‘Ben je boos?’
‘ Nee ik ben niet boos.’ zegt Bert ernstig tegen mij na een fietstocht onder ons.
‘ Maar ben je tevreden over jezelf?’
Of ik tevreden ben. Ik heb onderweg alles gegeven wat ik had, mijn hartslag is altijd hoog geweest, en ik kon niet in zijn wiel blijven. Natuurlijk ben ik niet tevreden. Ik ben kwaad op mezelf, en ik zoek nog altijd een reden voor mijn “slechte” prestatie.
een paar uur eerder:
Bert en ik maken ons klaar om te gaan fietsen. Zoals elke zondag is Bert al actief in de weer om zijn spullen te pakken, de fietsen uit de garage te halen, banden nakijken, en drinkbussen vullen, ook die van mij. Ik ben trager om op gang te geraken. Ik ontbijt, ga naar het toilet, zoek mijn helm, schoenen en de juiste handschoenen. Ik zoek het weerbericht om te zien of ik warme kleren moet aandoen, of een regenjas moet meenemen, ga nog eens naar het toilet, begin mijn rijkleren aan te doen, en doe mijn schoenen aan. Bert is meestal al klaar, en zit te wachten aan tafel. Mij opjagen? werkt niet, ik wordt er ambetant van, maar ik ga niet rapper.
Als laatste doe ik mijn handschoenen aan, een buff over mijn hoofd voor rond mijn nek, en mijn helm aan. Nu weet Bert dat ik klaar ben, en staat recht. Wanneer hij de deur opendoet kijkt hij nog achteruit maar ziet mij niet staan. Ik heb ondertussen in een recordtempo alles weer moeten uit doen om naar de wc te gaan. Ik roep dan nog snel…SORRY! Soms hoor ik Bert nog zuchten wanneer hij naar buiten gaat.
5 minuten later ben ik terug daar, haastig mijn helm terug op mijn hoofd en mijn handschoenen nog in mijn hand. Opnieuw doe ik ze aan en ik neem mijn fiets. Bert is al met zijn fiets rondjes aan het draaien op het gras. Nu zucht ik, ongeduldige thomas.
Vandaag staat op de planning, een rit met de koersfiets. Een duurtraining in en rond Beringen, met kleine heimelijke klimmetjes en bochtenwerk. een vaste tocht van 30 kilometer dat we 2 keer zouden doen. Het is tenslotte de eerste keer terug op de koersfiets na de winter. Bert is al snel in zijn nopjes. Hij versneld en babbelt, ik versnel maar babbelen lukt niet, ik trap al rap op mijn adem. De rest van de rit is een heksenjacht om in zijn wiel te blijven. Regelmatig kijkt Bert achterom, en moet hij vertragen want ik blijf weer achter. Niet echt motiverend, maar de benen zijn er nu eenmaal niet vandaag. Na 30 kilometer ben ik volledig op en stop ik na 1 ronde, Bert doet er nog een ronde bij. Ik ben kwaad en teleurgesteld. Wat is in godsnaam met mijn conditie gebeurd?
Vorig jaar ging alles goed. Ik ging 2 keer per week met de fiets naar het werk, en 1 keer per werk werkte ik mezelf in het zweet in de fitness. Bijna elke zondag fietste ik mee met de mannen van Zelem Cycling, voor fietstochten van ongeveer 70 kilometer. Mijn conditie was goed, ondanks mijn gewicht.
Nu is de uitbater van de fitnesscentra waar ik naar toe ging ermee gestopt en ben ik op zoek moeten gaan naar een ander fitness. Wanneer ik eindelijk mijn draai begon te vinden in de nieuwe fitness, sloeg corona weer voor de 2de (of 3de) keer toe, en heb ik niet meer mogen gaan. Na 5 jaar onafgebroken 2 keer per week naar het werk fietsen, hebben we een 2de auto gekocht. De verleiding is sindsdien veel groter om met de auto te gaan werken, toch zeker als het regent. Het mag geen excuus zijn voor mijn slechte conditie, maar ik kan alleen maar vaststellen dat het wel zo is.
‘ Dan weet je wat je moet doen. ‘ Zegt Bert rechtuit.
‘ Terug met de fiets gaan werken, en in de weekends gaan we minstens 1 dag onder ons fietsen. Wil je terug mee met de wielertoeristen? Dan ga je moeten trainen.’
Ik kan niet anders dan toegeven dat hij gelijk heeft.
