Maart 2021
Met de prille lentezon in februari was ik goed gestart om terug te sporten. (zie vorige blog: Nee, niet boos maar wordt beter)
In maart wil ik de trend voortzetten, want het wielerseizoen komt eraan. In clubverband ging wel niet, maar ooit is lockdown 4.5 gedaan, en dan zien we iedereen weer in levende lijve terug, want niets is leuker dan fietsen met mensen die dezelfde passie delen.
Maar nu moeten we het nog met ons tweetjes doen, en als koppel is dit natuurlijk ook wel fijn. Ons momentje zonder kind, gewoon samen. Een ander koppel gaat eten, of doet een cinema, wij ploeteren in de modder. Ieder zijn ding zeker?
Maar sinds kort voel ik een druk in mijn hoofd. Het is moeilijk te beschrijven, het is precies alsof er een zware last op mijn schouders rust, mijn hartslag is heel hoog, en ik heb hoofdpijn dat ik voel tot aan mijn tanden. Het komt en gaat ook snel, wanneer ik me opjaag.
Ik weet dat het mijn bloeddruk is dat te hoog is, Ik neem er al medicatie voor. En wanneer ik voor het werk naar het jaarlijks medisch onderzoek moet, verschiet ik ook niet dat de verpleegster zegt dat mijn bloeddruk te hoog is.
” Moet je nog naar uw huisarts de komende dagen?” vraagt ze vriendelijk aan mij.
” ja, ik geloof van wel” zeg ik.
” goed, want uw bloeddruk is toch vrij hoog. Maar ja, mogelijk hebt u zich opgejaagd deze ochtend?”
Of ik mij opgejaagd heb, dat is een goeie. Ik heb al een ochtendshift opzitten, er was ruzie in de ruimte waar ik stond, en ik heb nogal brandjes moeten blussen. onderweg naar school waren de pré pubers nog bezig met de discussies waar ze jaren later over zullen lachen met hoe banaal was dat, en ik heel blij dat ze eindelijk op school zijn. Terug naar de opvang, spullen genomen en dan onderweg naar het gemeentehuis, waar het medisch onderzoek werd gehouden. Voor mij de eerste keer in dit gebouw, dus nog de weg moeten vragen om het lokaal te vinden dat natuurlijk in de kelder moet zijn. Eens daar, moest ik op mijn beurt wachten, met mondmasker aan, focussen op mijn ademhaling en hartslag dat nogal snel was. Dus niet moeilijk dacht ik dat mijn bloeddruk te hoog was.
“Niet meer dan anders” is mijn antwoord naar de verpleegster.
De tijd om naar de dokter te gaan heb ik niet, dus ik stel uit. Ik neem braaf mijn medicatie en denk dat het wel zal beteren. Een week later is het dus nog erger.
Ik krijg mijn hartslag niet meer onder controle, de druk in mijn hoofd is erger. Ik ga met Bert na mijn ochtendshift een wandeling maken met de hond, in de hoop rust in mijn hoofd te vinden. Dat was dus geen goed idee.
Onderweg begon ik te duizelen, mijn hartslag was heel hoog. Het was zo fel, dat ik elke pas begon te tellen en te focussen op mijn ademhaling. Babbelen ging niet meer, en Bert had het door dat dit best wel serieus is.
eenmaal thuis plof ik me in de zetel draaiend. Ik kijk naar de klok en besef dat ik binnen het half uur terug in orde moet zijn om de middagshift te doen in het wijkschooltje. Bert trekt aan de alarmbel en zegt dat ik zo niet kan gaan werken. Ik neem mijn gsm, maak een afspraak bij de dokter, om mijn bloeddruk te controleren, want ik heb daar geen meter voor, en wijkschool afzeggen.
een kwartier later ben ik al bij de dokter. Ik kom bij mijn huisarts al van kindsbeen af, hij kent mij dan ook door en door, en zag onmiddelijk dat er iets was.
‘zeg het eens.’ Is zijn basis zin dat hij altijd zegt als ik binnen kom.
Hij neemt zijn bloeddrukmeter en ik ga op de onderzoekstafel zitten, ondertussen paniekerig aframmelend wat ik allemaal voel.
‘ we zullen eens kijken.’ zegt hij op een toon, van het komt wel goed, zo erg zal het wel niet zijn.
met wat pompen en een gevoel alsof hij mijn arm aan het afbinden is, hoor ik ineens een ‘oei’ en een ‘hola!’
‘ wat hebt gij uitgespookt?’ zegt hij er dan nog bij.
Gewoon, geleefd? weet ik veel…
Het verdikt: een bloeddruk van 18/10. Veel te hoog dus.
Mijn medicatie is te licht, en moet aangepast worden. ‘ Rustig aan doen, stress vermijden en volgende week terug komen om te kijken of dat de bloeddruk zakt.’
Mijn huisarts is toch altijd veel van zeggen. Maar ik luister en ik neem me aan om een uurtje te rusten om dan de namiddag shift te doen…. niet dus.
