Je gaat naar beeldvorming, en je laat foto’s maken van uw longen. ‘
Hij krabbelt de instructies op een papier voor daar af te geven.
‘Ga maar onmiddellijk door van hieruit, en bel deze avond naar mij voor de uitslag van de foto’s. Als het geen corona is, dan is het denk ik een longontsteking.’
Ik ga terug naar buiten en stap in de auto. Wat moet ik doen? naar het medisch centrum, ik heb het papier in mijn hand. Moet ik iemand verwittigen? Niemand is thuis. Bert is sinds gisteren terug aan het werk, mijn ouders zijn ook allebei aan het werken, en mijn briefje loopt tot eind van de week. Nee, wacht ik moet het werk wel verwittigen, dat ik misschien toch corona heb. Ik stuur snel een whatsapp naar de collega’s, en ik besluit nog eventjes te wachten om de dienst te verwittigen.
Ik start mijn auto en rijd naar het medisch centrum. Gelukkig is het niet ver, maar het autorijden is moeilijk. Ik ben heel slap, en ik word emotioneel. onderweg hoor ik mijn gsm plimpen, maar ik kijk niet. Ik heb mijn concentratie nodig.
Eens binnen in het centrum meldt ik me aan en ga ik naar medische beeldvorming. Ik heb mijn mondmasker niet meer uit gedaan vanaf het moment dat ik vertrokken ben thuis, dus ik ben helemaal buiten adem en ik bibber wanneer ik mijn briefje van de dokter aan de medische secretaresse heb gegeven.
Ze kijkt me aan en vraagt: ‘heeft u een afspraak?’
‘ Nee, mijn huisarts heeft me onmiddellijk door gestuurd’ zeg ik.
de secretaresse zucht.
‘ Met de huidige maatregelen moet u een afspraak maken. U mag niet meer zomaar naar hier komen, dat had uw huisarts moeten weten.’
Ik word rood achter mijn mondmasker.
‘ Dat wist ik niet, en ik denk ook niet dat mijn huisarts dat weet. Ik heb alleen gedaan wat hij me gezegd heeft.’
‘ Ja, dan weet u dat in de toekomst. Ga maar zitten mevrouw, mijn collega komt u zo dadelijk roepen, maar dat kan nog eventjes duren.’ klantvriendelijk is ver te zoeken.
Ik ga zitten op een stoel dat vrij is, met voldoende afstand van de andere mensen die er zitten.
Ik neem mijn gsm, en de collega’s hebben al gereageerd. In tijden van nood kan ik op hen rekenen, en ik ben hun daar enorm dankbaar voor. Ze troosten me, hebben medeleven, en ik begin natuurlijk te janken puur van wanhoop en emoties. Ik voel me weeral een flauwe trees. Daar zit ik dan in de wachtzaal op mijn tanden te bijten om mijn tranen te bedwingen, en vooral niet te hoesten.
Plots krijg ik het heel koud, ik voel me koortsig. Nu wanneer ik niet bij de dokter ben krijg ik weeral koorts. Ik denk dat mijn lichaam de koortsthermometer van mijn huisarts niet vertrouwt.
Gelukkig moet ik niet lang wachten in het centrum, ik ben na een kwartier al aan de beurt.
De verpleegster stuurt me naar een hokje, en ik moet mijn trui, T-shirt, en BH uit doen. Wanneer ik wacht op de verpleegster die me zegt hoe ik moet staan, sta ik te bibberen over heel mijn lijf. Ik moet met mijn armen omhoog tegen de koude plaat staan. Blijkbaar sta ik nog niet goed, de verpleegster zet me goed met mijn borstkas zo goed mogelijk tegen de plaat.
‘ amai u gloeit!’ zegt ze.
‘ gaat het mevrouw? bent u niet goed? ‘
‘nee’, zeg ik heel hard op mijn tanden bijtend.
‘ Dan gaan we snel doordoen, dan kan u uw kleren terug aandoen.’
Ik ga hier helemaal mee akkoord, want ik wil nu niks liever als in mijn bed kruipen.
Als de foto’s zijn genomen mag ik me terug omkleden. In de achtergrond hoor ik een paar verplegers binnenkomen met een paar bussen alcoholspray en spuiten ze het hele toestel waar ik net gestaan had nat met ontsmettingsmiddel.
De verpleegster die me net geholpen heeft komt naar me toe.
‘ Normaal zijn de foto’s al over een uur naar uw huisarts verstuurd, dan zal u de uitslag wel snel weten. Heeft u al een covid test gedaan?’ vraagt ze.
‘ Ja, al 2 keer ‘ zeg ik.
‘De eerste was negatief. Ik heb een half uur geleden een 2de test gedaan.’
‘ Het kan natuurlijk ook iets anders zijn, er zijn nog andere virussen in de lucht.’
Dat heb ik nog al gehoord, en ik draai met mijn ogen in mijn hoofd.
Hoe ik naar huis ben gereden weet ik niet zo goed meer. Mijn hoofd tolt, ik ben heel emotioneel, en ik laat de tranen de vrije loop.
Maar de rest van het verhaal vertel ik een volgende keer.
Wordt vervolgd


Doe zo verder met schrijven Hilde, vlotjes geschreven en spannend. Wel redelijk genezen, hoop ik. Suzy Verstuurd vanaf mijn iPhone
>
LikeLike
Dankjewel Suzy, Ik ga niks verklappen, volgende week publiceer ik het laatste deel
LikeLike