Dus op dinsdag vertrek ik terug met de fiets naar het werk. Het probleem is alleen dat ik de fiets nogal eentonig vind de laatste tijd. De baan is druk waar ik moet fietsen, het verkeer is soms nog drukker. Ik verander van plan, en zet mijn mountainbike klaar. Er is een mountainbike route langs het kasteel van Meiland in Heusden-zolder dat heel aangenaam is om te fietsen, en het brengt me tot aan de mijnterril van Zolder. Van daaruit kan ik de mountainbikeroute van Koersel nemen tot bijna thuis. Ideaal rustig in de natuur, perfect om te bekomen van alles.
Hier geniet ik van, en ik geniet terug van het fietsen.
Op zondag gaan Bert en ik opnieuw samen fietsen. Maar omdat mijn zinnen op mountainbiken staat tegenwoordig, gaan we dat ook doen, we gaan de mountainbike route van Lommel proberen. Het is ondertussen eind februari, en het is mooi weer. Het is enorm druk aan de soeverein, er zijn heel veel wandelaars. Niet moeilijk, want dat is nog bijna het enige dat de mensen nog kunnen doen tegenwoordig met lockdown 2.5.
Na een beetje zoeken naar de juiste pijltjes zijn we vertrokken. Het is echt ideaal weer. Het zonnetje doet goed, maar het is niet te warm. Er is ook nauwelijks wind en de grond is heel droog, dus amper modderplekken.
Al snel wordt het technischer in het bos, maar ik kan best goed volgen. Bert heeft geen last van schrik en vliegt over alle paadjes door, iets wat ik nog niet kan. Ik volg de paadjes op mijn tempo, mijn best doen om niet te vallen, of overmand worden door schrik, een heel ambetant kwaaltje.
Natuurlijk is Bert sneller, maar bij elke splitsing, of einde van het paadje wacht hij geduldig op mij. We hebben er allebei plezier van, alleen werk ik mij volledig in het zweet, en Bert niet echt. Hij is precies aan het toeristen, op zijn gemakje aan het genieten van de eerste vogeltjes, en het stilletjes aan wakker worden van de natuur.
Maar als het technisch wordt op de route is hij in zijn nopjes en ook niet meer te houden. Geen enkele heuvel is voor hem te veel, en dalen al helemaal niet. Als hij maar kan spelen zeker?
Ik merk bij mezelf dat mijn conditie ook beter is. We hebben de rode route helemaal gedaan, en ik had nog energie over, dus doen we de blauwe lus er ook maar bij.
De blauwe lus gaf me meer nostalgie. Mijn grootmoeder, ons moeke, woonde in Lommel op de Heide. Sinds dat ze in 2018 overleden is, kom ik nog maar amper in Lommel. Nu jaren later, zie ik ineens plaatsen waar ik vroeger als kind met moeke nog geweest ben. De kerk in Heuvel, elke maand een mis voor mijn grootvader want ze was gelovig, en soms ging ik samen met mijn moeder mee. En het gebouw schuin tegenover de kerk waar vroeger een frituur was, waar we nog met de familie regelmatig zijn gaan eten als het kermis was in Lommel, nu is het een atelier van een kunstenaar. En natuurlijk haar huis op de Heide. Waar ik zo vaak ben blijven slapen, en samen met moeke naar postbus x keek op tv. Nu wonen er andere mensen in haar huis, en ik vraag me af hoe hun toekomst zal zijn, of er kindjes zullen wonen, en later kleinkindjes vaak over de vloer zullen komen. Ik krijg een krop in mijn keel als ik voorbij fiets. Ook al heb ik nooit in Lommel gewoond, het blijft toch wel een beetje speciaal voor mij. Een stukje in mij hoort hier toch wel een beetje thuis.
Na de rit komen we terug op de parking, en ik voel me echt wel gelukkig. Ik ben moe, want de rit was uiteindelijk 42 kilometer lang, maar oh zo voldaan en blij. Ik ga toch stilletjes aan terug vooruit.
een week later voel ik iets op mij hangen. Er is een druk op mijn hoofd en schouders, mijn hartslag is hoger en ik heb een volle agenda.
Maar daar vertel ik alles over de volgende keer.
Wordt vervolgd.





Weer heel fijn geschreven. Proficiat.
LikeGeliked door 1 persoon
hartelijk bedankt Denise
LikeLike
Je gedachten mooi verwoord Hilde.
Wanneer zien we je zondags terug?
LikeLike
dankjewel Marc. Hopelijk snel, als ik terug bij getraind geraak.
LikeLike