De dokter schrijft een afwezigheidsbriefje voor, 2 dagen thuis.
Terug thuis plof ik in de zetel, mijn verhaal aan Bert gedaan, en mijn telefoon genomen, want ik moet nog naar Dimitri, mijn coördinator bellen. Het is donderdag, dus de drukste dag van de hele week. Ik moet vertellen dat ik niet kan komen werken, en mijn collega’s met een persoon minder zullen zijn binnen een paar uurtjes. Een telefoontje dat ik echt niet graag doe.
Ik moet zeggen, ik heb een fantastische coördinator. Hij luistert, lost problemen op, en blijft in alle omstandigheden altijd kalm. Dat laatste is een eigenschap dat ik niet heb, dus ik bewonder hem daarvoor.
Aan de telefoon leg ik uit wat er is gebeurt, en dan zeg ik dat ik vandaag en morgen niet kan komen werken.
‘ Ja, ok, ja goed…nee eigenlijk is dat niet goed, maar daar kan je niks aan doen….allez verzorg je.’ is zijn antwoord.
wanneer ik afleg voel ik me nog schuldiger. Ik ken hem goed genoeg om te weten dat hij nu eventjes de controle verliest. Ik weet ook dat hij zich snel kan herpakken, maar toch voel ik me schuldig. (niet zo best voor de bloeddruk)
Een uurtje later gaat Bert darya halen van school, ik lig in de zetel en eindelijk val ik van de vermoeidheid en emoties als een blok in slaap.
Wanneer ik na een tijdje wakker wordt, heb ik last van keelpijn.
De volgende dag, voelt mijn lichaam aan alsof ik een marathon gelopen heb. Ik ben overal stijf, ik ben nog draaierig en ik heb hoofdpijn een keelpijn. Mijn hartslag is rustiger, waardoor dat ik zelf ook minder gejaagd ben. Maar deze nacht ben ik begonnen met hoesten, en voel ik me ziek.
onmiddellijk denk ik aan corona, maar ik heb nog smaak in het eten, dus ben ik al wat geruster. Toch houd ik afstand van mijn gezin, en rust en slaap ik in de zetel, het hele weekend. Nu is Bert echt ongerust, want dat is echt wel niet mijn gewoonte. Zondag is Bert voor de eerste keer terug mee met de mannen van Zelem Cycling gaan fietsen. (ondertussen is de lockdown een heel klein beetje versoepelt) En is het een mooie dag, en zie ik vanuit mijn raam heel veel groepen wielertoeristen voorbij fietsen. Wat ben ik jaloers. Ik heb veel zin om een verbodsbord te zetten op de straat, zodat de wielertoeristen niet meer voorbij ons huis kunnen fietsen. Maar dat kost te veel energie, dat ik voor het moment niet heb, en ik blijf liggen in de zetel met mijn hond aan mij voeten, mij troosten, bezorgd kijken, en af en toe een natte snuit tegen mijn neus of een klein lekje als ik slaap.
Onze hond Spike is een echte baas volger. Als Bert naar buiten gaat, gaat hij mee, al is het alleen om eten aan de kippen te geven, wilt meneer ook naar buiten. Als Bert aan zijn fietsen aan het werken is, is Spike ook bij hem, nieuwsgierig kijken wat zijn baas aan het doen is. Als het tijd is voor zijn eten, vraagt hij eten aan Bert, niet aan mij. Maar nu dat de bazin ziek is, blijft meneer binnen, bij mij. Zijn baas kan gestolen worden, ik heb eerste prioriteit.
Spike is een Dalmatiër, niet alleen van looks, maar ook van karakter. Hij is een deugniet, kan kattekwaad uithangen, maar hij heeft een hart van goud. Als iemand buiten ons gezin vraagt of hij mag aaien, raad ik dat af. Hij kan raar uit de hoek komen, en is enorm beschermd om zijn gezin. Wij dus. Niemand mag zijn gezin aanraken, want dan zou hij aanvallen. En als iemand van ons zich niet goed voelt, moet hij ons beschermen, en troosten. Spike heeft me al veel ‘getroost’ in zijn leven, maar omgekeerd heb ik ook al veel moeten grommelen tegen hem. toch zou ik hem nooit voor geen geld ter wereld willen inruilen voor een andere hond. (maar nu dwaal ik af)
Dus het hele weekend was ik ziek. Koorts heb ik niet gehad, gelukkig, en ik dacht een een soort van griep, maar dat zou niet kunnen, want ik heb een griepspuitje gehaald dit jaar.
Maandag ochtend was het hoesten nog feller, de keelpijn gelukkig minder. De sneltesten voor corona was nog niet te verkrijgen bij de apotheker, dus afspraak bij de dokter.
Maar eerst nog eens bellen naar het werk. Wij hebben een apart telefoonnummer om iemand van het coördinatieteam te bereiken in gevallen van nood. Ziek zijn, en niet kunnen gaan werken wordt gezien als in geval van nood.
Deze keer heb ik iemand anders aan de lijn, en het gesprek is wat zakelijker. Ik ben ziek, hoesten, kan niet komen, dokter, coronatest, laat daarna weer iets weten. ‘ok’ is het antwoord, en ‘verzorg je’
Darya is naar school, Bert is werken, en ik rijd alleen naar de dokter.
Ik moet eventjes wachten in de wachtzaal, blijkbaar is het druk ,maar elke minuut wachten voelt als teveel.
Ondertussen gaan er allerlei scenario’s door mijn hoofd. Wat als ik corona heb? Ben ik in contact geweest met iemand? Zou er nog iemand ziek zijn waar ik contact mee heb gehad? Plots denk ik aan iemand. Ik heb woensdag een kindje bij mij gehad die fel hoestte, en zelfs lichtjes koorts had. De paniek in mij neemt weer de bovenhand.
‘ Niet beter?’ vraagt de dokter.
‘Nee, ik voel me ziek’ zeg ik. Ik leg alle symptomen uit.
‘ Dan doen we een corona test.’ zegt hij. Wanneer hij zijn iets meer beschermend materiaal aan doet grommelt hij.
‘Het stopt maar niet, al zo veel zieken gehad, wanneer zal het toch eens voorbij zijn?’ Ik denk dat mijn huisarts een beetje aan het eind van zijn latijn zit. Blijkbaar zijn er redelijk wat besmettingen bij ons in de buurt, en is het druk in zijn praktijk.
Voor mij is dit de eerste keer dat ik een corona test onderga, en ik vind dat dus niet aangenaam, maar gaat wel snel.
Die stok in mijn neus lijkt wel eindeloos, maar vanaf het moment dat ik vind dat het niet meer te houden is, is het al gedaan en kan die stok terug uit mijn neus. Mijn huisarts heeft dit blijkbaar al dikwijls moeten doen, want hij geeft me onmiddellijk een doosje kleenex zakdoekjes zodat ik mijn tranen kan vegen. ‘Dat is een goed teken’ zegt hij. ‘Dan is de test goed gedaan. Doe uw trui nu maar omhoog’ Hij luistert naar mijn longen, en er is wat geruis op, maar niet zo fel zegt hij, en koorts heb ik niet. De symptomen vallen nogal mee, hopelijk is de coronatest negatief, maar dat weet ik pas morgen.
Opnieuw schrijft hij een ziekenbriefje, deze keer voor de hele week. ‘geen risico’s nemen’ zegt hij, hij weet welke job ik doe, en ziek gaan werken bij kindjes is niet aan te raden.
‘wat moet ik doen met Bert en Darya?’ vraag ik, die zijn namelijk gaan werken en naar school.
‘ Laat ze maar terug naar huis komen, tot je de uitslag weet. Beter voorkomen dan genezen zegt hij.’
Terug thuis bel ik onmiddellijk naar Bert zijn werk. Ik leg de situatie uit, en de secretaresse klinkt lichtjes in paniek. Ik zeg nogmaals dat ik nog niet weet of ik corona heb, maar dat we zeker moeten spelen. 5 minuten later heb ik Bert zelf aan de lijn, hij zegt: ‘ok, ik zal ons Darya van school halen.’
Dan bel ik terug naar het werk, deze keer heb ik terug Dimitri aan de lijn. Opnieuw blijft hij kalm, en vraagt of ik symptomen heb, ik heb een hoestbui ondertussen, dus ik denk wel dat hij het gehoord heeft. Ik beloof dat ik de uitslag nog doorbel naar hem als ik ze heb, en zeg dat ik een briefje heb voor de rest van de week.
‘Een hele week?! amai, ben je dan zo ziek?’
Ik slaap al een heel weekend in de zetel, ik stop niet met hoesten, mijn longen doen pijn. ‘Ja, ik ben nogal ziek’ zeg ik kort. ‘ok, verzorg je’ zegt hij nog.
zucht…mannnen, denk ik.
Ik lig terug in de zetel, en ik probeer te slapen, want ik ben weer doodop. Nog eventjes is alles stil, en mijn gedachten malen in mijn hoofd. Ik voel me een besmette, zoals een melaatse een paar eeuwen geleden, waar iedereen ook in paniek was als iemand besmet was in hun buurt, en verbannen werd naar Moloka’i, of zoals de Spaanse griep op het einde van de eerste wereldoorlog, dat geen onderscheid maakte tussen arm en rijk. Ik hoop dat ik geen corona heb, want dan heb ik een hele opvang besmet, ondanks onze wanhopige pogingen om de ruimtes te verluchten, en bubbels maken, en een wijkschool, waar toen ik voor het laatst werkte veel zieke kindjes was met heel veel snottebelletjes.
Stilletjes val ik in slaap, met tranen in mijn ogen. Ik voel me enorm machteloos, en ik ben toch wel bang. Afwachten tot morgen, tot ik de uitslag van mijn test heb.
wordt vervolgd


Plaats een reactie